Berichten met label ‘Solliciteren’

wat_nu_2Ja wat nu? Ik kreeg een gesprek bij het loopbaanbureau waar ik te horen kreeg dat de manager van het Loopbaanbureau mijn zaak ter hand zou nemen. Ik was bereid tot veel. Ik had mijn baan teruggegeven en verwachtte dat ik weinig te kiezen zou hebben.

Intussen werd ik in een glimmende taxi de stad rond gereden naar mijn afspraken. Als gevolg van een ongelukje tijdens het skaten met mijn kleinzoon, had ik mijn kniebanden verrekt. Ik moest een aantal weken rust nemen en liep met krukken. E.N. had een taxidienst geregeld die mij naar al mijn afspraken reed. Zo werd ik in stijl naar mijn sollicitaties gereden. Ik solliciteerde onder andere naar een baan als beleidsadviseur re-integratie bij het Stadsdeel Bos en Lommer. Na het kennismakingsgesprek kreeg ik vrij snel te horen dat ik was aangenomen.

Tijdens het gesprek bij het loopbaanbureau waarin ik vertelde dat ik een baan gevonden had, werd tot mijn verbazing gezegd: “wacht daar nog even mee, ik heb binnenkort iets voor je.” Er werd niet bijgezegd wat dat was, maar ik besloot om toch maar te wachten. In dit gesprek werd de keuze geboden om als het aanbod niet beviel, aan de slag te gaan als teammanager van een uitkeringsteam.

Ik was, en ben, verknocht aan de sociale dienst, DWI, IWP of hoe ze onze tak van sport maar noemen. Weggaan zou voelen als straf, dus ik bedankte voor de baan in Bos en Lommer en besloot te wachten op het aanbod van het loopbaanbureau.

Toen kwam de uitnodiging voor een gesprek met het hoofd van de afdeling Beleid van DWI. De coördinator schuldhulpverlening van de gemeente Amsterdam had ondersteuning nodig, of ik hier iets voor voelde?

fokkeensukkesolliciteren2En toen gebeurde het: ik werd uitgenodigd voor een sollicitatiegesprek. Niet voor de functie van Senior Beleidsadviseur, maar voor de functie van teammanager. Kennelijk had het verslag van het assessment voor de selectiecommissie de doorslag gegeven. Het is een van de gekste en vrolijkste sollicitatiegesprekken geworden uit mijn carrière.

De sollicitatiecommissie bestond uit twee managers waar ik in het verleden al eens mee samengewerkt had en werd in een vrolijke en grappende sfeer gevoerd. Zo werd aan mij gevraagd waarom bij mijn sollicitatie geen aanbeveling van mijn teammanager bijgevoegd was. Die had ik niet, want mijn teammanager was een van de eersten die het zinkende schip in Zuidoost verlaten had. Wel had een collega van mij, waar ik de laatste maanden veel mee samengewerkt had, een aanbevelingsbrief geschreven. Op de vraag waarom ik die brief bijgevoegd had en niet een van mijn (ex) manager, vertelde ik naar waarheid  dat mijn manager als gevolg van de slechte vooruitzichten vertrokken was. Dat ik zelfsturend was en dat de bewuste collega mij wilde helpen. Nu bleek die collega toevallig een goede bekende van een van de managers te zijn waar ik het gesprek mee voerde. Of dat geholpen heeft?

Het gesprek ging verder met de vraag waar was ik goed in was. Ik nam het gesprek niet serieus. Ik wilde de baan van teammanager niet hebben, dus ik kon mij permitteren dodelijk eerlijk te zijn. Als antwoord vertelde ik daarom niet wat ik wel  kon, maar wat ik niet  kon. Ik kan niet rekenen. Dat wil zeggen: ik heb huisvrouwen verstand. Ik kom altijd uit met mijn geld, maar ik kan geen formulesommen maken of mooie Excel of Access overzichten met diagrammen. Ik hou van hard werken, maar heb weinig geduld met mensen die drie keer uitleg nodig hebben. Ik had wel ideeën over wat ik anders zou willen doen als ik manager werd. Mijn jaarlijkse ergernis over slecht geregelde vakantievervangingen, waardoor werk blijft liggen. Over het gebrek aan informatie, over het gebrek aan sturing op kwaliteit en ga zo maar door. We hebben wat afgelachen tijdens dat gesprek. Ik ging vrolijk en overtuigd dat het niets zou worden naar huis.

