Warning: Declaration of FDX_Widget_profile::widget($args) should be compatible with WP_Widget::widget($args, $instance) in /home/vhosts/zijnwijdat.nl/httpdocs/wp-content/plugins/wp-twitter/modules/class-p2.php on line 26

Warning: Declaration of FDX_Widget_profile::form() should be compatible with WP_Widget::form($instance) in /home/vhosts/zijnwijdat.nl/httpdocs/wp-content/plugins/wp-twitter/modules/class-p2.php on line 26

Warning: Declaration of FDX_Widget_search::widget($args) should be compatible with WP_Widget::widget($args, $instance) in /home/vhosts/zijnwijdat.nl/httpdocs/wp-content/plugins/wp-twitter/modules/class-p2.php on line 50

Warning: Declaration of FDX_Widget_search::form() should be compatible with WP_Widget::form($instance) in /home/vhosts/zijnwijdat.nl/httpdocs/wp-content/plugins/wp-twitter/modules/class-p2.php on line 50
Reorganisatie

Berichten met label ‘Reorganisatie’

Dan krijg je er twee!

576_420_verhuizen-3Zoals gezegd was de verdeling van de afdeling beleid in twee takken van sport: strategisch en uitvoerend geen succes. Het bleek dat het een niet zonder het ander kon.

Strategische beslissingen hebben vaak een grote impact op de uitvoering. Los daarvan kost het veel overleg om zaken af te stemmen. Besloten werd om strategen en uitvoerend beleid weer samen te voegen tot één afdeling beleid. Wel bleef de functiescheiding bestaan. Gelijktijdig werd een nieuw gemeentelijk functiehuis ingevoerd met generieke functieomschrijvingen. Waren er voorheen maar twee smaken beleidsadviseur, het werden er nu wel 4 of 5 met corresponderende salarisgroepen. Door de generieke functieomschrijving werd ook de mogelijkheid geopend dat je op een andere werkplek in de gemeente ingezet kon worden. Flexibilisering! Dit was feitelijk de “vooraankondiging” van de aankomende  grote gemeentelijke reorganisatie, waarin alle gemeentelijke diensten opgeheven zouden worden. De grootste reorganisatie uit de geschiedenis van de gemeente Amsterdam.

En zo kwam ik nog een keer in een reorganisatie terecht. Waarschijnlijk de laatste van mijn carrière. Ik verhuisde van de Jan van Galen naar de Weesperstraat. Bij deze gelegenheid heb ik met pijn in mijn hart, afscheid genomen van mijn archief. In de Weesper werd flexwerken geïntroduceerd. Geen vaste werkplek meer en alleen een locker voor je persoonlijke spullen (zie ook mijn eerdere bericht hierover). Er was geen plaats meer voor de twee verhuisdozen met rapporten, instructiebundels etc., die ik in de loop van de jaren verzameld had. Wel kreeg ik samen met een aantal collega’s een plank in een kast voor werkgerelateerde stukken, maar dat was dat. Voordeel was wel dat RdV en ik weer samen op een afdeling zaten.

Om een lang verhaal kort te maken: er werd weer eens gereorganiseerd. RdV zag weer een reorganisatie niet zitten en ging jammer genoeg met vervroegd pensioen. Zijn taken werden overgenomen door een veelbelovende jonge collega die van een stadsdeel afkomstig was en die door ons was aangezocht als opvolger van RdV.

Als gevolg van de grote gemeentelijke reorganisatie werd DWI opgeheven en werd WPI (Werk, Participatie, Inkomen). Ik kwam terecht bij Inkomen, Cluster Sociaal, afdeling Armoedebestrijding. Met weer een nieuwe manager, maar gelukkig met dezelfde taken. Intussen was er nog een collega bij gekomen, omdat er veel teveel werk voor twee mensen was. Aan deze collega heb ik het dossier jongeren en schulden overgedragen om zo wat ruimte te creëren in mijn overvolle agenda. Niet dat het hielp, want op het moment dat er een onderwerp uit mijn caseload weg was, kwam er een nieuw onderwerp bij.

Ik ben gelukkig. Ik doe het werk wat ik het allerleukste vind, ik heb fijne collega’s en voel mij gewaardeerd. Nog wel, want ik ben bijna bij het einde van mijn loopbaan aangekomen. Ik ben nu 64 en mijn pensioendatum nadert met rasse schreden.

IMG_20140527_102114 (Large)Als je dacht dat het nu rustig werd heb je het mis. Iedereen die werkt bij de gemeente weet dat rust altijd van korte duur is, er staat zo weer een reorganisatie voor de deur. En zo was het ook. Ik was nog geen twee weken bij de afdeling beleid of de volgende reo diende zich aan.

