Archive for the ‘Diversen’ Rubriek

BonusNiet alleen in het bankwezen worden bonussen uitgedeeld. Ook binnen de gemeente. Tegenwoordig wordt er aan het team gevraagd om een medewerker voor te dragen waarvan je vindt dat die een bonus verdient. Vroeger was dat anders.

Ik heb in het verleden ook wel bonussen gekregen. Soms een grote (de grootste was 500,-euro), meestal een van 250,- euro. Vaak verdiend maar ik kan mij ook een keer herinneren dat ik mij afvroeg waar ik de bonus aan te danken had, aangezien ik dat jaar niets bijzonders gedaan had.

Bonussen zijn een gek ding. Doelstelling is om waardering uit te drukken voor prestaties. Prestaties die beter zijn dan gemiddeld, of voor goede resultaten. Bij de gemeente is het beleid mij nooit helemaal duidelijk geworden. Soms had ik de indruk dat het afhankelijk was van de relatie die je had met je leidinggevende. Het zijn ook vaak dezelfde mensen die de bonus krijgen. Ik kan mij een uitzondering op deze regel herinneren.

Er waren in Zuidoost grote achterstanden in de heronderzoeken. De periodieke hercontroles op de rechtmatigheid en doelmatigheid van de uitkering. Er werd aan medewerkers gevraagd of zij bereid waren om op zaterdag over te werken. Als beloning werd 50,- euro per heronderzoek in het vooruitzicht gesteld. Vanzelf zat het kantoor op zaterdag vol. Zo wilde iedereen wel productie draaien. Ik heb geweigerd en niet meegedaan aan deze “dweilactie”. Van het verstrekken van deze bonus ging volgens mij een volkomen verkeerd signaal uit: “laat de boel maar slabakken, dan komt er later een lucratieve inhaalactie.” Mijns inziens had het management beter moeten sturen en de workload bewaken. Als dat was gebeurd had de gemeente deze extra beloning in eigen zak kunnen houden.

Aan de andere kant worden bonussen snel gewoonte. Je gaat er op rekenen dat je aan het einde van het jaar iets extra’s krijgt. Het is geen beloning meer, maar een vast onderdeel van je salaris geworden.

De beste beloning vond ik de brieven die ik aan het einde van het jaar van Theo G. kreeg. De rayonmanager die een “doehetzelver” was. Als hij een bonus gaf, werd die vergezeld van een brief waarin hij schreef waarom je de bonus kreeg en wat hij in het afgelopen jaar van je inspanningen gezien had. Het zijn heel persoonlijke brieven die ik nog steeds in mijn bezit heb en waar ik meer waarde aan hecht dan de geldelijke beloning die er bij zat. Waardering is voor mij de grootste incentive en waardevoller dan geld.

functioneringsJarenlang bleef het bij een voornemen: telkens aangekondigd, gestart, maar nooit afgemaakt. Functioneringsgesprekken. Ik heb een aantal keer een cursus “functioneringscyclus” mogen volgen, maar er kwam geen vervolg. De procedure werd nooit gevolgd, het planningsgesprek – waarin de agenda voor het functioneringsgesprek bepaald wordt – werd overgeslagen en afspraken “vergeten”.

Het begon al bij mijn entree. Vooraf aan de vaste aanstelling moest er in de derde en de negende maand een functioneringsgesprek gevoerd worden. Dat werd vergeten. Het gevolg was dat ik mijn gesprekken later kreeg. Dat was geen probleem, want ik kreeg een heel goede beoordeling. Daarna bleef het jarenlang rustig op het functioneringsfront. Ten tijde van de Reo ’92 wilde men de functioneringsgesprekken nieuw leven inblazen. Wij kregen allemaal een cursus over hoe de functioneringscyclus er uit zag, onze rechten en aan welke spelregels de functioneringscyclus moet voldoen. Ook na deze training, die niet alleen voor medewerkers was, maar ook voor leidinggevenden, hield men zich niet aan de afspraken.

Ik was intussen vakbondsconsulent geworden en kreeg klachten te behandelen van mensen die een slechte beoordeling gekregen hadden en soms zelfs uit hun functie gezet waren. Waar de regels met voeten getreden werden en waarbij er ook geen dossier rondom het functioneren was opgebouwd.

