Archive for the ‘Politiek’ Rubriek

20150709_085309 (Large)Zoals eerder verteld had ik steeds minder te doen in Zuidoost. Een collega en mijn Randstad coach adviseerden mij om eens om mij heen te kijken en tijdelijk iets anders te gaan doen. Vrijwel al mijn collega’s uit de staf van Zuidoost waren vertrokken en hadden andere banen binnen de dienst geaccepteerd of waren elders gedetacheerd.

Ik had via via gehoord dat er bij Maatwerk Amsterdam (een re-integratie onderdeel van de gemeente) een tijdelijke baan vrij was gekomen voor een accountmanager Scholing. Aangezien blijven niet echt een optie was, heb ik gesolliciteerd naar deze baan. Ik kreeg een gesprek met de teammanager en twee jonge vrouwen die mijn collega’s zouden worden. Het was een leuk gesprek en ik heb de baan op detacheringsbasis voor de duur van zes maanden geaccepteerd.

Dat was wel even wennen. De meiden op de afdeling spraken de hele dag over hun weekeinde, vriendjes enz. Een stadium dat ik toch al enige tijd achter mij gelaten had. Ik had genoeg te doen, maar ik kan niet zeggen dat het een intellectuele uitdaging was. Als intermezzo best te doen, maar het moest niet echt lang gaan duren. Daar kwam bij dat ik met een van de beide collega’s geen lekkere werkrelatie had. Zij probeerde de baas over mij te spelen en schoof werk op mij af. Daar kan ik niet goed tegen. Ik hield zoveel mogelijk mijn mond dicht, maar het bloed kroop af en toe waar het niet gaan kon….

Intussen was ik nog steeds in afwachting wat er met mij zou gebeuren. Was er nog een plek voor mij in de nieuwe organisatie? Het assessment was al weer enige tijd geleden en het sollicitatiecircus draaide volop. Er werd over niets anders meer gesproken. Zal ik wel of zal ik niet. De meiden van de afdeling waar ik werkte moesten ook kiezen: blijven en een onzekere toekomst tegemoet, of solliciteren naar de baan van re-integratieconsulent bij het op te richten Werkbedrijf Amsterdam, een fusie tussen Pantar en de re-integratiepoot van DWI.

Intussen ging het werk gewoon door. Ik bemiddelde tussen personen die op advies van hun re-integratieconsulent een opleiding gingen volgen en de bedrijven waar de opleiding ingekocht werd. Ik  legde werkbezoeken af en probeerde een beeld te krijgen van de aangeboden diensten. Het belangrijkste dat mij van die periode is bijgebleven, is dat de administratie van de ROC’s in die tijd een puinhoop was. Iedere dag moest ik wel een paar keer bellen om te vragen wat er gebeurd was met een aanmelding van een klant. Negen van de tien keer werd ik verwezen naar een andere vestiging of afdeling om na lang en veel bellen  – maar niet altijd – een antwoord te krijgen. Intussen stond er dan een re-integratieconsulent aan mijn bureau te stuiteren waar het plaatsingsbericht van zijn of haar klant bleef.

Mijn beste herinnering aan Maatwerk is de laatste Maatwerkdag een jaarlijks personeelsfeest. Maatwerk zou worden opgeheven en voor deze laatste keer werd er groots uitgepakt. Een uitje naar het strand met het gehele personeel, waar wij de hele dag bezig gehouden werden met workshops, spelletjes en andere activiteiten en ’s avonds een geweldige BBQ. Zo kregen we een workshop sushi maken, cocktails mixen en schilderen. Als aandenken heb ik nog steeds een klein schilderijtje – zie bovenaan deze posting – dat ik die dag gemaakt heb.

 

IMG_20150105_093415Dit blog loopt een beetje uit de hand. Ik was eigenlijk van plan om in dertien afleveringen mijn arbeidsverleden in liefdevolle herinnering door te nemen, onder het motto: “13 baantjes, 12 ongelukken”. Mijn publieke afscheid van mijn werkzame leven. Een soort van rouwverwerking.

Het pakt alleen helemaal anders uit. Eenmaal begonnen schrijft het verhaal zichzelf en begint het langzaamaan te lijken op een beknopte geschiedenis van de laatste 29 jaar van de Sociale Dienst Amsterdam met de nadruk op Zuidoost. Het stadsdeel waar ik 16 jaar gewerkt heb.

Er is veel dat ik zou kunnen vertellen, maar zich niet leent voor internet. Er is inderdaad meer dan wat hier staat, ik claim dan ook niet volledig te zijn. We hebben heel wat gekke dingen meegemaakt in die 29 jaar. Dus lieve collega’s. Ik ben al die malle zaken niet vergeten, maar ik bewaar ze voor een ander moment.

