Warning: Declaration of FDX_Widget_profile::widget($args) should be compatible with WP_Widget::widget($args, $instance) in /home/vhosts/zijnwijdat.nl/httpdocs/wp-content/plugins/wp-twitter/modules/class-p2.php on line 26

Warning: Declaration of FDX_Widget_profile::form() should be compatible with WP_Widget::form($instance) in /home/vhosts/zijnwijdat.nl/httpdocs/wp-content/plugins/wp-twitter/modules/class-p2.php on line 26

Warning: Declaration of FDX_Widget_search::widget($args) should be compatible with WP_Widget::widget($args, $instance) in /home/vhosts/zijnwijdat.nl/httpdocs/wp-content/plugins/wp-twitter/modules/class-p2.php on line 50

Warning: Declaration of FDX_Widget_search::form() should be compatible with WP_Widget::form($instance) in /home/vhosts/zijnwijdat.nl/httpdocs/wp-content/plugins/wp-twitter/modules/class-p2.php on line 50
2015 april

Archief van april 2015

Ik had nu wel een baan, maar het was een tijdelijke aanstelling voor de duur van een jaar. De tijdelijke aanstelling zou omgezet worden in een vaste aanstelling als ik slaagde voor het eindexamen van de FV-cursus en als de twee verplichte beoordelingsgesprekken met een positief advies afgesloten werden. Het eerste beoordelingsgesprek was na drie maanden, en het tweede na negen maanden. Voor de duur van de opleiding (zes maanden) werden wij, Lea, Jacob (een andere aspirant bijstandsmaatschappelijk werker) en ik, geplaatst in een leerlingenteam dat aangestuurd werd door een praktijkopleider, Gerrit H. Drie dagen volgden wij de FV cursus in het kantoor aan de Vlaardingenlaan en twee dagen kregen wij een aanvullende praktijkopleiding in het sociale dienst kantoor in Reigersbos. Onze aanstaande werkplek.

Papierwerk

Gerrit nam zijn opdracht heel serieus en ik heb veel van hem geleerd. Hij stampte de namen van alle formulieren die de sociale dienst gebruikte, er echt in. Model 480 aanvraagformulier, Model 160 inlichtingenformulier, 475A overdrachtformulier, en ga zo maar door. Op een dag vraagt mijn geliefde aan mij: wat roep jij toch in je slaap? Wat is een 160X, een 475A? Kennelijk was ik zelfs ’s nachts nog druk bezig met het uit mijn hoofd leren van de formulieren. Gerrit had namelijk de gewoonte om niet aan ons te vragen om een overdrachtformulier, maar om een 475A. Als je het niet wist kreeg je een opmerking. In de praktijk praatten de medewerkers in een soort “geheimtaal” die barstte van de afkortingen en die moest je natuurlijk wel begrijpen. Ik kan mij herinneren dat ik een keer met tranen in mijn ogen bij Gerrit stond, omdat ik het nummer niet wist van een voorschotformulier (61S?).

Gerrit was niet bij iedereen geliefd om zijn aanpak, maar ik ben hem altijd dankbaar geweest. Mede dankzij zijn opleiding kon ik een goede start maken. Ook heeft Gerrit er voor gezorgd dat ik toch mijn HBO-opleiding Maatschappelijk Werk in diensttijd kon afronden. Toen hij hoorde dat ik aanvankelijk naar een parttime baan gesolliciteerd had, omdat ik een dag per week naar school wilde, pakte hij mij bij de hand en sleepte mij naar de rayonmanager van het kantoor D.J.T., en regelde ter plekke dat ik studieverlof kreeg van een dag per week en een studiekostenvergoeding! Dankzij Gerrit kon ik alsnog verder met mijn opleiding, en nog mooier, ik werd nu ook vijf dagen betaald èn ik kreeg studiefaciliteiten.

De FV-cursus werd gegeven door een vijftal praktijkopleiders, waaronder Gerrit. Ieder van hen had een specialisme. Het was nooit saai en er werd een degelijke basis voor later gelegd, waar ik veel plezier van gehad heb. Ik slaagde dan ook voor alle toetsen.

