Archive for the ‘Familie’ Rubriek

Bloermen in De Tuin 004 (Large)Nadat ik het vorige bericht geplaatst had, bleven de gedachten aan mijn oude school mij plagen. Waar was het toch misgegaan?

Tot op de dag van vandaag ben ik nog steeds geïnteresseerd in tuinieren en tuinen. Zie de foto’s. En als ik lekker rommel in een van mijn twee postzegeltuintjes moet ik op de gekste momenten denken aan een van mijn oude leraren van de Tuinbouwschool: meneer Biesbroek. Ik hoor hem met zijn (Friese) accent nog zeggen Di-gi-ta-lis Pur-pu-rea, Sem-per-vivum, dat is eeuw-ig le-vend. Hij was de enige leraar die het jammer vond dat ik met school stopte. In zijn klas deed ik het altijd goed. Hij gaf dan ook de praktijklessen. Die praktijklessen kregen we in Artis of bij een kwekerij in Haarlem. Daar gingen wij dan met de trein naar toe.

Op een dag terug van de praktijkles was mijn fiets weg. Gepikt! Ik balend naar huis. Mijn moeder reageerde met de suggestie om die avond naar het station te gaan en te kijken of de fiets er weer stond. En zo waar, hij stond er weer. De fiets was kennelijk door iemand “geleend” die de bus gemist had. Ik blij. Los van de trein herinner ik mij dat ik samen met twee klasgenootjes (Loes en Truus), een keer op de fiets naar de praktijkles in Haarlem ging. We hadden de reistijd schromelijk onderschat en natuurlijk kwamen we te laat aan, maar dat maakten we goed door extra hard te werken. Na de les kregen we dan 1,50 als vergoeding en dat was voor ons heel wat.

IMG_20120512_102921 (Large)De problemen begonnen toen wij in het derde jaar een richting moesten kiezen: bloemist/winkelier of hovenier. Ik wilde graag de hovenierskant op. In een winkel bloemschikken leek me niets. Ik heb nooit veel interesse gehad in de bloemisterij. Ik hield wel van bloemen, maar dat is niet genoeg voor bloemist winkelier. Veel te precies en ik miste het artistieke oog. Nee dan liever hovenier, de hele dag lekker buiten in de weer in en met tuinen. Het leek mij ook geweldig om zo’n grote maaimachine te kunnen besturen, veel leuker dan boeketten binden.

De school was het niet met mijn keuze eens. Met name de directeur de heer M. was van mening dat ik – als meisje – beter kon kiezen voor de bloemisten kant. Ik was te fijn gebouwd voor hovenier was zijn mening. Mijn vriendin Truus mocht wel. Zij was veel groter en flinker. Zij wilde na de tuinbouwschool verder leren in Boskoop, naar de Bosbouwschool. Ik denk wel eens dat ze ons er stiekem van verdachten lesbisch te zijn.

Als je dit nu leest geloof je het niet, seksisme ten top. De motivatie van meneer M. was dat ik mij niet staande zou kunnen houden in zo’n door mannen gedomineerde bedrijfstak. Er werd niet aan gedacht om het gewoon te proberen.

Amerikaanse tuinbroekIntussen werden er allerhande eisen gesteld. Zo mocht ik mijn praktijklessen niet volgen in een manchester pak zoals de jongens. Nee, mijn vriendin en ik moesten een “Amerikaanse tuinbroek” aan en dat vonden wij helemaal niets. Zo’n zwart Manchester pak van fijn ribfluweel is stukken stoerder. Los daarvan waren er nog wat andere kleine zaken die ik ervoer als pesterij en die bedoeld waren om mij met “zachte” hand de richting van de bloemisterij op te duwen. Een carrière die ik helemaal niet zag zitten. Dit, gecombineerd met een opstandige aard, heeft er toe geleid dat ik liever koos voor een betaalde baan. Toen die kans zich voordeed, greep ik die dan ook met beide handen aan.