VliegrampIk zal het nooit vergeten 4 oktober 1992: ik was bezig de tafel te dekken voor het avondeten, toen ik een raar geluid hoorde. Het leek op een soort hortende stofzuiger, maar dan veel harder. Ik dacht nog even “het zal toch niet” en daarna een grote klap. Alles in huis schudde. Buiten, was achter de torenflat van Kralenbeek een enorme vuurzuil te zien. Een vliegtuig van El-Al was neergestort op de flat Kruitberg.

Jaren lang heb ik familie en kennissen voorspelt dat dit een keer zou gebeuren. Ik was bang voor de vliegtuigen die in de Bijlmer elke 2 á 3 minuten overvliegen. Het was zo erg dat mijn man gezegd had, dat als ik er nog één keer over een neerstortend vliegtuig zou beginnen, hij zich van mij zou laten scheiden. Ik had nog ongeveer een week voor de ramp  gedroomd dat er een vliegtuig op de Groesbeekdreef zou neerstorten. Ik bekeek daarom het hele schouwspel met ongeloof. Dit kon niet waar zijn. Mijn grootste angst werd werkelijkheid.

Wij renden naar buiten, de telefoon werkte niet meer, dus wij konden geen Politie of Brandweer bellen. Op de Karspeldreef stonden de auto’s midden op de weg stil. Iedereen keek naar dat vreselijke schouwspel. Er was nog geen brandweer of politie. Op het moment dat wij op de rampplek aankwamen was er ook nog niet die uitslaande brand die later kwam. Wel hoorde je de doffe knallen van, volgens andere omstanders, ontploffende gasleidingen. Mensen renden de flat in om te kijken of er bewoners gered konden worden. Ik zie nog de man voor me die met zijn keukentrap een galerij probeerde te bereiken om zo mensen te helpen ontsnappen. Het was een vreselijk tafereel. Op het maaiveld voor de flat lag een lange strook brandend materiaal. Dit bleek later een vleugel te zijn. Op zo’n moment besef je hoe groot zo’n vliegtuig eigenlijk is. Wij konden niets doen voor de slachtoffers en zijn terug naar huis gegaan en hebben de televisie aangezet. Daar was het al snel het hoofdnieuws.

Na mijn ziekteperiode werd mijn eerste opdracht het verstrekken van financiële noodhulp aan slachtoffers van de Bijlmer vliegramp. In het kantoor van de woningcorporatie Nieuw Amsterdam was een kantoortje gecreëerd waar wij bewoners een bedrag konden geven waarmee zij de eerste periode na de ramp konden overbruggen. Dit bedrag was een voorschot op een te verwachte uitkering van Boeing of El-Al. Een collega en ik zaten in een kamertje achter een bureau met in een lade 25.000 gulden. Mensen die konden aantonen dat zij woonachtig geweest waren in de flat, konden afhankelijk van hun gezinssituatie, een voorschot krijgen van enkele duizenden guldens. Het voorschot werd contant en ter plekke uitbetaald. Zo deelden wij twee weken lang duizenden guldens uit. Na werktijd werd ’s avonds het resterende bedrag in de kluis van Nieuw Amsterdam weggesloten.

Hoe wij aan die 25.000 gulden gekomen waren is op zich een mooi verhaal. De banken waren die dag dicht, maar er moest snel geld komen. Een medewerker van de afdeling Financiën werd daarom met een aktetas langs de rayonkantoren gestuurd om daar zoveel mogelijk contant geld op te halen. Zonder enige vorm van bewaking ging hij in het openbaar vervoer langs de kantoren voor zijn “boodschappen”. Het opgehaalde bedrag werd keurig afgeleverd bij Nieuw Amsterdam, waar wij het geld uitdeelden aan de bewoners. Gelukkig is het goed gegaan en had niemand in de gaten wat er in de aktetas zat.

Hoe toonden die bewoners aan dat ze in Kruitberg of Groeneveen (de getroffen flats) woonden? Dat kon met post op hun naam en met een adres in de getroffen flat. Van Nieuw Amsterdam kregen wij een plattegrond van de flat, met daarop alle huisnummers. Aan de hand van die plattegrond konden wij dan controleren of het huisnummer bestond en of de woning volgens de administratie van Nieuw Amsterdam bewoond was. Verder noteerden we de naam en andere personalia van de betreffende bewoner. Die kreeg later een beschikking met de toekenning en de voorwaarden. Ook moesten de bewoners een machtiging tekenen voor ontvangst en eventuele latere verrekening als de uitkering van Boeing of El-Al betaald zou worden.

Na ongeveer twee weken hadden wij alle in aanmerking komende bewoners geholpen en ging ik weer “gewoon” aan het werk in Oost. Maar niet voor lang, want ik had een vacature voor kwaliteitsmedewerker in Zuidoost gezien.