Naast de praktijk, kwamen in de FV-opleiding zaken aan de orde als wetgeving; Abw en Rww, voorliggende voorzieningen (WW, WWV, WAO, AWW, enz.), familierecht, communicatie, rapporteren, AWB en nog veel meer. We waren met een groep mensen van heel verschillende pluimage. Zo waren er een tweetal medewerkers die voorheen op uitzendbasis als contactambtenaar op de Vlaardingenlaan en in de Marnixstraat gewerkt hadden en nu aangenomen waren als vaste kracht. Een van de personen in onze groep vertelde dat hij als grap gesolliciteerd had in een politie-uniform met twee tandenborstels in de voorzak van zijn uniformjas. Voor een aantal van de medecursisten was de sociale dienst een tweede keuze baan. Werkloos in het eigenlijke vak (psycholoog, fysiotherapeut, balletdanseres) kozen ze voor de zekerheid van een baan in de bijstand. Beter achter het loket, dan er voor.

Vlaardingenlaan1-06-1986 trad ik in dienst bij de Sociale Dienst Amsterdam als bijstandsmaatschappelijk werker. Ik kan mij nog het arbeidsvoorwaardengesprek herinneren. Het gesprek met de personeelsadviseur werd gevoerd in het kantoor van de Sociale Dienst in Reigersbos, samen met Lea, een jonge vrouw van 19 jaar die gelijk met mij was aangenomen. Dat was – zo hoorden wij – eigenlijk een vergissing, want er werden bij de sociale dienst geen mensen aangenomen die jonger waren dan 21. De idee was dat ouderen meer levenservaring hebben, wat goed van pas komt als je dagelijks met mensen in de problemen omgaat. Ik weet nog dat zij een MBO-diploma had en daarom een of twee periodieken meer kreeg dan ik, die geen vooropleiding had. Ik was weliswaar met een HBO-opleiding bezig, maar ik had nog geen diploma. Achteraf bezien ben ik toen veel te makkelijk akkoord gegaan met mijn salarisindeling. Voor mij was op dat moment het belangrijkste dat ik uit de uitkering was en niet langer mijn hand hoefde op te houden. Ik werd aangesteld in de rang van adjunct-commies B met een salaris van 2572,- gulden, netto net iets meer dan mijn uitkering.  Ik was blij. Ik had werk.

Aanstelling_adjunctcommies_BVoor wij losgelaten werden op klanten moesten wij een interne opleiding volgen in het hoofdkantoor van de sociale dienst aan de Vlaardingenlaan. Een kantoor waar ik ooit een keer als klant geweest was. Ik zal het nooit vergeten, dat bezoek maakte een onuitwisbare indruk.

Ik had een pleegkind, en in die tijd moest de pleegkinderenvergoeding aangevraagd worden via de afdeling BVV van de Sociale Dienst in de Gerard Doustraat. Ik sprak daar met mevrouw H. een gedesillusioneerde dame, die mijn verzoek in behandeling nam en na het overleggen van alle vereiste documenten tegen mij zei “vroeger zou ik een huisbezoek afgelegd hebben, maar nu ze onze afdeling opdoeken, doe ik dat niet meer”. Tijdens het gesprek moesten een aantal formulieren ondertekend worden waarna ik een formulier kreeg dat ik moest inleveren bij de Kas aan de Vlaardingenlaan. Met dat formulier kon ik de cheque voor een voorschot ophalen. De cheque kon ik innen bij een postkantoor of bank.

Ik, met mijn hond – die kon ik niet alleen thuis laten – naar het kantoor van de Sociale Dienst. Wat ik daar meemaakte. Het was een gekkenhuis. Een wachtkamer boordevol mensen. Smerige kunststoffen stoeltjes en een rij hokjes, waar je als je aan de beurt was geholpen werd. Ik heb een nummertje getrokken en wachtte netjes op mijn beurt. In de tussentijd zag ik hoe het bij de hokjes af en toe duwen en trekken was. Ondanks dat het lang wachten was, durfde ik niet naar het toilet, daar waren verslaafden die open en bloot drugs gebruikten. Het leek wel wild west.

Toen ik eindelijk aan de beurt was, glipte iemand anders voor mij  in het hokje. Op mijn gesputter kreeg ik het advies van een andere klant om het anders aan te pakken. “Zodra de deur opengaat duik je er in.” Dat deden er kennelijk meer. En dat heb ik bij de eerst volgende gelegenheid ook gedaan. In het hokje bevonden zich twee heren achter een soort balie, die vroegen wat ik kwam doen. Ik overhandigde het formulier, waarop zij zonder uitleg vertrokken en mij verbouwereerd achter lieten. De wereld van bijstandsontvangers was mij volkomen vreemd en ik snapte er niets van. Na een poos wachten kwamen zij terug met de cheque. Of ik hier even wilde tekenen?

