Archive for the ‘Humor’ Rubriek

fokkeensukkesolliciteren2En toen gebeurde het: ik werd uitgenodigd voor een sollicitatiegesprek. Niet voor de functie van Senior Beleidsadviseur, maar voor de functie van teammanager. Kennelijk had het verslag van het assessment voor de selectiecommissie de doorslag gegeven. Het is een van de gekste en vrolijkste sollicitatiegesprekken geworden uit mijn carrière.

De sollicitatiecommissie bestond uit twee managers waar ik in het verleden al eens mee samengewerkt had en werd in een vrolijke en grappende sfeer gevoerd. Zo werd aan mij gevraagd waarom bij mijn sollicitatie geen aanbeveling van mijn teammanager bijgevoegd was. Die had ik niet, want mijn teammanager was een van de eersten die het zinkende schip in Zuidoost verlaten had. Wel had een collega van mij, waar ik de laatste maanden veel mee samengewerkt had, een aanbevelingsbrief geschreven. Op de vraag waarom ik die brief bijgevoegd had en niet een van mijn (ex) manager, vertelde ik naar waarheid  dat mijn manager als gevolg van de slechte vooruitzichten vertrokken was. Dat ik zelfsturend was en dat de bewuste collega mij wilde helpen. Nu bleek die collega toevallig een goede bekende van een van de managers te zijn waar ik het gesprek mee voerde. Of dat geholpen heeft?

Het gesprek ging verder met de vraag waar was ik goed in was. Ik nam het gesprek niet serieus. Ik wilde de baan van teammanager niet hebben, dus ik kon mij permitteren dodelijk eerlijk te zijn. Als antwoord vertelde ik daarom niet wat ik wel  kon, maar wat ik niet  kon. Ik kan niet rekenen. Dat wil zeggen: ik heb huisvrouwen verstand. Ik kom altijd uit met mijn geld, maar ik kan geen formulesommen maken of mooie Excel of Access overzichten met diagrammen. Ik hou van hard werken, maar heb weinig geduld met mensen die drie keer uitleg nodig hebben. Ik had wel ideeën over wat ik anders zou willen doen als ik manager werd. Mijn jaarlijkse ergernis over slecht geregelde vakantievervangingen, waardoor werk blijft liggen. Over het gebrek aan informatie, over het gebrek aan sturing op kwaliteit en ga zo maar door. We hebben wat afgelachen tijdens dat gesprek. Ik ging vrolijk en overtuigd dat het niets zou worden naar huis.

Intussen werkte ik gewoon verder bij Maatwerk. Op een gegeven moment zouden wij te horen krijgen of wij geplaatst waren. De was/wordt lijst werd bekend gemaakt en dan konden we zelf kijken waar wij terecht gekomen waren. De mensen die gesolliciteerd hadden zouden persoonlijk bericht krijgen. De bewuste dag hoor ik niets, tot ik ’s avonds laat opgebeld wordt. Gefeliciteerd! Je bent geplaatst als manager van de FB & P., een onderdeel van het Werkbedrijf Amsterdam. Ik rolde uit mijn stoel. Natuurlijk was ik blij. Een bevordering, salarisverhoging en een nieuwe, onverwachte uitdaging. Dit had ik echt nooit verwacht. Ik was helemaal van slag.

De reactie van een collega bij Maatwerk was grappig. De collega waar ik wel eens een aanvaring mee had, schrok toen ik haar er op wees dat zij het risico liep dat ik haar manager zou worden. Zij had toch gesolliciteerd naar de functie van re-integratie consulent? Vanaf dat moment had ik geen centje last meer met haar. Dat beeld bezorgde haar duidelijk rillingen 🙂 De overige collega’s wensten mij geluk. Maar zelf moest ik nog wennen aan het beeld van mijzelf als manager. Het was een hele omschakeling. Ik zag mijzelf niet als manager, maar ik was van plan om er succes van te maken.