Manchester jasjeIk zag overigens toen ik deze posting aan het maken was, dat De Mof in Amsterdam, Manchester jasjes verkoopt (wel met een mannelijk model). Wie weet koop ik er een. Dan heb ik achteraf toch nog zo’n mooi stoer jasje en trek ik in gedachten een lange neus naar meneer M.

RENDORP-5-1960-61-gr-webIk heb altijd een hekel aan de lagere school gehad. Ik werd altijd gepest. Ik was klein en tenger en een makkelijk doelwit in tegenstelling tot mijn jongere zus, die groter en sterker was. Ik was een buitenbeentje en dat is kennelijk voldoende aanleiding voor treiteren, in elkaar geslagen of uitgescholden te worden. Als ik op de school klaagde over het gepest, kreeg ik steevast te horen “dat is geen gepest, maar geplaag”. Ik hoop wel dat moderne onderwijzers het verschil tussen pesten en plagen weten.

Zonder mijn zus had ik die tijd vast niet heelhuids overleefd. Zij reageerde met het motto “oog om oog”. Als zij wist wie mij gemept had, wachtte zij ze na schooltijd op en betaalde ze met klinkende munt terug. Op een dag nadat ik weer eens in elkaar geslagen was door een groepje kinderen, zag mijn zus een van deze kinderen op straat en gaf haar een koekje van eigen deeg. De volgende dag stond de moeder van het meisje op onze stoep om te klagen dat haar kind zomaar, zonder aanleiding,  in elkaar geslagen was. Op de klacht van de moeder reageerde mijn zus met,  oh maar die anderen krijg ik ook nog wel! Mijn zus was mijn held en mijn verdediger.

Los van het continue gepest, had ik ook een hekel aan de lessen. Je moest altijd zo veel. Als je niet bezig was met een opdracht dan moest je met je armen over elkaar zitten en je mond houden. Vooral dat laatste kostte mij moeite. Het houden aan regels kostte mij zo wie zo heel veel moeite. Lezen ging daarentegen prima. Vanaf het moment dat ik door had dat letters woorden vormen, en woorden zinnen, kon ik lezen. En dat deed ik dan ook. Ik geloof dat ik in de tweede klas van de lagere school al zo’n beetje de hele klassenbibliotheek (wij hadden een klein bibliotheekje in elke klas waar je boeken uit kon kiezen om te lezen) uitgelezen had. En tegen de tijd dat ik van school ging had ik alle boeken in de hele school gelezen, inclusief boeken waar ik een hekel aan had.

ZittenblijvenRekenen en taal zeiden mij niet zo veel. Ik zat het liefst met een boek op mijn knieën, stiekem net te doen of ik de les volgde, maar intussen las ik een boek. Echt rekenen heb ik ook nooit goed geleerd. Natuurlijk kan ik wel rekenen, een en een is twee en ook de tafels ken ik uit mijn hoofd. Maar formulesommen en het wat ingewikkelder werk heb ik mij nooit eigen kunnen maken. Ook spelling: d en dt kost mij tot op de dag van vandaag moeite. Of dat komt door al dat lezen in plaats van opletten tijdens de les weet ik niet. Je zou wel denken dat ik het zou moeten weten. Ik ben op de lagere school twee keer blijven zitten. Het zitten blijven heeft volgens mij niet geholpen om mij te motiveren voor een opleiding maar ik heb wel de lagere school afgemaakt. Al dat lezen heeft er voor gezorgd dat ik een brede interesse ontwikkeld heb voor allerhande onderwerpen en zo geholpen om toch verder in het leven te komen.

Na de lagere school had ik een probleem: wat ga ik nu doen? Bij ons thuis was een ding altijd heel helder, werken of leren, maar geen gelanterfant en teren op de zak van mijn ouders. Voor werken was ik nog te jong, dus moest ik verder leren. De keuze was eenvoudig gezien mijn eerdere prestaties op de lagere school: Huishoudschool of Mulo.  Zo jong als ik was wist een ding zeker, het huishouden is niets voor mij dus geen huishoudschool en die Mulo leek mij een voortzetting van de Lagere School en dus ook niks. Gelukkig verscheen in die tijd een artikel in de krant. De eerste vrouwelijke handlangers (tuinvrouwen) waren aangenomen bij de Gemeente Amsterdam. Dat leek mij wel wat. Werken in plantsoenen, tuinieren! Mijn moeder heeft hierop een brief geschreven aan de gemeente en gevraagd welke toelatingseisen er waren om als tuinvrouw (handlanger) bij de gemeente aan de slag te kunnen. In het antwoord werd verwezen naar de Lagere Tuinbouwschool. En die is het dus geworden.