De afdeling beleid had een “heidag”. Een dag waarin het reilen en zeilen van de afdeling besproken wordt en afspraken gemaakt worden over wat anders en beter moet. Tijdens deze “heidag” kwam ook de directeur Wim S. zijn opvatting over beleid vertellen. Zijn verhaal kwam er op neer dat hij slechts drie beleidsmedewerkers nodig had. Drie beleidsadviseurs die heel goed konden schrijven. Hij wilde de afdeling beleid afbouwen, wij waren met veel te veel mensen.

Daar zat ik dan. Net aangetreden en nu kreeg ik al meteen te horen dat de afdeling opgedoekt zou worden! Zo begon de zoveelste reorganisatie. De afdeling beleid werd gesplitst in twee afdelingen: strategisch en uitvoerend beleid. De strategen gingen met de directie naar de Weesperstraat. Wij, de uitvoerend beleidsadviseurs bleven in de Jan van Galenstraat. Heel symbolisch voor de gewijzigde opvatting over het belang van uitvoeringsbeleid zakten we van de 11e etage naar de 5e. Mijn functie werd geherwaardeerd, en ik werd van senior beleidsadviseur, beleidsmedewerker. Gelukkig met behoud van salaris, maar het was toch een demotie. Een demotie die ook aangaf hoe deze directie tegen het werk van een beleidsadviseur aankeek.

Gelukkig behield ik mijn taken, er kwamen zelfs steeds meer taken bij en behield ik mijn vrijheid in de uitvoering. RdV bleef mijn inhoudelijk aanspreekpunt en wij hingen dagelijks aan de telefoon om elkaar bij te praten over onze werkzaamheden en de afspraken die we maakten. Intussen fuseerde onze afdeling uitvoeringsbeleid met de afdeling processen tot UbP: Uitvoeringsbeleid en Processen.

Wij zagen met lede ogen toe hoe er steeds meer beleidsadviseurs en directieadviseurs de Weesperstraat binnen fietsten. De drie hele goede schrijvers, waren er langzaamaan wel 13 geworden. Het bevestigde mijn beeld van reorganisaties: uitgangspunt is minder mensen, maar als de rook is opgetrokken, zit het er het dubbele aantal medewerkers. Ik kan mij de eerste grote reo van de GSD herinneren. We hadden toen ongeveer 500 mensen in dienst. Toen de reo was afgelopen waren het er zeker 1000. Later werd dit 1200 en ik denk dat er nu zeker 1500 mensen werken. Kennelijk wordt er keer op keer uitgegaan van verkeerde premissen.

Een ander gek fenomeen bij de gemeente is de golfbeweging. Keer op keer vervalt men in dezelfde fouten. Zonder dat men zich afvraagt waarom hebben we dit op deze manier gedaan en wat hebben we daarvan geleerd? Van specialist naar generalist, van generalist naar specialist. Van berekenaars op een afdeling zonder klantcontact, naar uitkeringsmedewerker met klantcontact, naar inkomensconsulent op één afdeling bij elkaar op één plek zonder klantcontact. En je dan maar verbazen dat er soms hersenloos taken uitgevoerd worden zonder meegevoel met de klant. Het is af en toe net als 29 jaar geleden bij mijn aantreden. Dienstverlening in receptiekantoren (stadsloketten), de inkomensconsulenten bij elkaar ver weg van de uitvoering en de klantmanagers die geen verstand van de (Wwb) Participatiewet hebben, want zij zijn er voor de arbeidsmarkttoeleiding (denk aan het oude CWI) en met klantcontact. Een organisatie zonder historisch besef of lerend vermogen, zonder bestuurlijk geheugen. Altijd roerig, nooit rustig.

Paradoxaal genoeg denk ik dat nou juist die onrust maakt dat ik mij er – ondanks alles – thuis voel. Rust, roest!