20150705_142134Het gevolg van de reorganisatie was dat ik kon kiezen: demoveren met behoud van salaris naar een lagere functie of solliciteren naar een andere functie. Vanzelf werd het solliciteren. Mijn regiomanager Bert H. steunde mij zoveel mogelijk.  Ik kreeg een loopbaanoriëntatie traject aangeboden bij Randstad in Amstelveen. Een aanbod dat ik met beide handen aangepakt heb. Natuurlijk bood ook de Dienst mij een vergelijkbaar traject, een groepsgesprek met andere “slachtoffers” van deze reorganisatie, maar dat was als ik het mij goed herinner één bijeenkomst. De uitkomst van deze bijeenkomst was, hoe kan het ook anders, dat ik niets anders wilde. Ik had het zo naar mijn zin. Ik voelde mij gewaardeerd door mijn collega’s. Ik zat in het stadsdeel waar ik mijn hart aan verpand had. Ik wilde gewoon blijven waar ik was, ik wilde niets anders. Tijdens deze training kreeg ik wel een heel nuttige DVD: Loopbaanplan. Een thuiscursus loopbaanoriëntatie. Terwijl ik dit schrijf realiseer ik mij dat het misschien geen slecht idee is om de DVD weer eens uit zijn doosje te halen en opnieuw de vier modules te doorlopen. Wellicht levert het nuttige inzichten op, waar ik in de nabije toekomst verder mee kan.

Tijdens het loopbaanoriëntatie traject bij Randstad kreeg ik wekelijkse gesprekken met een coach en map met huiswerkopdrachten. De gesprekken hielpen mij om afstand te nemen van mijn werk en bij het verruimen van mijn blik en daardoor bij het verbreden van mijn mogelijkheden. Het advies van mijn coach was om eens te denken aan leidinggeven. Een mogelijkheid waar ik eigenlijk niet voor open stond. Maar het kan gek lopen.

Omdat mijn baan verviel kreeg ik allerhande formulieren in te vullen waaronder formulieren waar ik mijn voorkeur voor banen kon opgeven. Voor mij was er eigenlijk maar een die ik wilde. Als ik dan toch een andere baan moest kiezen, vooruit dan maar, dan werd het senior beleidsmedewerker in het hoofdkantoor aan de Jan van Galenstraat. En die baan zou ik toch nooit krijgen, ik had al eens eerder naar die baan gesolliciteerd en was afgewezen. Ook moest er voor deze functie een assessment afgelegd worden. Aangezien ik altijd al een assessment had willen doen heb ik als eerste voorkeur de functie van senior beleidsadviseur en op advies van mijn coach, als tweede keuze de functie van teammanager ingevuld.  Bert H. , die zelf ook moest solliciteren en een assessment afleggen, gaf mij een boek met daarin allerhande tests, zodat ik kon oefenen.

In mijn vrije tijd maakte ik thuis alle intelligentietests die er maar op het internet te vinden zijn en heb ik het boek van kaft tot kaft gelezen en alle oefeningen gemaakt. Helaas werd ik daar niet slimmer van: ik was net geen imbeciel. Mijn IQ kwam keer op keer niet boven de 85. Ik ben nu eenmaal vreselijk slecht in al die cijferreeksen. In het begin lukt het nog wel, maar zodra ze ingewikkelder worden gaat het mis. Ook heb ik geen ruimtelijk inzicht. Die blokjes zeggen mij  niets. Met de vragen gaat het beter. Logisch redeneren kan ik wel. En na al die jaren bij de sociale dienst krijg je ook wel wat mensenkennis. Al met al ging ik goed voorbereid naar het assessment.

In de wachtkamer trof ik een tweetal collega’s. Het ging om teammanagers die verplicht een assessment moesten doen als voorwaarde voor herplaatsing. Zij baalden behoorlijk en wij bespraken dan ook uitgebreid de onrechtvaardigheid van deze reorganisatie. In de wachtkamer komt op een geven moment een jonge man binnen. Hij ging na een korte begroeting zitten. Het was geen bekende van ons en wij kletsen gezellig verder over de reo en wat dat allemaal met ons doet. De man begint in tussen een beetje te zuchten en te draaien. Waarop ik aan hem vraag of hij last heeft van ons gekwebbel en of wij wat rustiger moeten doen. Na een ontkenning stapt hij op en verlaat de wachtkamer. Kort daarop worden wij door een medewerker naar binnen geroepen. Het assessment begon met de gehate vragenlijsten. De lange rijen cijfers, figuren e.d. Nadat ik die ingevuld had werd ik binnengeroepen voor een rollenspel. Het onderwerp was een jonge man die altijd goed gefunctioneerd had, maar die sinds een maand of drie veel verzuimde. De opdracht was dat ik er achter moest zien te komen wat er aan de hand was.