GarfieldIk ben enthousiast met de Tuinbouwschool begonnen. Het was een nieuwe start, een nieuwe kans. De sfeer op de school was ook anders en ik was af van het gepest. Ik kreeg zelfs twee vriendinnen en een vriend: Loes, Truus en Rob. Helaas heb ik het niet de volle vier jaar volgehouden. Na drie jaar ben ik van school gegaan. Spijbelen en mijn gedrag liet te wensen over. Dat laatste van dat gedrag kon ik mij wel enigszins voorstellen, maar wat daarbij vergeten werd was dat ik niet alleen was in dat gedrag. Op een of andere manier kreeg ik altijd de schuld. Zal wel aan mijn grote mond te danken zijn geweest. Zo kan ik mij een incident herinneren waarin een ander meisje uit de klas, C., in mijn schoolagenda had zitten knoeien. Ik werd zo boos, dat ik mijn vulpen boven haar agenda heb leeg geknepen. Ik had het weer gedaan en C. lachte zich rot toen ik de klas werd uitgestuurd.

Toch verbaasde het mij dat toen ik op een dag thuis kwam, mijn ouders met een ernstig gezicht op de bank zaten en met mij wilden praten over school. Of ik school wel leuk vond en of ik misschien van school af wilde? Natuurlijk zei ik meteen ja, ik wil graag van school af, laat mij maar werken.

High20School20DropoutsThuis hadden we het niet breed ondanks dat mijn vader naast zijn baan er een krantenwijk bij had en mijn moeder parttime werkte, wat in die tijd tamelijk ongewoon was. Werken gaf mij de mogelijkheid om eindelijk eens over wat geld voor mijzelf te kunnen beschikken in plaats van die gulden zakgeld die natuurlijk nooit genoeg was en ik zou eindelijk van dat vervelende zitten in de klas verlost zijn! Vrijheid! Zo gezegd zo gedaan. Ik ging van school.

dropouts (Large)Jaren later heb ik met mijn moeder gesproken over de aanleiding voor dat gesprek dat leidde tot mijn afscheid van de Lagere Tuinbouwschool. Het bleek dat ik gezien was terwijl ik op straat liep op een moment dat ik bij school ziek gemeld was. Dit was ongeoorloofd verzuim en werd gezien als een bewijs voor mijn ongemotiveerdheid. Wat er werkelijk aan de hand was, is dat ik op dat moment mijn vader bij zijn krantenwijk hielp. Ik was aan de beterende hand na een griepje en had aangeboden mijn vader te helpen. Bij mijn ouders is nooit het muntje gevallen dat het over die keer ging. Bij hen bestond de indruk dat ik vaker verzuimde. Dat was niet zo, wel kwam ik soms te laat van pauze. Echt haast om op tijd te komen had ik niet. Maar ik was geen harde spijbelaar.

De school wilde kennelijk van mij af en ik zag mijn kans schoon, meer vrijheid en geld. Zo kwam een voorlopig einde aan mijn schoolcarrière.

imageVakantie met je moeder heeft toch wel aparte kantjes, zeker als ze net een scootmobiel heeft. En in plaats van de gehele instructieles te volgen, de mevrouw na 15 minuten wegstuurt.

Zo’n scootmobiel is een geweldige uitvinding en ik was dan ook erg blij dat tijdens een wandeltocht mama wilde lopen en ik in haar scootmobiel mocht rijden. Aanvankelijk over verharde weg, maar later over een zandpad.