De Sociale Dienst Amsterdam werd in de periode 1981 – 1992 gekenmerkt door veranderingen. De “Reo 92”. Veranderingen in de organisatie zelf en veranderingen in de organisatie van het werk.

Door rayonering wilde men komen tot betere dienstverlening, dichter bij de burger. In de loop van 1981 en 1982 werden daartoe een zevental rayonkantoren geopend.
In 1984 werd besloten niet alleen de binnendienst en buitendienst, het aanvragen van- en het beslissen over uitkeringen, maar de gehele organisatie van betaalbaarstelling van uitkeringen te decentraliseren. De sectie Uitkeringen en Vorderingen (U.V.) moest daartoe gerayoneerd worden wat in 1987 was voltooid. De rayonering van de dienst kwam steeds meer in het teken te staan van het gemeentebrede proces van binnengemeentelijke decentralisatie. Op 14 juni 1989 werd door de Gemeenteraad besloten niet de gehele dienst te decentraliseren maar voorlopig een centrale dienst in stand te houden met in elk stadsdeel een vestiging. Het aantal rayonkantoren nam daardoor toe, in 1997 telde de dienst 17 locaties.

Door de toenemende werkloosheid in de jaren 1980 tot en met 1985 nam de werkdruk toe. Om de dienstverlening op peil te houden werkte de GSD mee aan een landelijk geautomatiseerd systeem voor informatieverwerking voor sociale diensten genaamd “Overdracht aan Personen (O.P.)”. In 1981 en 1982 werd dit systeem ingevoerd.

In 1985 verscheen de nota “De Sociale Dienst in de Branding”. Met name de kwaliteit van de dienstverlening en richtlijnen en uitgangspunten met betrekking tot fraudebestrijding kwamen daarin aan bod. Deze nota werd in 1988 opgevolgd door de nota “De Sociale Dienst op weg naar verbetering van Kwaliteit” en een evaluatierapport uit 1990. In 1989 begon men een reorganisatie voor te bereiden die in 1992 werd voltooid. Voor alle afzonderlijke medewerkers bepaalde men opnieuw wat er met hun functie zou gebeuren. (bron: stadsarchief Amsterdam)

Dat gebeurde dus ook met mijn baan. Bij iedere reorganisatie zat ik opnieuw in de stress. Het spookbeeld van werkloosheid speelde altijd door mijn hoofd. Ik heb in de 29 jaar bij de gemeente Amsterdam zeker 11 reorganisaties meegemaakt. Variërend van kleine, tot heel grote. Tot ontslag is het nooit gekomen, in tegendeel, meestal was het een kans. Een groeikans.

Aanstellingsbesluit reo 1992De Bijlmermeer was het meest roerige stukje Amsterdam. Niet alleen door de problemen in de wijk, de hoge huren en de constante instroom van nieuwe bevolkingsgroepen, maar ook het rayonkantoor Bijlmermeer was een aparte enclave binnen de GSD.

Ik heb er nooit precies de vinger op kunnen leggen, maar er waren veel spanningen tussen het management. Je had naast de groepschefs, een chef binnendienst en een chef buitendienst en daar weer boven een rayonmanager. De verhoudingen tussen de chef buitendienst en sommige groepschefs was niet geweldig. Ook waren er spanningen tussen de groepschefs onderling. Doorheen speelden allerhande etnische vooroordelen. Er heerste bij sommige personen een sfeer van cliëntelisme. Voor wat, hoort wat. Het mocht niet hard uitgesproken worden en het werd ontkent, maar een feit is dat er sprake was van allerhande “bondjes” waarbij mensen probeerden elkaar een voet dwars te zetten. De acties waren voornamelijk tegen de chef buitendienst gericht en sommige witte groepschefs. Het woord “discriminatie” lag in de mond bestorven. Het gevolg was dat er meerdere onderzoeken kwamen naar de bedrijfscultuur in Zuidoost die alle tot doel hadden te komen tot betere verhoudingen en werksfeer.

Ook speelde in die tijd een continue actie van het Parool, waarin voor mijn gevoel bijna dagelijks werd “ingehakt” op de medewerkers van de Sociale Dienst. Dat creëerde een sfeer waarin wij het gevoel hadden dagelijks tegen de bierkaai in te zwemmen. In 2001 ontstond een crisis tussen de rayonmanagers en de directie van de GSD, waardoor de situatie verder verslechterde. Er was nog steeds sprake van een groot personeelsgebrek en een grote werkdruk. Het bleef roeien met de riemen die we hadden waardoor zaken als fraude en rechtmatigheid van de uitkeringen ondergesneeuwd raakten.