20150705_142134Het gevolg van de reorganisatie was dat ik kon kiezen: demoveren met behoud van salaris naar een lagere functie of solliciteren naar een andere functie. Vanzelf werd het solliciteren. Mijn regiomanager Bert H. steunde mij zoveel mogelijk.  Ik kreeg een loopbaanoriëntatie traject aangeboden bij Randstad in Amstelveen. Een aanbod dat ik met beide handen aangepakt heb. Natuurlijk bood ook de Dienst mij een vergelijkbaar traject, een groepsgesprek met andere “slachtoffers” van deze reorganisatie, maar dat was als ik het mij goed herinner één bijeenkomst. De uitkomst van deze bijeenkomst was, hoe kan het ook anders, dat ik niets anders wilde. Ik had het zo naar mijn zin. Ik voelde mij gewaardeerd door mijn collega’s. Ik zat in het stadsdeel waar ik mijn hart aan verpand had. Ik wilde gewoon blijven waar ik was, ik wilde niets anders. Tijdens deze training kreeg ik wel een heel nuttige DVD: Loopbaanplan. Een thuiscursus loopbaanoriëntatie. Terwijl ik dit schrijf realiseer ik mij dat het misschien geen slecht idee is om de DVD weer eens uit zijn doosje te halen en opnieuw de vier modules te doorlopen. Wellicht levert het nuttige inzichten op, waar ik in de nabije toekomst verder mee kan.

Tijdens het loopbaanoriëntatie traject bij Randstad kreeg ik wekelijkse gesprekken met een coach en map met huiswerkopdrachten. De gesprekken hielpen mij om afstand te nemen van mijn werk en bij het verruimen van mijn blik en daardoor bij het verbreden van mijn mogelijkheden. Het advies van mijn coach was om eens te denken aan leidinggeven. Een mogelijkheid waar ik eigenlijk niet voor open stond. Maar het kan gek lopen.

Omdat mijn baan verviel kreeg ik allerhande formulieren in te vullen waaronder formulieren waar ik mijn voorkeur voor banen kon opgeven. Voor mij was er eigenlijk maar een die ik wilde. Als ik dan toch een andere baan moest kiezen, vooruit dan maar, dan werd het senior beleidsmedewerker in het hoofdkantoor aan de Jan van Galenstraat. En die baan zou ik toch nooit krijgen, ik had al eens eerder naar die baan gesolliciteerd en was afgewezen. Ook moest er voor deze functie een assessment afgelegd worden. Aangezien ik altijd al een assessment had willen doen heb ik als eerste voorkeur de functie van senior beleidsadviseur en op advies van mijn coach, als tweede keuze de functie van teammanager ingevuld.  Bert H. , die zelf ook moest solliciteren en een assessment afleggen, gaf mij een boek met daarin allerhande tests, zodat ik kon oefenen.

In mijn vrije tijd maakte ik thuis alle intelligentietests die er maar op het internet te vinden zijn en heb ik het boek van kaft tot kaft gelezen en alle oefeningen gemaakt. Helaas werd ik daar niet slimmer van: ik was net geen imbeciel. Mijn IQ kwam keer op keer niet boven de 85. Ik ben nu eenmaal vreselijk slecht in al die cijferreeksen. In het begin lukt het nog wel, maar zodra ze ingewikkelder worden gaat het mis. Ook heb ik geen ruimtelijk inzicht. Die blokjes zeggen mij  niets. Met de vragen gaat het beter. Logisch redeneren kan ik wel. En na al die jaren bij de sociale dienst krijg je ook wel wat mensenkennis. Al met al ging ik goed voorbereid naar het assessment.

In de wachtkamer trof ik een tweetal collega’s. Het ging om teammanagers die verplicht een assessment moesten doen als voorwaarde voor herplaatsing. Zij baalden behoorlijk en wij bespraken dan ook uitgebreid de onrechtvaardigheid van deze reorganisatie. In de wachtkamer komt op een geven moment een jonge man binnen. Hij ging na een korte begroeting zitten. Het was geen bekende van ons en wij kletsen gezellig verder over de reo en wat dat allemaal met ons doet. De man begint in tussen een beetje te zuchten en te draaien. Waarop ik aan hem vraag of hij last heeft van ons gekwebbel en of wij wat rustiger moeten doen. Na een ontkenning stapt hij op en verlaat de wachtkamer. Kort daarop worden wij door een medewerker naar binnen geroepen. Het assessment begon met de gehate vragenlijsten. De lange rijen cijfers, figuren e.d. Nadat ik die ingevuld had werd ik binnengeroepen voor een rollenspel. Het onderwerp was een jonge man die altijd goed gefunctioneerd had, maar die sinds een maand of drie veel verzuimde. De opdracht was dat ik er achter moest zien te komen wat er aan de hand was.

Als iemand altijd goed gefunctioneerd heeft en plotseling gaat het mis, dan is er natuurlijk iets aan de hand. Ik informeerde dus hoe het met hem ging en op zijn “goed”, vroeg ik of er niet echt iets aan de hand was en of hij bereid was dat aan mij te vertellen. Natuurlijk ging dat niet makkelijk en was er heel wat heen en weer gevraag nodig, maar uiteindelijk kwam het hoge woord er uit en maakten wij een afspraak dat hij het een poosje kalm aan zou doen en wij wekelijks gesprekken zouden hebben over de voortgang van zijn situatie. Aan het eind van het rollenspel tijdens de evaluatie zegt de jonge acteur: “ik wil u wel als chef”. Waarop ik lachend antwoordde dat dat wel nooit zou gebeuren.