De regels zijn helder: er kunnen alleen consequenties aan een functioneren verbonden worden als je de hele trits: planning, functioneren, verbeterafspraken, planning, disfunctioneren etc. gevolgd hebt én als dat ook allemaal is vastgelegd in het personeelsdossier en de medewerker getekend heeft voor “akkoord” of “gezien”. De ambtenaar moet óf onbekwaam óf ongeschikt zijn. Er moeten concrete voorbeelden zijn van het disfunctioneren.

In de tijd dat ik vakbondsconsulent was, bleek dat deze procedure nooit gevolgd werd. Ontslag werd daarmee vrijwel onmogelijk ondanks dat de werkgever wel degelijk een punt had. Zo heb ik voor mensen procedures gevoerd en gewonnen, waar ik zelf ook zo mijn twijfels bij had. Het was kennelijk beleid om personeelsdossiers niet bij te houden. Duur beleid! In het CAR-UWO staat het als volgt:

In de regel wordt een medewerker als ongeschikt beschouwd wanneer zijn gedrag of zijn persoonlijkheid een goede vervulling van de functie in de weg staat. Hierbij moet wel kunnen worden aangetoond dat er inderdaad een relatie ligt tussen de slechte functievervulling en de persoonlijkheid van de medewerker. Dit is in de regel niet gemakkelijk. Een aanduiding als ‘past niet in het team’ is bijvoorbeeld onvoldoende omdat hiermee geen directe relatie wordt gelegd tussen de inhoud van de functie en het functioneren van de medewerker als individu. Ook mag de ongeschiktheid niet het gevolg zijn van ziekte.

of:

Een medewerker wordt als onbekwaam beschouwd wanneer hij blijvend onvoldoende kennis, vaardigheden of niveau heeft om zijn functie naar behoren te kunnen uitoefenen. In de praktijk is het onderscheid tussen ongeschiktheid en onbekwaamheid vaak moeilijk te maken en kan men een keuze beter vermijden. Terughoudendheid van deze ontslaggrond dient te worden betracht indien de gemeente zelf heeft bijgedragen aan omstandigheden die het disfunctioneren van de medewerker (mede) tot gevolg hebben.

Maar er is ook een andere, positieve kant. Managers worden door de functioneringscyclus gedwongen om tenminste periodiek met een medewerker om de tafel te gaan zitten en te spreken over het werk. Na de Reo ’92 werd het functioneringsgesprek nieuw leven in geblazen. Ik had een kersverse manager die het graag goed wilde doen. Hij was alleen altijd zo druk met zijn eigen werk, dat hij geen zicht had op wat wij, als zijn stafmedewerkers beleid, uitspookten. Hij gaf wel opdrachten, maar hield kennelijk niet bij hoe die uitgevoerd werden.

Zo kon het gebeuren dat ik op een gegeven moment uit een functioneringsgesprek kwam met een vervelend gevoel. Het was meer een ritueel dan een echt gesprek. Ik had het gevoel dat het functioneringsgesprek een klus was die hij als manager moest doen, in plaats van dat hij werkelijk geïnteresseerd was in mijn functioneren. Daar komt bij dat ik natuurlijk altijd voor de hoogste beoordeling ga. Een zesje is net zoveel werk als een acht, dus wil ik een acht. Had hij mij die acht (in dit geval een “D”) gegeven, dan had ik het er wellicht bij laten zitten. Maar dat was niet zo. Hij had mij op een aantal niet zwaarwegende punten een “C” gegeven. Vermoedelijk om de indruk te wekken dat er echt naar mijn functioneren gekeken was. Los daarvan had ik een “D” gekregen voor een onderwerp waar ik dat jaar helemaal niets mee had gedaan! Ik was boos. Ik was heel boos.

Waarom was ik zo boos? Ik was boos door het gebrek aan interesse dat sprak uit de beoordeling. Hij wist kennelijk niet wat ik dat jaar wel en niet gedaan had. Het functioneringsgesprek van het jaar daarvoor werd gewoon klakkeloos overgeschreven met hier en daar een kleine aanpassing in de beoordeling. Had hij aanmerkingen gemaakt op tekortkomingen die ik wel degelijk heb, en had hij geweten waar ik mee bezig was, dan had ik niets gezegd. Maar hij gaf mij een mindere beoordeling op punten die juist niet klopten. Hij had van het functioneringsgesprek een invuloefening gemaakt.

FugeNatuurlijk nam ik dat niet. Ik heb aan hem een brief gestuurd met daarin mijn aanmerkingen op de beoordeling en het verzoek om het gesprek nog eens over te doen.