Zo kan ik mij nog goed herinneren hoe de heronderzoeken “afgehandeld” werden. Stapels formulieren werden “teruggemeld” in het systeem, zonder dat er verder naar gekeken werd. Er was gewoon geen tijd om hier aandacht aan te besteden, er was een hoog ziekteverzuim en afdelingen waren meestentijds onderbemenst. In de tussentijd was er weer een nieuwe directeur aangesteld over wie de gekste verhalen in de rondte gingen. Het was volgens deze verhalen een “aparte” dame die weinig respect kon opbrengen voor de rayonmanagers. Dit leidde dan ook tot een aanvaring die afgesloten werd met het vertrek van deze directeur.

In een onderzoek van accountantskantoor KPMG van 30 maart werd over een niet werkbare situatie gesproken, 8 Rayonmanagers zegden het vertrouwen in de directeur, mevrouw Y. Baune, op die daarop haar functie neerlegde. Zij werd opgevolgd door drie achtereenvolgens optredende directeuren die slechts korte tijd hun functie vervulden.

Ik heb in de jaren bij de Sociale Dienst en haar opvolgers DWI en IWP heel wat directeuren en leidinggevenden zien komen en gaan. “Overvliegend management” noemden wij dat. Ze komen, schijten wat, en gaan weer heen. Onder deze titel publiceerde De Telegraaf een artikel over de crisis na het vertrek van mevrouw Baune.

AMSTERDAM – De sociale dienst in Amsterdam blijkt een enorme achterstand te hebben bij het natrekken van mogelijke bijstandsfraude. Meer dan 50.000 dossiers, die werden aangelegd na tips van de Belastingdienst, wachten nog op nader onderzoek. In het ergste geval beloopt het totale fraudebedrag ƒ65 miljoen.

Dit blijkt uit het eerste rapport van de interim-directeur van de Gemeentelijke Sociale Dienst (GSD), Jan Maurits de Jonge. Hij moet orde op zaken stellen bij de dienst na het gedwongen vertrek van de directieleden Yvonne Baune en Wim van Lijnschoten, die na een vernietigend KPMG-rapport over hun functioneren moesten opstappen.

Het rapport van De Jonge bevestigt het beeld dat de onderzoekers van KPMG aantroffen: binnen de GSD heerst een chaotische bedrijfsvoering, zodat nauwelijks te meten valt of de taken worden uitgevoerd.

De Jonge trof als erfenis van Baune een sfeer van wantrouwen en falende communicatie aan. Hij maakt zich zorgen over de mentaliteit van het personeel, waarvan volgens hem veertig procent niet in staat zou zijn de benodigde omslag te maken om goed te kunnen functioneren. De Jonge signaleert verder ‘overvliegend management’; een massaal komen en gaan van top- en middenkader.

 

Vervanging MW1 - 1990In december 1989 werd ik benoemd tot waarnemend MW1 (Maatschappelijk Werkende 1e klas). Vanaf dat moment mocht ik beslissingen nemen op aanvragen om bijstand.

Vroeger was het zo dat de beslisser, MW1 of groepschef zijn akkoord tekende met een rode pen. De chef binnendienst die de niveau 2 beslissingen nam, met een groene, en de rayonmanager die de beslissingen nam waarvoor een akkoord op het een na hoogste niveau nodig was met zwart. Vandaar dat MW1’s nog wel eens werden uitgemaakt voor roodschrijvertjes.

Er was een getrapte beslisstructuur. De gewone beslissingen op bijstandsaanvragen werden genomen door de MW1 en de groepschef. Beslissingen waarbij bijvoorbeeld sprake was van een afwijzing van een huurschuldsanering van een eenoudergezin was een niveau 2 beslissing, die genomen werd door de chef buitendienst, en als die niet aanwezig was, de rayonmanager. Ook konden beslissingen waarbij de MW1 of groepschef het niet eens konden worden met de medewerker voorgelegd worden aan het RAC. De Rayon Advies Commissie. Het RAC werd gevormd door een aantal medewerkers, MW1 en groepschefs. De medewerker kon dan in het RAC zijn advies verdedigen. Beslissingen over het afschrijven van vorderingen werden genomen in het hoofdkantoor, door de hoofdambtenaar, in mijn tijd Piet van Dalen.

Voorwaarde bij mijn bevordering tot MW1 was dat ik de toetsopleiding zou volgen. Dat heb ik met plezier gedaan en vanzelf heb ik de opleiding met succes afgesloten.

Mijn waarneming werd keer op keer verlengd. In het kader van de “Reo 92” werd in 1990 de functie van MW1 en groepschef opgeheven en vervangen door de nieuwe beslisfunctie. De beslisser had niet langer de verantwoordelijkheid voor de aansturing van een team. Dit werd overgenomen door de nieuwe Unitchef.

Ik heb de functie van MW1 waargenomen tot 1 december 1990. Per die datum werd ik benoemd tot beslisser onderzoek en bevorderd naar de rang van hoofdcommies A. Hoe die bevordering ging vertel ik in een ander bericht.

Bevordering hoofdcommies A - 1991

 

Mijn Foto's

Huiswijn