Warning: Declaration of FDX_Widget_profile::widget($args) should be compatible with WP_Widget::widget($args, $instance) in /home/vhosts/zijnwijdat.nl/httpdocs/wp-content/plugins/wp-twitter/modules/class-p2.php on line 26

Warning: Declaration of FDX_Widget_profile::form() should be compatible with WP_Widget::form($instance) in /home/vhosts/zijnwijdat.nl/httpdocs/wp-content/plugins/wp-twitter/modules/class-p2.php on line 26

Warning: Declaration of FDX_Widget_search::widget($args) should be compatible with WP_Widget::widget($args, $instance) in /home/vhosts/zijnwijdat.nl/httpdocs/wp-content/plugins/wp-twitter/modules/class-p2.php on line 50

Warning: Declaration of FDX_Widget_search::form() should be compatible with WP_Widget::form($instance) in /home/vhosts/zijnwijdat.nl/httpdocs/wp-content/plugins/wp-twitter/modules/class-p2.php on line 50
2015 maart

Archief van maart 2015

bijlmermeer-site-plan-1980s

Intussen woonden wij al weer heel wat jaar in de Bijlmer. De eerste jaren in de Bijlmer waren geweldig. Met twee Bijlmerbewoners had je een goed gesprek, met drie een discussie en met vier een actiegroep. En we hebben wat actie gevoerd!

In de tijd waar ik over spreek was de Bijlmer een slaapstad zonder voorzieningen. Er waren een paar winkels, een café, een bijkantoor van de gemeentegiro en een dependance van de Sociale Dienst aan het Bijlmerplein. De huren waren schrikbarend hoog en er moest daarnaast ook nog betaald worden voor het parkeren.

Omdat ik naast de opvoeding van de kinderen en het huishouden tijd genoeg had, gaf ik mij op voor de bewonerscommissie van ons woonblok. Ik heb mij als bewonerscommissielid jarenlang actief bezig gehouden met onze woonomgeving. Eerst als bewonerscommissielid, ledenraadslid en later als bestuurslid van een woningcorporatie. Dit zijn leerzame en leuke jaren geweest. Zo kon het komen dat ik reageerde op een oproep in de krant voor een verhuurmedewerker voor de net gerenoveerde flat Gliphoeve: Geldershoofd.

Na een prettig sollicitatiegesprek werd ik aanvankelijk aangenomen voor 3 dagen per week. In die drie dagen bemensde ik de modelwoning in de net gerenoveerde flat Geldershoofd, liet aan aspirant huurders de woningen zien en regelde alles rondom de toewijzing en de verhuur.  Later werden mijn uren uitgebreid en kwam er de verhuur van de nieuwbouwwoningen in de Venserpolder bij. Het was een heel leuke, maar bij tijd en wijle erg drukke baan. Er was veel belangstelling voor de woningen,  die voor Amsterdamse begrippen niet duur waren en binnen de sociale sector vielen.

Op een dag komt er een aanmatigende jonge man met vriendin in de modelwoning aan de Berthold Brechtstraat, die meedeelde dat zijn vader een vriend van de directeur, de heer S., was en dat die aan hem een woning beloofd had. Deze jongeman was niet voorgedragen door de Dienst Herhuisvesting en hij had ook geen urgentiebewijs. Bovendien was hij ook geen lid van de woningcorporatie.

In die tijd konden woningcorporaties een deel van hun bezit vrij toewijzen aan leden die op grond van hun rangnummer aan de beurt waren. De bewuste jongeman viel in geen van de categoriën om voor een woning in aanmerking te komen. Ik heb hierop aan de directeur, de heer S. gevraagd wat ik moest doen. Hij antwoordde heel diplomatiek: “doe maar wat je het beste vindt”. En dat heb ik gedaan. Ik heb de bewuste jongeman geen woning gegeven. Hij had er volgens mij op geen enkele manier recht op. Geen urgentie, geen lid, geen woning. Er waren veel te veel mensen die wel in de bewuste categoriën vielen en die ook een woning wilden. Sjoemelen is niet mijn ding.

Ongeveer een maand na deze affaire werd ik bij de andere directeur van Ons Belang geroepen, mijn contract dat al 3 keer verlengd was, werd beëindigd. Ik was “te duur” geworden. Voor mij in de plaats zou iemand anders komen, een jongere en goedkopere medewerker.

Ik heb altijd moeite gehad met de reden van het ontslag. Ik weet dat ik mijn  werk goed deed en dat men tevreden over mij was. Ik vermoed dat de echte reden van mijn ontslag, de weigering een woning te verhuren aan de zoon van de zakenrelatie was. Later hoorde ik dat het vaker gebeurde. Zo zouden door OB. woningen in de wijk Kelbergen (ook Bijlmermeer) verhuurd zijn aan tennisvrienden van de directeur S. Inmiddels bestaat Ons Belang niet meer en heeft de ex-directeur de heer S. andere bezigheden blijkens Wikipedia

Zonder dat ontslag was ik blijven plakken bij OB. Want een ding is een feit, het was een heel leuke baan met heel fijne collega’s. Het deed mij dan ook heel veel pijn dat ik weg moest. Paradoxaal genoeg is achteraf dit ontslag het beste dat me kon gebeuren. Hierdoor moest ik weer solliciteren en kreeg ik het laatste zetje dat ik nodig had om terug te gaan naar de schoolbanken en vond ik zo de werkgever van mijn dromen.