Intussen werkte ik gewoon verder bij Maatwerk. Op een gegeven moment zouden wij te horen krijgen of wij geplaatst waren. De was/wordt lijst werd bekend gemaakt en dan konden we zelf kijken waar wij terecht gekomen waren. De mensen die gesolliciteerd hadden zouden persoonlijk bericht krijgen. De bewuste dag hoor ik niets, tot ik ’s avonds laat opgebeld wordt. Gefeliciteerd! Je bent geplaatst als manager van de FB & P., een onderdeel van het Werkbedrijf Amsterdam. Ik rolde uit mijn stoel. Natuurlijk was ik blij. Een bevordering, salarisverhoging en een nieuwe, onverwachte uitdaging. Dit had ik echt nooit verwacht. Ik was helemaal van slag.

De reactie van een collega bij Maatwerk was grappig. De collega waar ik wel eens een aanvaring mee had, schrok toen ik haar er op wees dat zij het risico liep dat ik haar manager zou worden. Zij had toch gesolliciteerd naar de functie van re-integratie consulent? Vanaf dat moment had ik geen centje last meer met haar. Dat beeld bezorgde haar duidelijk rillingen 🙂 De overige collega’s wensten mij geluk. Maar zelf moest ik nog wennen aan het beeld van mijzelf als manager. Het was een hele omschakeling. Ik zag mijzelf niet als manager, maar ik was van plan om er succes van te maken.

In maart 1993 ben ik begonnen met een opleiding management voor non profit-organisaties. Ik had inmiddels de toetsersopleiding met succes afgerond en wilde mijn blikveld verruimen. Net als voor de toetsersopleiding aan de Noord Hollandse Bestuursacademie, kreeg ik voor deze opleiding studiefaciliteiten. De dienst betaalde 75% van mijn opleidingskosten. Benoeming_kwakiteitsmedewerkerMet ingang van 15 maart 1995 werd ik benoemd tot kwaliteitsmedewerker in het Rayonkantoor Zuidoost. Ik was weer terug op het oude honk.

Intussen diende zich weer een nieuwe reorganisatie aan. Het kantoor was nog steeds geen “rustige” basis, er bleven allerhande spanningen en wisselingen in de leiding. Er was intussen de zoveelste rayonmanager. De interim Fred S. was vervangen door Alfons O. , die ook niet lang zou blijven.

Het kantoor werd door alle roerselen en de constante toeloop van nieuwe klanten, gesplitst in twee vestigingen. Reigersbos en Karspeldreef. Iedere vestiging kreeg zijn eigen manager. In het kantoor Reigersbos werd weer een andere manager aangesteld Theo G., en in het kantoor Karspeldreef, Wim W. Ook de dienst had een nieuwe directeur gekregen Hans Denijs.

Theo G. was een sociaal voelende mensgerichte man en ik vond het altijd prettig samenwerken. Onder de leiding van Theo werd het ziekteverzuim sterk teruggedrongen. Hij bezocht alle zieken zelf thuis en vroeg wat er nodig was om hen weer aan het werk te krijgen. Zo kon het komen dat sommige mensen waarvan we eigenlijk niet meer wisten dat ze nog in dienst waren, weer op de werkvloer verschenen. Theo had alleen één handicap: hij was een “doehetzelver”. Een manager die eigenlijk geen staf nodig had, want hij deed alles zelf. Daardoor had ik tijd om mij aan te melden voor weer een nieuwe opleiding. Ik had intussen de managementopleiding met een diploma afgerond en wilde mij, met de aankomende reorganisatie in het vooruitzicht, kwalificeren voor een functie als beleidsmedewerker. Ik ging met steun van mijn werkgever de opleiding HBDO-WOS volgen aan de bestuursacademie. Daarnaast werd ik lid van de Ondernemingsraad. De eerste OR uit de geschiedenis van de GSD.

Samen met een collega bemensten wij het secretariaat van de OR, ondersteund door een ambtelijk secretaris. Desondanks was het hard werken, want een reorganisatie vreet tijd en energie. Er moest een antwoord komen op het zoveelste reorganisatieplan. In het kader van deze reorganisatie zou het roer radicaal omgegooid worden. Alle rayonmanagers moesten opstappen en werden vervangen door een volledig nieuw team van managers.

In december 1997 moest Theo G. gedwongen ontslag nemen als rayonmanager. Dat was na strubbelingen met de manager Wim W. van het andere kantoor in Zuidoost; Karspeldreef. De twee lagen elkaar niet en hielden er een volkomen verschillende managementvisie op na. De idee was dat met nieuw management er een andere bedrijfscultuur geïmplementeerd kon worden. In Zuidoost werd Jack Th. de nieuwe rayonmanager. Een man zonder enige ervaring bij een sociale dienst. Dat gold overigens ook voor vrijwel alle andere rayonmanagers die aangenomen werden in de periode Denijs.