Dat gesprek is er nooit gekomen. Wel kreeg ik een nieuw verslag van het functioneringsgesprek, waarin de gehate “C”’s omgezet waren in “D”. Heel paradoxaal werd ik daarna nog bozer. Hoe ongeïnteresseerd kan je zijn!

IMG_20150105_093415Dit blog loopt een beetje uit de hand. Ik was eigenlijk van plan om in dertien afleveringen mijn arbeidsverleden in liefdevolle herinnering door te nemen, onder het motto: “13 baantjes, 12 ongelukken”. Mijn publieke afscheid van mijn werkzame leven. Een soort van rouwverwerking.

Het pakt alleen helemaal anders uit. Eenmaal begonnen schrijft het verhaal zichzelf en begint het langzaamaan te lijken op een beknopte geschiedenis van de laatste 29 jaar van de Sociale Dienst Amsterdam met de nadruk op Zuidoost. Het stadsdeel waar ik 16 jaar gewerkt heb.

Er is veel dat ik zou kunnen vertellen, maar zich niet leent voor internet. Er is inderdaad meer dan wat hier staat, ik claim dan ook niet volledig te zijn. We hebben heel wat gekke dingen meegemaakt in die 29 jaar. Dus lieve collega’s. Ik ben al die malle zaken niet vergeten, maar ik bewaar ze voor een ander moment.

IMG_20140729_131510-EFFECTSVoor ons geen grijze stroom meer. Deze week hebben wij zwarte zonnepanelen op ons dak laten plaatsen. Vanaf nu hebben wij echte groene energie. Geen certificaten die in Noorwegen gekocht worden en waarmee grijs plotseling groen wordt, maar echt groene zonnestroom.

Afhankelijk van ons gebruik en de opbrengst denk ik er over om over te gaan op electrictrisch koken. Ik heb al vast een prachtig Italiaans fornuis uitgezocht.

Nu maar hopen dat de zon veel zal schijnen 😉

Hierboven het leggen van het laatste paneel. Hieronder het resultaat. 10 panelen voor een totaal opbrengst van 2106 kW. Hiermee kunnen wij naar verwachting ons hele gebruik dekken. De panelen hebben een garantie van 25 jaar, dus wij kunnen er even tegen.

IMG_20140729_142112

POude vaderVanmorgen een opmerkelijk bericht in de krant: “Oudere vaders maken zwakkere kinderen”.  Een leuk bericht voor mensen zoals mijn collega, die op zijn 46e zijn eerste kind kreeg.  Het toekomstperspectief voor kinderen van oudere vaders is niet best: “Er zijn nieuwe aanwijzingen dat kinderen van oudere vaders een grotere kans lopen op geestesziekten, lage intelligentie, zelfmoordneigingen en drugsverslaving.” Dit keer krijgt niet de moeder de schuld, maar het zaad van oude mannen. Daar gaat het beeld van de tot op hoge leeftijd viriele man.

Die collega van mij, die net zijn tweede kind gekregen heeft, staat nog wat te wachten: “Kinderen verwekt door een 45-jarige man hebben 25 keer zo veel kans op een bipolaire stoornis en 13 keer zo veel kans op adhd als kinderen van 24-jarige vaders. Het risico op autisme is 3,5 keer groter en de kans op zelfmoordneigingen en drugsverslaving zijn 2,5 keer groter. De effecten nemen toe naarmate de vader ouder is.” 11% van alle Nederlandse kinderen hebben een oudere vader, dat is nogal wat.

fijnstofEn dat is nog niet alles. Een tweede bericht trok mijn aandacht. Er is nu doorslaggevend aangetoond dat de lucht in bepaalde gebieden van Amsterdam niet gezond is. Hoge concentraties fijnstof maken de lucht ongezond. Woon je bijvoorbeeld bij de ring A10 dan heb je pech. Het is daar zo’n beetje het ongezondst wonen van heel Nederland. Onze minister die het beste voorheeft met de automobilist heeft in haar wijsheid besloten om toch maar de maximum snelheid terug te brengen van 100 naar 80 KM. Dit moet helpen om het gehalte aan fijnstof enigszins terug te dringen. Maar, zo houdt zij de massa voor, als mocht blijken dat het allemaal wel meevalt kan de maximum snelheid weer opgevoerd worden.

Gelukkig ben ik geen kind van een oudere vader en woon ik ook niet aan de Jan van Galenstraat, toch vraag ik mij af hoe dat zit met de lucht in Diemen. Wij wonen niet ver van de A1, weliswaar gescheiden door een park en een rij huizen, maar toch….

Mijn Foto's

Huiswijn