Met deze ervaring in het achterhoofd ging ik samen met Lea, die in Holendrecht woonde, naar de Vlaardingenlaan voor de FV (Financiële Voorzieningen) opleiding.

Socialedienst

Mijn WW-uitkering werd beëindigd vanwege de maximale termijn en ik moest daardoor een WWV uitkering aanvragen bij de Sociale Dienst in Amsterdam. Tijdens het gesprek en na mijn verhaal, vroeg de dame achter het loket, “heb je wel eens gedacht aan een baan bij ons, de Sociale Dienst? Een meisje zoals jij kunnen wij wel gebruiken.” Daar had ik inderdaad nooit aan gedacht en toen ik dan ook later, weken na het gesprek, een advertentie zag voor een “Bijstandsmaatschappelijk werker” bij de Sociale Dienst van Amsterdam, heb ik de stoute schoenen aangetrokken en gesolliciteerd. Het zou voor mij de ideale oplossing zijn: betaald werk en een stageplaats! Het was mijn 84e sollicitatie en ik had mij heilig voorgenomen dat het mijn laatste zou zijn. Ik had er genoeg van om afgebokt, afgewezen, gewogen en te licht bevonden te worden.

Inmiddels waren wij verhuisd van onze flat naar een eengezinswoning in de Bijlmer. Het huis was op het moment van de toewijzing nog niet helemaal opgeruimd en de vorige huurder moest nog vloerbedekking verwijderen. Dat heeft hij ook gedaan. Tijdens die kennismaking gaf hij ons zijn nieuwe adres, zodat wij eventuele post konden doorsturen. Ik vond het dan ook niet gek dat ik na een paar weken een telefoontje kreeg van een dame die zich alleen met een voornaam identificeerde en die vroeg of zij Cor kon spreken. Op mijn antwoord dat die er niet meer woonde, vroeg zij of ik zijn nieuwe adres kon geven. In goed vertrouwen heb ik dat gedaan.

Later werd ik gebeld door een boze mevrouw die zich identificeerde als de echtgenote van Cor. Klopte het dat ik hun adres had doorgegeven aan anderen? Op mijn bevestiging viel ze uit: de tuin van hun nieuwe huis was omgespit door een actiegroep van vrouwen in de bijstand. Het bleek dat haar man (Cor) werkte bij de Sociale Dienst en op dat moment werd er actie gevoerd tegen nieuwe verslechteringen in het bijstandsbeleid. Dat was een misser! Het is duidelijk: vanaf dat moment geef ik nooit meer een adres of telefoonnummer door.

Wie schetst dan ook mijn schrik, dat tijdens het sollicitatiegesprek voor de functie van bijstandsmaatschappelijk werker, ik in de sollicitatiecommissie de vorige bewoner van ons huis zie zitten. De man die ik de vloerbedekking had laten verwijderen en de bijstandsvrouwen op zijn dak gestuurd had! Gelukkig trok hij er zich niets van aan. Het was een fijn gesprek en er was maar een opmerking. Ik had gesolliciteerd naar een baan voor vier dagen omdat ik een dag per week naar school ging. Dat kon niet. Er was nu formatie en dus was het vijf dagen of de baan ging niet door. Natuurlijk koos ik voor vijf dagen. Dan maar geen opleiding, dat komt later wel weer, eerst werk.

Ik had een baan en nog wel bij de Sociale Dienst van Amsterdam in de Bijlmer. Achter het loket in plaats van ervoor. Ik was dolgelukkig.

Na mijn ontslag bij Ons Belang was ik behoorlijk depressief. Ik miste mijn werk en collega’s. Ik voelde mij voor de eerste keer echt werkloos en dat was geen fijn gevoel. Niet alleen moest ik naar het Arbeidsbureau om mij in te schrijven, maar ook moest ik een uitkering aanvragen.

Bij mijn bezoek aan het Arbeidsbureau kreeg ik een kaart. Een inschrijvingsbewijs met daarop n.t.b. en aandachtsbestand 1B. Op mijn vraag wat dat betekende kreeg ik als antwoord. n.t.b. is “nog nader te bepalen”. (In de volksmond: “Niet te bemiddelen”.) Volkomen verbouwereerd liep ik het gebouw uit. Ik had geen diploma’s, maar ik had toch echt de afgelopen jaren niet stilgezeten, eerder het tegendeel. Je zou toch denken dat met een fors arbeidsverleden (ik werkte immers vanaf mijn 16e) er toch wel ergens een baantje voor mij moest zijn.