Als iemand altijd goed gefunctioneerd heeft en plotseling gaat het mis, dan is er natuurlijk iets aan de hand. Ik informeerde dus hoe het met hem ging en op zijn “goed”, vroeg ik of er niet echt iets aan de hand was en of hij bereid was dat aan mij te vertellen. Natuurlijk ging dat niet makkelijk en was er heel wat heen en weer gevraag nodig, maar uiteindelijk kwam het hoge woord er uit en maakten wij een afspraak dat hij het een poosje kalm aan zou doen en wij wekelijks gesprekken zouden hebben over de voortgang van zijn situatie. Aan het eind van het rollenspel tijdens de evaluatie zegt de jonge acteur: “ik wil u wel als chef”. Waarop ik lachend antwoordde dat dat wel nooit zou gebeuren.

Ik vond het rollenspel leuk om te doen en na afloop kreeg ik na even wachten een eindgesprek met een psycholoog. Het was een prettig gesprek en na het bekijken van de uitkomsten van mijn assessment kreeg ik de uitslag te horen. Ik bleek geen imbeciel, maar wel minder geschikt als senior beleidsadviseur en geknipt voor de functie van teammanager. Ik rolde van mijn stoel, dat was wel het laatste dat ik verwacht had.

Overigens ben ik vergeten te vragen of de jonge man in de wachtkamer soms ook deel uitmaakte van het assessment. Achteraf heb ik het gevoel dat dit wel zo was. Hij gedroeg zich toch wel een beetje vreemd 🙂

Soms gebeuren er de vreemdste dingen en komen veranderingen uit onverwachte hoek. Maar daarover later meer.

HuisbezoekControle is van alle tijden. Niet alleen de zorgverzekeraars gaan achter dubieuze klanten aan. Ook de sociale dienst. Ik heb in het verleden heel wat huisbezoeken afgelegd. Iedere woensdag ging ik met een collega op pad. We hebben wat gekke gevallen meegemaakt.

In de tijd van deze verhalen waren er in de Bijlmer 18 woningcorporaties actief. Had je een huurschuld bij de een, dan vertrok je naar een woning van een andere corporatie in hetzelfde gebied. Er was grote leegstand en de corporaties waren blij als ze een huis konden verhuren. Het gevolg was dat je huurnomaden kreeg. Mensen die van de ene naar de andere woning trokken. Wij kregen dan ook veel mutaties te verwerken die ook weer gecontroleerd moesten worden. Op de afdeling hadden wij een boek waarin we al die mutaties noteerden en de samenstelling van het gezin dat er woonde. Op die manier konden we snel zien of de adreswijziging klopte en of iemand anders op de woning zat.

Inzage in het Bevolkings Register was er wel, maar niet altijd up to date. Het duurde vaak twee tot zes weken eer een mutatie in het BR verwerkt was. Los van dit probleem waren er veel schijnverlatingen. Vandaar dat de huisbezoeken een noodzakelijk onderdeel van het werk uitmaakten.

’s Ochtends vroeg stappen wij uit de lift op het adres van een eenoudergezin waarvan wij het gevoel hadden dat ze waarschijnlijk samenwoonde. Wie stapt op dat moment in de lift? De man die wij verwachtten op het adres bij mevrouw aan te treffen. Wij konden weer onverrichter zaken naar kantoor. Dat hij toevallig op dezelfde etage in de buurt van het bewuste adres in de lift stapte, is geen bewijs van samenwoning. Toch hebben wij het huisbezoek doorgezet en nog even met de bewuste mevrouw gesproken. Wij hebben haar aangeraden de samenwoning door te geven. Dit keer had ze geluk, maar wie zegt dat het een volgende keer weer zo zou gaan?

