Archive for the ‘Politiek’ Rubriek

fraude-17808749Zoals gezegd was de controle feitelijk minimaal. De sociale dienst had wel een afdeling Bijzondere Controle, die de als opdracht had de fraude onderzoeken uit te voeren, maar die werd zeer beperkt bij de uitvoering van haar werkzaamheden door gemeentebeleid en politiek. Het was de tijd waarin de discussie over een basisinkomen hoogtij vierde en een huisbezoek als een oneigenlijke inbreuk op de privacy werd gezien.

Aanvankelijk was ik zelf ook die mening toegedaan. Ik dacht dat Fraude een uitvinding was van de politiek waarmee de bezuinigingen op de uitkeringen verdedigd werden. Wat kwam ik met een harde klap op de grond terecht. Ik was eigenlijk nog steeds erg naïef en geloofde heel erg in de “goedheid” van de mens. Daar ben ik wel van genezen. Vertrouwen is goed, maar controle is beter.

Fraude was makkelijk en vrijwel straffeloos. De afdeling bijzondere controle ging alleen achter de grote fraudeurs aan en de “kleine” zaken  werden op de rayonkantoren afgehandeld. De straf was verwaarloosbaar. In het ergste geval terugbetalen en drie maanden uitsluiting van bijstand. En had je het echt bont gemaakt, dan werd de betreffende klant voor een proces verbaal en een mogelijke strafprocedure overgedragen aan Bijzondere Controle. Vaak kwam het niet tot terugbetalen. Ten onrechte genoten bijstand tot een bedrag van 1000 gulden, werd “ABW geboekt”. Afgeschreven. Ik sloeg stijl achterover.

Zoals een collega zei: “we kunnen net zo goed een grabbelton voor de deur zetten.” Toch deden wij wat we konden al hadden we soms het gevoel dat het dweilen met de kraan open was. Wij waren dan ook zeker niet tegen strengere controleregels. Bijstand is gebouwd op de solidariteit van werkende mensen, met hun onfortuinlijke medemens. Fraude ondermijnt dat solidariteitsgevoel. Onze instelling was dan ook om ons werk zo goed mogelijk te doen. Een van de middelen was regelmatige huisbezoeken.

Ik heb al eens eerder verteld dat er veel vreemdelingen in onze wijk woonden. In die tijd waren er ronselaars die mensen, zo van Schiphol en vers uit het vliegtuig, aan een woning in de Bijlmer “hielpen”. Tussen aanhalingstekens, want helpen was het niet, het ging soms om grove uitbuiting. Tijdens huisbezoeken kwamen we ze tegen. Met zijn twaalven in een vierkamer flat. Allemaal stapelbedden in de kamers. Gegeten werd er op de kleed in de huiskamer. Natuurlijk was dit niet voor niets. Voor zo’n bed moest wel betaald worden. De prijs varieerde voor zover ik weet van 250 tot 350 gulden per maand. De hoofdbewoner ontving soms zelf ook een uitkering, maar woonde op een ander adres.

Iedere week gingen wij de wijk in met een uitdraai van het bevolkingsregister, kijken wie er werkelijk op de adressen woonden en om proberen een verklaring te krijgen van de onderhuurders, zodat we de uitkering van de hoofdbewoner konden stoppen. Maar ook waren er veel “schijnverlatingen” en een ander fenomeen: de paspoorthuwelijken.

37_WerklozenIn de tijd dat ik bij de sociale dienst kwam te werken, was het nog niet zoals nu, een echt bedrijf. Met een echt bedrijf bedoel ik met vaste regels en werkprocessen. Het was een bedrijf in transitie. Het was een periode van grote veranderingen. De dienst zat middenin een groeiperiode van een relatief kleine dienst naar een  grote organisatie met wel 35.000 klanten en die groei was nog lang niet ten einde.

Op 24 maart 1982 verscheen er in het Amsterdams Stadsblad een artikel: “sombere prognoses bureau economisch onderzoek, Amsterdam koerst af op zo’n 50.000 werklozen”. In het rapport werd geconcludeerd, dat 1980 als een omslagpunt kon worden beschouwd in de ontwikkeling van de werkloosheid; tot die tijd liep de werkloosheid langzaam omhoog. Vanaf 1980 was er echter sprake van een explosieve toename; waren medio 1980 bij het gewestelijk arbeidsbureau in Amsterdam ongeveer 15.000 werklozen geregistreerd, de cijfers over januari 1982 gaven een verdubbeling van dit aantal te zien, zodat er 30.000 werklozen stonden geregistreerd. En de verwachting van het rapport was, dat het dieptepunt daarmee nog niet was bereikt. Het rapport hield ernstig rekening met zo’n 50.000 werklozen in 1985 in Amsterdam. Deze voorspelling zou uitkomen. (Bron: Bijstandsbond)

Het waren drukke tijden en de organisatie was bij lange na nog niet ingericht op het verwerken van zulke grote aantallen bijstandsaanvragen. Het was roeien met de riemen die we hadden. De dienst was een grote kostenpost en er werd dan ook zo min mogelijk in de dienst geïnvesteerd. Ik kan mij nog een uitspraak van een van de vorige directeuren, Van Dijk herinneren. Hij deelde trots mee in de Divosa (Vereniging van directeuren van sociale diensten) dat wij in Amsterdam de goedkoopste sociale dienst van Nederland waren! Dat was te merken. Niet alleen door de medewerkers, maar ook door de klanten. Zie hierover ook de publicatie van de bijstandsbond.