mooi-lelijk-02-04-11

Ik stortte mij op het solliciteren. Ik kon niet geloven dat er geen werk voor mij was. Meestal werd ik ongezien afgewezen en in die gevallen waar ik wel werd uitgenodigd, bleek men mijn sollicitatiebrief niet gelezen te hebben, stelde men vreemde vragen en soms was men ronduit onbeschoft. Zo kan ik mij herinneren dat ik solliciteerde bij een bedrijf waar ik aanvankelijk een prettig gesprek had met de personeelschef en zag het er volgens mij goed uit. Wel moest de directeur nog even zijn goedkeuring geven. Die komt tijdens het gesprek binnenlopen, bekijkt mij en schudt zijn hoofd. Kennelijk voldeed ik niet aan het “beeld” dat de man van een nieuwe werknemer had. Werden daar wellicht de mensen op uiterlijk geselecteerd? De personeelschef excuseerde zich voor het onbeschofte gedrag van zijn baas, maar de baan kreeg ik niet.

Afstand weerhield mij niet bij sollicitaties. Zo heb ik ook ooit gesolliciteerd in Dordrecht. Ik had op dat moment een uitkering en je zou zeggen dat als je uitgenodigd wordt voor een gesprek, de reiskosten vergoed worden. Niets van dit alles. Een reis voor niets, want de baan kreeg ik niet en een reiskostenvergoeding kon er niet af.

sollicitatieTijdens een andere sollicitatie werd ik afgebekt door een medewerkster van het bedrijf. Deze medewerkster was bij het gesprek aanwezig als vertegenwoordigster van het team. Kennelijk keek ik af en toe weg van mijn gesprekspartners want dit leverde mij het commentaar op “u kijkt telkens naar rechts, hangt daar in uw bedrijf de klok?”. Ik was volkomen van slag over deze vijandige opmerking en daar bleef het niet bij. Deze mevrouw had kennelijk een nogal superieur beeld van zichzelf want een andere opmerking die zij maakte was “om hier te kunnen werken moet u minstens MBO-niveau hebben”. Hierop antwoordde ik dat ik inderdaad geen MBO-niveau had, maar HBO en dus ruimschoots gekwalificeerd was voor de werkzaamheden. Het ging namelijk niet om een bepaald moeilijke baan en ook niet om werk dat ik nooit eerder had gedaan. Ik was afgebokt en boos. Als werkloze kan men kennelijk maar van alles tegen je zeggen en je behandelen als een halve idioot. Dit laatste gesprek deed voor mij de deur dicht. Ik moest iets doen en ik besloot om weer de gang naar het Arbeidsbureau te maken en om hulp te vragen.

Op mijn vraag of het arbeidsbureau mij kon helpen bij het vinden van een baan kreeg ik te horen ” als u nu boekhouden gestudeerd had was u bemiddelbaar geweest tot uw 40e. Nu kunnen wij helaas niets voor u doen. U heeft geen diploma’s en met uw leeftijd (36) bent u onbemiddelbaar”. Hierop barstte ik in tranen uit. Ik was onbemiddelbaar, met 36 te oud en afgeschreven.

Snikkend vroeg ik of een opleiding verandering in dit oordeel zou brengen. De mevrouw vroeg wat wil je dan doen? Ik gaf hierop aan dat ik wel naar de Sociale Academie wilde. Haar reactie was dat daar ook niet veel werk in was.  Kennelijk vermurwd door mijn tranen, duwde ze mij een foldertje in de handen met daarin een subsidieregeling voor vrouwen in een “achterstandssituatie”. Als je voldeed aan de normen, kon je een tegemoetkoming krijgen voor studiekosten. Ter plekke besloot ik mij aan te melden voor een opleiding bij de Sociale Academie.

De volgende dag heb ik een gesprek aangevraagd bij de Sociale Academie in Amsterdam. Daar werd mij verteld dat ik een toelatingsexamen zou moeten doen, omdat ik geen vooropleiding had die toegang gaf tot de HBO-opleiding Maatschappelijk Werk. Als ik slaagde voor het examen, zou ik toegelaten worden tot de opleiding. De rest is geschiedenis. Ik ben geslaagd voor het toelatingsexamen, wat overigens het zwaarste examen is dat ik ooit heb afgelegd en werd toegelaten tot de part-time opleiding Maatschappelijk Werk. Ik moest wel nog een stageplaats zien te vinden in het werkveld van de opleiding. De opleiding was een dag in de week en ik moest dus een werkplek zien te vinden voor 4 dagen.

Mijn Foto's

2017-04-16.jpg