Of die andere keer dat wij aanbelden bij een alleenstaande man voor hetzelfde: vermoeden van samenwoning. In de keuken treffen we een dame in onderbroek en Bh, die daar een eitje staat te bakken. Zijn antwoord op onze vraag wie die mevrouw was: “just some stranger visiting”. Ja, ja…

Mijn mede studenten van de HBO gruwelden: maar bij een huisbezoek controleerde ik altijd het balkon. Menig maal troffen we daar een bibberende man of vrouw. Waarop wij natuurlijk vroegen waarom dat was. De aanwezigheid van iemand hoeft geen probleem te zijn, wel een gemeenschappelijke huishouding. Voor het vaststellen van een gemeenschappelijke huishouding is wat meer nodig dan een persoon op een balkon. Het gaat om een aantoonbare financiële verwevenheid, zorg voor elkaar financieel of anderszins en in die tijd, de opgewekte schijn. Presenteert men zich aan de buitenwereld als een stel? Een gemeenschappelijke huishouding is dus niet makkelijk aan te tonen. Als mensen hun aankopen gescheiden doen. Ieder zijn eigen helft in de koelkast en klerenkast heeft en er wordt huur betaald, hoeft er geen probleem te zijn en kan je als woningdeler aangemerkt worden.

Zo herinner ik me ook nog een keer dat ik op huisbezoek ging bij een druggebruiker, waarbij een jonge vrouw met een kind zou wonen in een klein twee kamer flatje. De jonge vrouw had op dat adres een uitkering aangevraagd. Het leek ons onwaarschijnlijk dat een moeder met een kind, zelf niet verslaafd, bij een druggebruiker zou intrekken. Samen met een collega komen we aan bij een smerige flat. Het beton van de galerij voor de flat was glad van vet en vuil. In het huis was niets dat wees op de aanwezigheid van de vrouw en haar kind. Geen kleding en kinderspullen. Wel was het een vreselijke troep en heel, heel erg smerig. Op onze vraag of hij wist waar zijn inwoners waren, kon hij geen antwoord geven. Hij wist duidelijk niet waar wij het over hadden. De uitkering van de vrouw hebben wij beëindigd. Vermoedelijk woonde zij ergens bij een vriend of familie en had zij het adres nodig om aan een (hogere) uitkering te komen.

Er waren veel van dit soort zaken. Zo was er een man die zelf een baan had, maar die in een café hoofdbewonersverklaringen verkocht voor 150 gulden aan mensen die een adres nodig hadden. Er stonden op een gegeven moment 15 personen ingeschreven op het bewuste adres en dan ga je toch eens op bezoek. Vanzelf troffen we niemand aan. De hoofdbewoner was op zijn werk. Een voor een riepen we de onderhuurders op en vroegen aan hen om een tekening van het huis te maken. Als zij er woonden zouden ze toch moeten weten hoe de plattegrond van het huis er uitzag. We kregen 15 verschillende tekeningen en hebben de uitkeringen beëindigd. Het was duidelijk dat deze personen er niet woonden.

Ook hebben wij erg gelachen tijdens een huisbezoek bij een vrouw waar wij tijdens het huisbezoek een man in de huiskamer aantroffen. Volgens haar “de loodgieter”. Gek genoeg stond er een portret van de “loodgieter” naast haar bed!

Zo herinner ik mij ook nog het verhaal van een collega: hij komt binnen bij een klant op een routinecontrole en ziet daar in de huiskamer een monteur van Nuon zitten. Om hem heen zitten een paar grote, zwaar uitgevallen mannen. De man vertelt aan de collega dat hij daar is om de elektriciteit af te sluiten door een energieschuld. De aanwezige mannen waren er om de vrouw te helpen de afsluiting te voorkomen. De collega, ook niet gek, stelt daarop voor, dat zij elk 100 gulden lappen om zo de rekening te betalen. Dat was niet de bedoeling! Een voor een druipen de mannen af en laten de vrouw alleen. Waarna de monteur en mijn collega alsnog hun werk konden doen.

functioneringsJarenlang bleef het bij een voornemen: telkens aangekondigd, gestart, maar nooit afgemaakt. Functioneringsgesprekken. Ik heb een aantal keer een cursus “functioneringscyclus” mogen volgen, maar er kwam geen vervolg. De procedure werd nooit gevolgd, het planningsgesprek – waarin de agenda voor het functioneringsgesprek bepaald wordt – werd overgeslagen en afspraken “vergeten”.