De sociale dienst in Amsterdam reorganiseert – voor de vierde keer in tien jaar. En nog gaat het traag als stroop….

***Het twaalfkoppige management-team van de Amsterdamse sociale dienst zit achter twaalf plexiglazen spaarvarkentjes. Wie te laat komt, moet een gulden in zijn varkentje doen. Een luid gejoel stijgt op als regio-manager Jack Thakoerdin tien minuten te laat arriveert. ! ‘Ik ben in de verkeerde metro gestapt!’, luidt zijn excuus. Opnieuw gejoel.***  (bron: AD)

Jack Th. was afkomstig van de politie, dat was waarschijnlijk een van de redenen waarom hij gekozen werd als nieuwe rayonmanager van het kantoor in Zuidoost. Hij was van allochtone afkomst, hij had een kleurtje, was hoog opgeleid en had prima papieren om de droommanager van Zuidoost te worden. Maar niets was minder waar. Bovenstaand stukje uit het Algemeen Dagblad typeert de man. Hoe vaak heb ik hem niet op een metrostation zien zitten terwijl ik in een andere metro voorbij reed. Op een bankje naar zijn telefoon starend of een krantje lezend.

DE Amsterdamse sociale dienst maakt zich op voor de vierde reorganisatie, of poging daartoe, in tien jaar tijd. Want de Dienst functioneert chaotisch, traag, voldoet niet aan haar wettelijke plichten en wordt daarom jaar-in-jaar-uit door het slijk gehaald door de lokale ombudsman.

Toen Hans Denijs in 1995 als nieuwe directeur aantrad, gaf hij zichzelf twee jaar de tijd om van de sociale dienst een klantgerichte, moderne organisatie te maken. Dat was te veel gevraagd. Zijn streefdatum is inmiddels verlegd naar 1999. Als die al gehaald wordt. ! ‘De weerzin en het ongeloof zijn groot!’, verzucht Denijs.

Denijs wil een sociale dienst creëren die met één mond spreekt. Nu handelen de zeventien districten nog vrijwel autonoom. Met het hoofdkantoor aan de Vlaardingenlaan wordt niet of nauwelijks overlegd. (bron: AD)

Aangezien de aansturing van het kantoor te veel werk bleek voor Jack werd Ton T. afkomstig uit Oost, aangesteld als zijn adjunct regiomanager, zijn rechterhand. Ton en ik kenden elkaar nog uit Oost en ik kan niet zeggen dat wij echt goed samen konden opschieten. Ik hield niet van Ton’s “bevelstructuur”.  Dit botste dus al snel.

Zo had ik 30 januari 1998 een gesprek met Ton T. en Jack Th. over mijn werkzaamheden. Er werd mij meegedeeld dat er een nieuwe kwaliteitsmedewerker aangezocht was, die een groot deel van mijn werkzaamheden zou overnemen. Er werd mij meegedeeld dat er nog twee taken overbleven: de klachten en bezwaarschriften en er was er nog een pakket van allerhande losse klussen en taken. De laatste twee taken mochten mijn collega M.T. en ik onder elkaar verdelen. Los daarvan kreeg de aangezochte collega ook een veel hoger salaris dan wij, de twee al aanwezige kwaliteitsmedewerkers. Ik was daar niet blij mee. Ik had niets tegen de bewuste collega. Integendeel. Ik kende haar als een prettige persoon en ik snap ook wel dat je geen nee zegt als je een leuke baan met twee salarisgroepen hoger aangeboden wordt. Dus dat was het probleem niet. Wel dat tijdens dit gesprek de opmerking gemaakt werd dat men mij als gevolg van de troebelen tussen Theo G. en zijn collega manager Wim W, als “niet onpartijdig” beschouwde. In het verslag van het gesprek staat letterlijk:

Jack haalt aan, dat het feit dat C. voor een jaar uit Zuidoost weg was ook meegespeeld heeft. Hij vond het van belang dat voor iemand gekozen werd die “onpartijdig” was. In het heetst van de strijd tussen de 2 ex-rayonmanagers was zij niet aanwezig. Dit zijn feiten die effecten hebben op het externe veld.