Ik vond het rollenspel leuk om te doen en na afloop kreeg ik na even wachten een eindgesprek met een psycholoog. Het was een prettig gesprek en na het bekijken van de uitkomsten van mijn assessment kreeg ik de uitslag te horen. Ik bleek geen imbeciel, maar wel minder geschikt als senior beleidsadviseur en geknipt voor de functie van teammanager. Ik rolde van mijn stoel, dat was wel het laatste dat ik verwacht had.

Overigens ben ik vergeten te vragen of de jonge man in de wachtkamer soms ook deel uitmaakte van het assessment. Achteraf heb ik het gevoel dat dit wel zo was. Hij gedroeg zich toch wel een beetje vreemd 🙂

Soms gebeuren er de vreemdste dingen en komen veranderingen uit onverwachte hoek. Maar daarover later meer.

Overwerkt Zoals te verwachten had de reo ’92 waarbij de rayonkantoren tot min of meer zelfstandige regio’s omgevormd werden, tot gevolg gehad dat het beleid tussen de diverse stadsdelen uit elkaar begon te lopen. Dat was deels het gevolg van de wensen van de stadsdelen die maar wat graag invloed op de sociale dienst uitoefenden, en de aansturing van de regio’s. Er kwam dus weer een reorganisatie aan.

Dit keer werden de zaken heel wat steviger aangepakt dan tijdens de vorige reo. De vorige reorganisatie was geen bezuinigingsoperatie. Dat was de reo ’95 wel. Onderdeel van de plannen was dat de functie Stafmedewerker beleid kwam te vervallen. Overigens was dat niet de enige baan die op de tocht stond. Ook de beslisfunctie kwam te vervallen en zou wijzigen in die van klantmanager. De regiomanagers werden voor zover zij niet mochten blijven, met een regeling ontslagen en konden naar een andere baan omzien.

Vooruitlopend op de reorganisatie kreeg ik steeds minder te doen. Er werd al hevig geanticipeerd op de nieuwe organisatie. Gewoonlijk had ik het altijd erg druk met toetsen, rapporten schrijven, stafbijeenkomsten, het auditteam en ga maar door. Maar gaandeweg werden mijn werkzaamheden door de nieuwe organisatie van het werk minder. Ik kreeg het gevoel dat ik overbodig was.

Tijdens een bezoek van de nieuwe directeur van de omgedoopte Sociale Dienst in Dienst Werk en Inkomen, heb ik Wim S. hier op aangesproken. Waarom kwam onze baan te vervallen. Ik zag daar absoluut de noodzaak niet van in. Hierop kreeg ik een vaag antwoord, waar ik niet veel aan had. Later gaf mijn regiomanager B.H. te kennen dat hij het niet leuk vond dat ik de directeur zo confronterend aangesproken had. Maar het ging wel om mijn baan. Een baan die ik heel erg leuk vond.

Intussen vertrokken de collega’s om mij heen. Om te beginnen de manager Beleid en Communicatie. Aanvankelijk naar het hoofdkantoor om later naar Haarlem te vertrekken.  Ik bleef als enige beleidsmedewerker over. Ik voelde me in de steek gelaten. Ik wilde niet weg, ik had het naar mijn zin en deed werk wat ik leuk vond.

Stil zitten is niets voor mij en het had een gekke uitwerking. Het leek af en toe alsof mijn hoofd aan een draadje boven mijn lichaam zweefde. Een vreemd licht gevoel. Best wel eng. Ik naar de dokter. Zijn diagnose: overwerkt. Overwerkt omdat ik niet genoeg te doen had! Hoe gek kan het worden. Ik heb mij niet ziek gemeld, dan zou ik nog minder te doen hebben. Ik besloot mij te oriënteren op de toekomst en mij voor te bereiden op een nieuwe stap in mijn carrière.

FlierbosdreefKort na de sluiting van het kantoor Karspeldreef verhuisde de Sociale Dienst Zuidoost naar een nieuw kantoor aan de Flierbosdreef. Het kantoor werd in 2002 opgeleverd.

In januari 1998 is in opdracht van het stadsdeel Zuidoost door Rein Geurtsen & Partners bv, bureau voor stadsontwerp, in nauwe samenwerking met ING Vastgoed Ontwikkeling bv het stedenbouwkundig masterplan voor het IKP Marktplein ontworpen.