Het begon al bij mijn entree. Vooraf aan de vaste aanstelling moest er in de derde en de negende maand een functioneringsgesprek gevoerd worden. Dat werd vergeten. Het gevolg was dat ik mijn gesprekken later kreeg. Dat was geen probleem, want ik kreeg een heel goede beoordeling. Daarna bleef het jarenlang rustig op het functioneringsfront. Ten tijde van de Reo ’92 wilde men de functioneringsgesprekken nieuw leven inblazen. Wij kregen allemaal een cursus over hoe de functioneringscyclus er uit zag, onze rechten en aan welke spelregels de functioneringscyclus moet voldoen. Ook na deze training, die niet alleen voor medewerkers was, maar ook voor leidinggevenden, hield men zich niet aan de afspraken.

Ik was intussen vakbondsconsulent geworden en kreeg klachten te behandelen van mensen die een slechte beoordeling gekregen hadden en soms zelfs uit hun functie gezet waren. Waar de regels met voeten getreden werden en waarbij er ook geen dossier rondom het functioneren was opgebouwd.

De regels zijn helder: er kunnen alleen consequenties aan een functioneren verbonden worden als je de hele trits: planning, functioneren, verbeterafspraken, planning, disfunctioneren etc. gevolgd hebt én als dat ook allemaal is vastgelegd in het personeelsdossier en de medewerker getekend heeft voor “akkoord” of “gezien”. De ambtenaar moet óf onbekwaam óf ongeschikt zijn. Er moeten concrete voorbeelden zijn van het disfunctioneren.

In de tijd dat ik vakbondsconsulent was, bleek dat deze procedure nooit gevolgd werd. Ontslag werd daarmee vrijwel onmogelijk ondanks dat de werkgever wel degelijk een punt had. Zo heb ik voor mensen procedures gevoerd en gewonnen, waar ik zelf ook zo mijn twijfels bij had. Het was kennelijk beleid om personeelsdossiers niet bij te houden. Duur beleid! In het CAR-UWO staat het als volgt:

In de regel wordt een medewerker als ongeschikt beschouwd wanneer zijn gedrag of zijn persoonlijkheid een goede vervulling van de functie in de weg staat. Hierbij moet wel kunnen worden aangetoond dat er inderdaad een relatie ligt tussen de slechte functievervulling en de persoonlijkheid van de medewerker. Dit is in de regel niet gemakkelijk. Een aanduiding als ‘past niet in het team’ is bijvoorbeeld onvoldoende omdat hiermee geen directe relatie wordt gelegd tussen de inhoud van de functie en het functioneren van de medewerker als individu. Ook mag de ongeschiktheid niet het gevolg zijn van ziekte.

of:

Een medewerker wordt als onbekwaam beschouwd wanneer hij blijvend onvoldoende kennis, vaardigheden of niveau heeft om zijn functie naar behoren te kunnen uitoefenen. In de praktijk is het onderscheid tussen ongeschiktheid en onbekwaamheid vaak moeilijk te maken en kan men een keuze beter vermijden. Terughoudendheid van deze ontslaggrond dient te worden betracht indien de gemeente zelf heeft bijgedragen aan omstandigheden die het disfunctioneren van de medewerker (mede) tot gevolg hebben.

Maar er is ook een andere, positieve kant. Managers worden door de functioneringscyclus gedwongen om tenminste periodiek met een medewerker om de tafel te gaan zitten en te spreken over het werk. Na de Reo ’92 werd het functioneringsgesprek nieuw leven in geblazen. Ik had een kersverse manager die het graag goed wilde doen. Hij was alleen altijd zo druk met zijn eigen werk, dat hij geen zicht had op wat wij, als zijn stafmedewerkers beleid, uitspookten. Hij gaf wel opdrachten, maar hield kennelijk niet bij hoe die uitgevoerd werden.

Zo kon het gebeuren dat ik op een gegeven moment uit een functioneringsgesprek kwam met een vervelend gevoel. Het was meer een ritueel dan een echt gesprek. Ik had het gevoel dat het functioneringsgesprek een klus was die hij als manager moest doen, in plaats van dat hij werkelijk geïnteresseerd was in mijn functioneren. Daar komt bij dat ik natuurlijk altijd voor de hoogste beoordeling ga. Een zesje is net zoveel werk als een acht, dus wil ik een acht. Had hij mij die acht (in dit geval een “D”) gegeven, dan had ik het er wellicht bij laten zitten. Maar dat was niet zo. Hij had mij op een aantal niet zwaarwegende punten een “C” gegeven. Vermoedelijk om de indruk te wekken dat er echt naar mijn functioneren gekeken was. Los daarvan had ik een “D” gekregen voor een onderwerp waar ik dat jaar helemaal niets mee had gedaan! Ik was boos. Ik was heel boos.