Ik was het hier vanzelf niet mee eens. Ik was niet betrokken bij de problemen tussen de twee managers en ik heb daar ook geen enkele rol in gespeeld. Nota bene was de aangezochte collega een zeer goede kennis van de vorige manager van Karspeldreef. Kennelijk speelde dat in haar geval niet mee. Maar zij noch ik hebben ooit partij gekozen. Het was niet onze strijd. Vanzelf nam ik geen genoegen met deze opmerking. In een schriftelijke reactie heb ik alle argumenten die tegen mij ingebracht waren weerlegt. Over het argument van de verweten partijdigheid reageerde ik als volgt:

Wat betreft de genoemde “onpartijdigheid” wil ik er wellicht ten overvloede op wijzen dat het binnen een hiërarchische structuur zoals onze dienst die kent, niet gebruikelijk is om als staflid zelfstandig, zonder last of ruggespraak, te opereren. Ik vind de niet gespecificeerde “effecten op het externe veld” onverteerbaar. Ik zou graag een opgave ontvangen van deze effecten zodat ik mij kan verweren. Nu is het een vage, niet nader gespecificeerde beschuldiging.

KarspeldreefDaarna heb ik er nooit meer iets over vernomen. C. werd benoemd tot kwaliteitsmedewerker herintreding en mocht het nieuwe HI team leiden. Ik koos er voor om naar het kantoor Karspeldreef te gaan. Dat was een goede keuze. Ik heb daar een aantal jaar met zeer veel plezier gewerkt.

Socialedienst

Mijn WW-uitkering werd beëindigd vanwege de maximale termijn en ik moest daardoor een WWV uitkering aanvragen bij de Sociale Dienst in Amsterdam. Tijdens het gesprek en na mijn verhaal, vroeg de dame achter het loket, “heb je wel eens gedacht aan een baan bij ons, de Sociale Dienst? Een meisje zoals jij kunnen wij wel gebruiken.” Daar had ik inderdaad nooit aan gedacht en toen ik dan ook later, weken na het gesprek, een advertentie zag voor een “Bijstandsmaatschappelijk werker” bij de Sociale Dienst van Amsterdam, heb ik de stoute schoenen aangetrokken en gesolliciteerd. Het zou voor mij de ideale oplossing zijn: betaald werk en een stageplaats! Het was mijn 84e sollicitatie en ik had mij heilig voorgenomen dat het mijn laatste zou zijn. Ik had er genoeg van om afgebokt, afgewezen, gewogen en te licht bevonden te worden.

Inmiddels waren wij verhuisd van onze flat naar een eengezinswoning in de Bijlmer. Het huis was op het moment van de toewijzing nog niet helemaal opgeruimd en de vorige huurder moest nog vloerbedekking verwijderen. Dat heeft hij ook gedaan. Tijdens die kennismaking gaf hij ons zijn nieuwe adres, zodat wij eventuele post konden doorsturen. Ik vond het dan ook niet gek dat ik na een paar weken een telefoontje kreeg van een dame die zich alleen met een voornaam identificeerde en die vroeg of zij Cor kon spreken. Op mijn antwoord dat die er niet meer woonde, vroeg zij of ik zijn nieuwe adres kon geven. In goed vertrouwen heb ik dat gedaan.

Later werd ik gebeld door een boze mevrouw die zich identificeerde als de echtgenote van Cor. Klopte het dat ik hun adres had doorgegeven aan anderen? Op mijn bevestiging viel ze uit: de tuin van hun nieuwe huis was omgespit door een actiegroep van vrouwen in de bijstand. Het bleek dat haar man (Cor) werkte bij de Sociale Dienst en op dat moment werd er actie gevoerd tegen nieuwe verslechteringen in het bijstandsbeleid. Dat was een misser! Het is duidelijk: vanaf dat moment geef ik nooit meer een adres of telefoonnummer door.

Wie schetst dan ook mijn schrik, dat tijdens het sollicitatiegesprek voor de functie van bijstandsmaatschappelijk werker, ik in de sollicitatiecommissie de vorige bewoner van ons huis zie zitten. De man die ik de vloerbedekking had laten verwijderen en de bijstandsvrouwen op zijn dak gestuurd had! Gelukkig trok hij er zich niets van aan. Het was een fijn gesprek en er was maar een opmerking. Ik had gesolliciteerd naar een baan voor vier dagen omdat ik een dag per week naar school ging. Dat kon niet. Er was nu formatie en dus was het vijf dagen of de baan ging niet door. Natuurlijk koos ik voor vijf dagen. Dan maar geen opleiding, dat komt later wel weer, eerst werk.

Ik had een baan en nog wel bij de Sociale Dienst van Amsterdam in de Bijlmer. Achter het loket in plaats van ervoor. Ik was dolgelukkig.

Mijn Foto's

Huiswijn