Naast de Gemeentebelastingen is in het pand ook een kantoor van de Gemeentelijke Sociale Dienst gevestigd. Deze dienst heeft haar entree aan het kruispunt Flierbosdreef/Bijlmerdreef. Het entreeniveau is ingericht als Centrum voor Werk en Inkomen en grenst aan een tuin op het dak van de Albert Heijn. Op de hogere verdiepingen bevinden zich de kantoren en spreekkamers. (bron: Rijnbautt.nl)

Ik herinner mij nog de opening. Na de bekende speeches mochten wij met een petje op belangstellenden rondleiden door het gebouw. Ik vond dat erg leuk omdat je op zo’n moment even de tijd hebt om op een heel andere manier met mensen om te gaan. Het was een mooi gebouw met een grote “beursvloer” waar het CWI zat en aan de andere kant de sociale dienst balie. Een heel groot verschil met Reigersbos was de wachtruimte. Minder stoelen en veel meer ruimte. Ook de spreekplekken waren totaal anders. Zuidoost had de erfenis van de megabanenmarkt gekregen. Niet alleen het meubilair dat gebruikt was op de megabanenmarkt, maar ook de inrichting van de spreekplekken. Bureaus omringt door wandjes in een grote open ruimte. Geen gesloten spreekkamers meer met een tl balk op zo’n hoogte dat niemand over het bureau kon springen. Maar een ruimte waarin, als je een beetje hard sprak, iedereen van het gesprek kon meegenieten. Wel was er nog een agressieloket voor klanten die bekend stonden om hun korte lontje. Een radicale make-over!

In dit kantoor kwam ik te werken op een kamer, samen met een aantal andere collega’s. Ook hadden wij een nieuwe manager gekregen. Met de reo was er ook de functie van Manager Beleid en Communicatie gekomen. Ook was er een communicatieadviseur aangesteld. De idee was dat de werkpleinen, want zo kwamen de rayonkantoren te heten, zelfstandige eenheden binnen de sociale dienst zouden zijn. Een gedeconcentreerde eenheidsdienst. Het werkplein was in feite “self supporting”. Het had zijn eigen kwaliteitsmedewerkers, eigen afdeling beleid en communicatie, eigen afdeling bezwaar, handhaving en T&V. Het kantoor moest zich houden aan een regionaal beleidsplan en prestatieafspraken. Er werd een regiocontroller aangesteld die de cijfers moest bewaken. Al met al een hele omwenteling. Een die later ook weer voor de nodige verschillen tussen de diverse werkpleinen zou zorgen. Eigenlijk diende de volgende reorganisatie zich al weer aan.

Intussen werden er oude functies geschrapt en nieuwe gecreëerd. Ook een, die ik ambieerde. De functie van stafmedewerker beleid. Met het oog op deze functie was ik begonnen met de HBDO-WOS opleiding en in de tijd dat dit speelde, had ik de opleiding met succes afgerond.

1e_benoeming_stafmed_beleid1 september 1999 werd ik benoemd tot Stafmedewerker beleid. Dit zou financieel een flinke stap vooruit zijn, van salarisgroep 9 naar 10A. Er zat alleen een addertje onder het gras.

Vooruitlopend op de reorganisatie en mijn definitieve plaatsing, was ik vanaf het aantreden van de nieuwe manager Beleid en Communicatie, aan het werk als stafmedewerker beleid. Ik verwachtte dan ook gelijk bevorderd te worden. De brief waarin mijn bevordering aangekondigd werd stelde echter dat mijn benoeming voorlopig was en dat bevordering pas zou volgen als ik de functie “volledig en naar behoren” zou vervullen. Ik moest dus wachten op de salarisverhoging en de definitieve bevordering.

Def_benoeming_stafmed_beleidHierop heb ik een bezwaarschrift geschreven van 3 kantjes met daarin alle argumenten en bewijzen waarom het besluit niet deugde. Ook stelde ik in het bezwaar dat ik vanaf het aantreden van de nieuwe manager Beleid en Communicatie de functie van Stafmedewerker beleid tot tevredenheid vervulde. Ik had alle verslagen van de functioneringsgesprekken bewaard en kon zo aantonen dat ik aan alle voorwaarden voldeed.  Ik won het bezwaar glansrijk. Ik werd met terugwerkende kracht per 1 september 1999 bevorderd.

Ik was stafmedewerker Beleid. Ik was net 50 geworden en van het achterstallig loon heb ik een borrel georganiseerd. Proost!

Intermezzo

Mijn Foto's

2017-04-16.jpg