Als een klant een uitkering kwam aanvragen had hij alleen een (laatste) dagafschrift van zijn bank of girorekening, een inschrijving bij het Arbeidsbureau en een huurcontract of hoofdbewonersverklaring nodig. Met deze drie bewijzen kon je een uitkering aanvragen. Had je voordien gewerkt, dan werd er om een ontslagbrief en uitkeringsgegevens gevraagd. Nog tijdens het intakegesprek kon de klant drie voorschotformulieren ondertekenen. Dit was omdat het minstens drie maanden duurde eer de uitkering regulier tot betaling kwam.

De instructie was om het voorschot zo laag mogelijk te houden. Soms zag je een klant na de intake niet meer en op die manier kon de “schade” zo beperkt mogelijk gehouden worden, tot het recht op uitkering was vastgesteld. Dit had tot gevolg dat mensen soms niet in staat waren om de huur te betalen. Met een voorschot van 350 gulden voor een maand konden niet alle vaste lasten betaald worden. Wij kregen dan ook vaak verzoeken om een “broodnood” betaling. Een voorlopige voorziening, vooruitlopend op de definitieve toekenning van de uitkering. In feite werd door deze werkwijze toeloop van klanten gestimuleerd en was de controle op de rechtmatigheid van de uitkering ver te zoeken.

Het was een drukke tijd en we maakten veel mee met onze klanten. Leuke en minder leuke zaken. Hier vertel ik de sterke verhalen, de gekke en meest opvallende zaken die mij zijn bijgebleven.

Socialedienst

Mijn WW-uitkering werd beëindigd vanwege de maximale termijn en ik moest daardoor een WWV uitkering aanvragen bij de Sociale Dienst in Amsterdam. Tijdens het gesprek en na mijn verhaal, vroeg de dame achter het loket, “heb je wel eens gedacht aan een baan bij ons, de Sociale Dienst? Een meisje zoals jij kunnen wij wel gebruiken.” Daar had ik inderdaad nooit aan gedacht en toen ik dan ook later, weken na het gesprek, een advertentie zag voor een “Bijstandsmaatschappelijk werker” bij de Sociale Dienst van Amsterdam, heb ik de stoute schoenen aangetrokken en gesolliciteerd. Het zou voor mij de ideale oplossing zijn: betaald werk en een stageplaats! Het was mijn 84e sollicitatie en ik had mij heilig voorgenomen dat het mijn laatste zou zijn. Ik had er genoeg van om afgebokt, afgewezen, gewogen en te licht bevonden te worden.

Inmiddels waren wij verhuisd van onze flat naar een eengezinswoning in de Bijlmer. Het huis was op het moment van de toewijzing nog niet helemaal opgeruimd en de vorige huurder moest nog vloerbedekking verwijderen. Dat heeft hij ook gedaan. Tijdens die kennismaking gaf hij ons zijn nieuwe adres, zodat wij eventuele post konden doorsturen. Ik vond het dan ook niet gek dat ik na een paar weken een telefoontje kreeg van een dame die zich alleen met een voornaam identificeerde en die vroeg of zij Cor kon spreken. Op mijn antwoord dat die er niet meer woonde, vroeg zij of ik zijn nieuwe adres kon geven. In goed vertrouwen heb ik dat gedaan.

Later werd ik gebeld door een boze mevrouw die zich identificeerde als de echtgenote van Cor. Klopte het dat ik hun adres had doorgegeven aan anderen? Op mijn bevestiging viel ze uit: de tuin van hun nieuwe huis was omgespit door een actiegroep van vrouwen in de bijstand. Het bleek dat haar man (Cor) werkte bij de Sociale Dienst en op dat moment werd er actie gevoerd tegen nieuwe verslechteringen in het bijstandsbeleid. Dat was een misser! Het is duidelijk: vanaf dat moment geef ik nooit meer een adres of telefoonnummer door.

Wie schetst dan ook mijn schrik, dat tijdens het sollicitatiegesprek voor de functie van bijstandsmaatschappelijk werker, ik in de sollicitatiecommissie de vorige bewoner van ons huis zie zitten. De man die ik de vloerbedekking had laten verwijderen en de bijstandsvrouwen op zijn dak gestuurd had! Gelukkig trok hij er zich niets van aan. Het was een fijn gesprek en er was maar een opmerking. Ik had gesolliciteerd naar een baan voor vier dagen omdat ik een dag per week naar school ging. Dat kon niet. Er was nu formatie en dus was het vijf dagen of de baan ging niet door. Natuurlijk koos ik voor vijf dagen. Dan maar geen opleiding, dat komt later wel weer, eerst werk.