Waarom was ik zo boos? Ik was boos door het gebrek aan interesse dat sprak uit de beoordeling. Hij wist kennelijk niet wat ik dat jaar wel en niet gedaan had. Het functioneringsgesprek van het jaar daarvoor werd gewoon klakkeloos overgeschreven met hier en daar een kleine aanpassing in de beoordeling. Had hij aanmerkingen gemaakt op tekortkomingen die ik wel degelijk heb, en had hij geweten waar ik mee bezig was, dan had ik niets gezegd. Maar hij gaf mij een mindere beoordeling op punten die juist niet klopten. Hij had van het functioneringsgesprek een invuloefening gemaakt.

FugeNatuurlijk nam ik dat niet. Ik heb aan hem een brief gestuurd met daarin mijn aanmerkingen op de beoordeling en het verzoek om het gesprek nog eens over te doen.

Dat gesprek is er nooit gekomen. Wel kreeg ik een nieuw verslag van het functioneringsgesprek, waarin de gehate “C”’s omgezet waren in “D”. Heel paradoxaal werd ik daarna nog bozer. Hoe ongeïnteresseerd kan je zijn!

RENDORP-5-1960-61-gr-webIk heb altijd een hekel aan de lagere school gehad. Ik werd altijd gepest. Ik was klein en tenger en een makkelijk doelwit in tegenstelling tot mijn jongere zus, die groter en sterker was. Ik was een buitenbeentje en dat is kennelijk voldoende aanleiding voor treiteren, in elkaar geslagen of uitgescholden te worden. Als ik op de school klaagde over het gepest, kreeg ik steevast te horen “dat is geen gepest, maar geplaag”. Ik hoop wel dat moderne onderwijzers het verschil tussen pesten en plagen weten.

Zonder mijn zus had ik die tijd vast niet heelhuids overleefd. Zij reageerde met het motto “oog om oog”. Als zij wist wie mij gemept had, wachtte zij ze na schooltijd op en betaalde ze met klinkende munt terug. Op een dag nadat ik weer eens in elkaar geslagen was door een groepje kinderen, zag mijn zus een van deze kinderen op straat en gaf haar een koekje van eigen deeg. De volgende dag stond de moeder van het meisje op onze stoep om te klagen dat haar kind zomaar, zonder aanleiding,  in elkaar geslagen was. Op de klacht van de moeder reageerde mijn zus met,  oh maar die anderen krijg ik ook nog wel! Mijn zus was mijn held en mijn verdediger.

Los van het continue gepest, had ik ook een hekel aan de lessen. Je moest altijd zo veel. Als je niet bezig was met een opdracht dan moest je met je armen over elkaar zitten en je mond houden. Vooral dat laatste kostte mij moeite. Het houden aan regels kostte mij zo wie zo heel veel moeite. Lezen ging daarentegen prima. Vanaf het moment dat ik door had dat letters woorden vormen, en woorden zinnen, kon ik lezen. En dat deed ik dan ook. Ik geloof dat ik in de tweede klas van de lagere school al zo’n beetje de hele klassenbibliotheek (wij hadden een klein bibliotheekje in elke klas waar je boeken uit kon kiezen om te lezen) uitgelezen had. En tegen de tijd dat ik van school ging had ik alle boeken in de hele school gelezen, inclusief boeken waar ik een hekel aan had.

ZittenblijvenRekenen en taal zeiden mij niet zo veel. Ik zat het liefst met een boek op mijn knieën, stiekem net te doen of ik de les volgde, maar intussen las ik een boek. Echt rekenen heb ik ook nooit goed geleerd. Natuurlijk kan ik wel rekenen, een en een is twee en ook de tafels ken ik uit mijn hoofd. Maar formulesommen en het wat ingewikkelder werk heb ik mij nooit eigen kunnen maken. Ook spelling: d en dt kost mij tot op de dag van vandaag moeite. Of dat komt door al dat lezen in plaats van opletten tijdens de les weet ik niet. Je zou wel denken dat ik het zou moeten weten. Ik ben op de lagere school twee keer blijven zitten. Het zitten blijven heeft volgens mij niet geholpen om mij te motiveren voor een opleiding maar ik heb wel de lagere school afgemaakt. Al dat lezen heeft er voor gezorgd dat ik een brede interesse ontwikkeld heb voor allerhande onderwerpen en zo geholpen om toch verder in het leven te komen.