Geen zorg, ik croste lekker heuvel op en heuvel af, switchte van rechts naar links alsof ik nooit iets anders gedaan had. Ik begon me al echt te verheugen op het moment dat ik ook zo’n mooi apparaat zou krijgen, tot hij plotseling stil bleef staan. Geen beweging in te krijgen! Wel begon hij alarmerend te piepen.

De accu is leeg riepen mijn moeder en lief. Ik kon het niet geloven, we hadden toch geen 20 kilometer gereden? En de koplamp deed het toch nog steeds? Veiligheidsmaatregel werd er geroepen. Lampen zitten op een andere reserve accu.

En zo hard had ik nou toch ook weer niet gesjeest.

Mijn moeder begon al nerveus te worden. Wat moeten we nu, we staan midden in het bos en wie kunnen we bellen om ons te helpen? Iemand bellen kan natuurlijk altijd, wij hadden onze mobieltjes bij ons, maar of die zouden komen en of die ons gevonden zouden hebben?

Maak je niet druk, was ons advies. We komen er wel. En dus begonnen wij te duwen. Zie bijgaand bewijs. We hebben dat kreng zeker een kilometer – als het niet meer was – door het mulle zand geduwd.

Intussen belde mijn moeder de leverancier en sprak een boodschap in op het antwoord apparaat. Na een ongeveer een uur belde die gelukkig terug. Zijn vraag was: staat hij in zijn vrij?
Ja, zeggen wij anders kunnen we niet duwen.
Zegt hij: zet het apparaat stil. Zet hem van zijn vrij af en beweeg de mobiel en gaat hij dan naar voren?
Nee? Dan staat hij niet in zijn vrij. Druk nu eens de gashendel in.

En je raad het: hij reed! Door het gecros door mul zand is waarschijnlijk de hendel van het apparaat verschoven naar zijn vrij waardoor hij niet verder kon. Of, en dat is de tweede optie: het was nogal warm weer en de motor is daardoor oververhit geraakt. Door het duwen kon de motor afkoelen waardoor hij het een uurtje later weer deed. Wat het ook was, we hebben de meneer bedankt voor zijn advies en zijn opgelucht verder door het bos gereden tot de verharde weg.

Mijn moeder heeft hierop gezworen nooit meer van het gebaande pad af te gaan.

En wij? Wij hebben ons slap gelachen. Het was een zotte bedoening die menig zweetdruppeltje gekost heeft. Wat ook weer niet zo slecht is, want met iedere dag wijn en aardbeien met slagroom wordt ik er ook niet magerder op.

37_Werklozen (Custom) (Large)Een aantal jaar geleden is mijn broer onvrijwillig werkloos geworden. Hij heeft over deze periode en zijn ervaringen (lees ergernissen) met het UWV een dagboek bijgehouden.

Dit dagboek is hij nu stukje bij beetje aan het publiceren op de website Ik en het UWV.

Uit zijn blog blijkt dat er nog veel valt te verbeteren bij het UWV. Kennelijk is men niet gewend om met mondige, goed Nederlands sprekende mensen met een uitgebreid arbeidsverleden om te gaan. Respect is blijkbaar ook een klein probleempje bij sommige medewerkers van het UWV.  Je bent werkloos en zal het weten ook.

Helaas heeft hij nog steeds geen werk, maar nu wel een bezigheid 😉

 

Na het bezoek aan de tempel van Hatsjeptsoet en het obligate albastfabriekje  reden we nog even naar de Kolossen van Memnon om daarna terug te keren naar de boot. De volgende dag gaan we naar huis en hebben een lange reis voor de boeg.

Elke dag bereidde onze kamerjongen een verrassing. Ook vandaag. Van schone handdoeken maakt hij mooiste figuren: zwanen, een olifant, een krokodil en deze aap.

De volgende ochtend stonden we om 04.00 op om het vliegtuig van Luxor naar Caïro te halen en van daar naar Amsterdam.  Jammer genoeg geen rechtstreekse vlucht. Hier de familie voor de piramide van Djoser. Een herinnering aan een mooie reis.

Mijn Foto's

2017-05-19.jpg