Ik had een baan en nog wel bij de Sociale Dienst van Amsterdam in de Bijlmer. Achter het loket in plaats van ervoor. Ik was dolgelukkig.

Vandaag had de telegraaf een prachtige foto, ik hoop niet dat ze het erg vinden dat ik de foto “leen” voor mijn blogje. Het is fijn om te zien dat er nog mensen zijn die kunnen lachen, toch?

Begin ik nu rechts te worden?  Heeft mijn oom die ons ooit voorhield dat links blijven betekent dat je gek bent, gelijk gekregen?

Ik heb verteld dat ik straks gedwongen verhuis naar een koopwoning, omdat ik over drie jaar de huur van mijn huis niet langer kan betalen. Kennelijk heeft het koppel Rutte-Samsom ook mijn blogje gelezen, want mijn “winst” is snel afgeroomd. Via de website plukwijzer2012 heb ik uitgerekend wat dit kabinet ons gaat kosten. Het ziet ernaar uit dat ik een krappe 200 euro per maand extra aan ziektekostenpremie kwijt ben. Daar is dan wel het belastingvoordeel in verrekend,  doordat de inkomstenbelasting daalt. Wel hebben wij door de aankoop van het huis de schade kunnen beperken. Was ik in onze huurwoning blijven zitten, dan was het bedrag dat ik moet inleveren nog hoger geweest.

Het is toch een rare wereld. Ik wil best betalen voor de minder bedeelden. Ik wil best solidair zijn met mensen die minder geluk hebben. Maar wat er nu gebeurt is dat ik mijn huis uit moet omdat ik dat niet meer kan betalen en daar bovenop moet dokken voor een hogere ziektekostenpremie terwijl ik gezond probeer te leven en de echt rijken buiten schot blijven.

Het was eerlijker geweest als er was gekeken naar de uitgaven van de gezinnen waarvan deze solidariteit gevraagd wordt. Het allergekste is dat personen met een echt hoog inkomen verhoudingsgewijs veel minder betalen. De middeninkomens mogen het meeste solidariteit opbrengen. Voor sommigen is dit een feestje. Een feestje waar ik niet voor uitgenodigd ben, maar waarvoor ik wel de versnaperingen mag betalen.

En de grap: straks komt dit voorstel niet door de Eerste Kamer. Dan scoort de VVD en blijkt dat zij achteraf de meeste winst geboekt hebben in de onderhandelingen. De PvdA heeft dan zoals altijd veel te veel ingeleverd. Want er is wel ingeleverd, maar niets gewonnen.

Lachen blijven jongens, ik kan het even niet.

Ik maak me zorgen. Zorgen om Iran. Als ik de oorlogszuchtige taal van de Israëlische premier Netanyahu hoor lopen me de rillingen over de rug. Het lijkt dat een beproefd concept “Wapens of mass destruction” nog een keer ingezet gaat worden. Na Irak, nu Iran.

Iran was eens de bakermat van onze beschaving. In 2008 brachten wij een bezoek aan dit prachtige land met zijn vriendelijke bevolking. In die tijd dachten wij dat het regime geen drie jaar meer zou blijven zitten. Wij kwamen alleen maar tegenstanders van dat bewind tegen en hoe kan het dat met zoveel weerstand een regering aan kan blijven? Natuurlijk was dat naïef. De Iraanse regering heeft wapens en is niet te beroerd om die tegen de eigen bevolking te gebruiken. Des te erger is de dreiging vanuit Amerika en Israel, met Europa in haar kielzog.

Want wie worden bedreigd, niet de regering van Iran, door de dreiging van buiten kunnen zij  in het zadel blijven. De vijand van buiten is immers vele malen erger dan de vijand die je kent, de eigen regering. Het helpt hen om in het zadel te blijven. Het is een argument voor een constante staat van beleg.

Iran is een buitenbeentje. De Islam die aangehangen wordt in Iran is een andere en eigenlijk “vrijere” stroming dan die bijvoorbeeld van onze bondgenoot Saoudi Arabië. Daar mogen vrouwen niet eens een auto besturen.

Als ik denk aan Iran, dan denk ik aan al die ontzettend aardige en vriendelijke mensen die ik daar ontmoet heb, zoals de bazaari op bovenstaande foto. Al die mensen die met ons op de foto wilden of die gewoon een gesprekje wilden voeren. Aan de meisjes die ons uitnodigden voor de thee. Aan onze gids die zo graag alcohol wilde drinken. Aan het trieste verhaal dat we hoorden over de voorbije oorlog met Irak, die zoveel mensenlevens gekost heeft.

De bevolking van Iran heeft steun nodig. Geen economische boycot, geen dreigementen met bombardementen.

Mijn Foto's

Huiswijn