Na de lagere school had ik een probleem: wat ga ik nu doen? Bij ons thuis was een ding altijd heel helder, werken of leren, maar geen gelanterfant en teren op de zak van mijn ouders. Voor werken was ik nog te jong, dus moest ik verder leren. De keuze was eenvoudig gezien mijn eerdere prestaties op de lagere school: Huishoudschool of Mulo.  Zo jong als ik was wist een ding zeker, het huishouden is niets voor mij dus geen huishoudschool en die Mulo leek mij een voortzetting van de Lagere School en dus ook niks. Gelukkig verscheen in die tijd een artikel in de krant. De eerste vrouwelijke handlangers (tuinvrouwen) waren aangenomen bij de Gemeente Amsterdam. Dat leek mij wel wat. Werken in plantsoenen, tuinieren! Mijn moeder heeft hierop een brief geschreven aan de gemeente en gevraagd welke toelatingseisen er waren om als tuinvrouw (handlanger) bij de gemeente aan de slag te kunnen. In het antwoord werd verwezen naar de Lagere Tuinbouwschool. En die is het dus geworden.

GarfieldIk ben enthousiast met de Tuinbouwschool begonnen. Het was een nieuwe start, een nieuwe kans. De sfeer op de school was ook anders en ik was af van het gepest. Ik kreeg zelfs twee vriendinnen en een vriend: Loes, Truus en Rob. Helaas heb ik het niet de volle vier jaar volgehouden. Na drie jaar ben ik van school gegaan. Spijbelen en mijn gedrag liet te wensen over. Dat laatste van dat gedrag kon ik mij wel enigszins voorstellen, maar wat daarbij vergeten werd was dat ik niet alleen was in dat gedrag. Op een of andere manier kreeg ik altijd de schuld. Zal wel aan mijn grote mond te danken zijn geweest. Zo kan ik mij een incident herinneren waarin een ander meisje uit de klas, C., in mijn schoolagenda had zitten knoeien. Ik werd zo boos, dat ik mijn vulpen boven haar agenda heb leeg geknepen. Ik had het weer gedaan en C. lachte zich rot toen ik de klas werd uitgestuurd.

Toch verbaasde het mij dat toen ik op een dag thuis kwam, mijn ouders met een ernstig gezicht op de bank zaten en met mij wilden praten over school. Of ik school wel leuk vond en of ik misschien van school af wilde? Natuurlijk zei ik meteen ja, ik wil graag van school af, laat mij maar werken.

High20School20DropoutsThuis hadden we het niet breed ondanks dat mijn vader naast zijn baan er een krantenwijk bij had en mijn moeder parttime werkte, wat in die tijd tamelijk ongewoon was. Werken gaf mij de mogelijkheid om eindelijk eens over wat geld voor mijzelf te kunnen beschikken in plaats van die gulden zakgeld die natuurlijk nooit genoeg was en ik zou eindelijk van dat vervelende zitten in de klas verlost zijn! Vrijheid! Zo gezegd zo gedaan. Ik ging van school.

dropouts (Large)Jaren later heb ik met mijn moeder gesproken over de aanleiding voor dat gesprek dat leidde tot mijn afscheid van de Lagere Tuinbouwschool. Het bleek dat ik gezien was terwijl ik op straat liep op een moment dat ik bij school ziek gemeld was. Dit was ongeoorloofd verzuim en werd gezien als een bewijs voor mijn ongemotiveerdheid. Wat er werkelijk aan de hand was, is dat ik op dat moment mijn vader bij zijn krantenwijk hielp. Ik was aan de beterende hand na een griepje en had aangeboden mijn vader te helpen. Bij mijn ouders is nooit het muntje gevallen dat het over die keer ging. Bij hen bestond de indruk dat ik vaker verzuimde. Dat was niet zo, wel kwam ik soms te laat van pauze. Echt haast om op tijd te komen had ik niet. Maar ik was geen harde spijbelaar.

De school wilde kennelijk van mij af en ik zag mijn kans schoon, meer vrijheid en geld. Zo kwam een voorlopig einde aan mijn schoolcarrière.

Mijn Foto's

Huiswijn