 

koffiedame

Zoals gezegd werd het steeds moeilijker om zonder diploma’s aan het werk te komen. In arren moede nam ik werk aan als koffiedame. In de tijd waarover ik spreek, zo rond 1980 waren er nog echte koffiedames die in bedrijven over de afdelingen liepen om daar voor de medewerkers een vers kopje koffie te tappen uit zo’n groot chromen vat met een kraantje.

Ik weet niet meer hoe ik aan de baan kwam, maar op een gegeven momen liep ik ook met een karretje met daarop zo’n vat en kopjes, koffie te schenken. Nota bene bij het Gewestelijk Arbeidsbureau.

Dat vat was loeizwaar en voor mij, ik ben niet echt handig en ook niet sterk, was elke drempel een uitdaging. Je kon mij al van verre horen aankomen: klang, bang, kledderum!

Tijdens het vervoer moest je het kraantje draaien zodat je niet tegen deurposten en liftwanden stootte en voor het schenken moest het kraantje weer in de schenkstand gedraaid worden. Dat vergat ik wel eens, ik was zo ingespannen bezig om dat vat en de kopjes niet van die kar te laten vallen. Misschien zijn er nog mensen die bij het Arbeidsbureau gewerkt hebben en zich die onhandige koffiedame nog kunnen herinneren.

Ik vergat dat kraantje wel eens, met als gevolg dat een dikke straal koffie over de vloer van de afdeling liep. En dan heb ik het niet eens over die keer dat ik het vat bijna van mijn kar afreed. Koffie rondbrengen is niet zo makkelijk als je denkt.

Na de koffierondes moest ik helpen in de kantine. De kantine werd gerund door een vaste kracht, die alle voorkeuren van de aanwezige medewerkers kende. Zo ver ben ik nooit gekomen.

Het was niet mijn laatste ervaring als koffiedame. Ik heb nog een periode als koffiedame/schoonmaakster gewerkt in een directiekeet van Bos Kalis in de Bijlmer. Dat was een leuke periode, aanvankelijk begonnen als invalster voor de vaste medewerkster, kon ik later haar baan overnemen. Voorwaarde was wel dat ik zou zorgen voor de zwerfkatten op het terrein. Dat heb ik met liefde gedaan. Helaas vertrok Bos Kalis naar een andere plek in de stad en kon ik het werk niet langer combineren met mijn opvoed taken.

Ik ging dus weer op zoek naar een andere betrekking.

PostsorterenZo langzamerhand begon het steeds moeilijker te worden om een werk te vinden. Wij hadden inmiddels drie kinderen en om een baan te vinden die met de opvang van kinderen gecombineerd kon worden, was niet makkelijk. Bij al mijn sollicitaties werd de vraag gesteld “wat doet u als de kinderen ziek zijn”? Waarop ik antwoordde, “vraagt u dat ook aan mannelijke sollicitanten?” Meestal was dat genoeg om het gesprek te beëindigen met “een prettige dag verder”.

Het organiseren van opvang was ook moeilijk. Wij woonden boven een kinderdagverblijf, maar toen ik mijn kinderen wilde aanmelden kreeg ik te horen dat er geen plaats was. Kinderen van uitkeringsgerechtigden gingen voor! De logica daarvan ontging mij volledig. Je zou toch zeggen dat iemand zonder werk juist tijd genoeg heeft om kinderen zelf op te vangen. Later zou ik leren dat de gedachte was dat men dan de handen vrij had om te solliciteren…

Dan maar seizoenswerk, zoals post sorteren tijdens de dagen voor de kerst. Ik reageerde op een advertentie in de krant waarin om tijdelijke invalhulpen gevraagd werd. Na een voorlichtingsbijeenkomst waarin ons werd uitgelegd dat je niets van het werk mocht meenemen, zelfs geen losse postzegel, werden we losgelaten op de werkvloer. Het werk werd gedaan aan de Oosterdokskade, in een grote hal. Daar stonden rijen met sorteerkasten, een lopende band waar de pakjes vanaf rolden en wagens die de post aan- en af reden. Boven aan de zijkant van de hal was een glazen hokje waar men overzicht hield op de werkvloer.

Je kreeg een bak vol post. In die bak zat een penning, een kaartje. Aan het einde van de dag leverde je penningen in en zo kon men je productie in de gaten houden. Mensen die te weinig penningen inleverden, konden vertrekken.

Ik vond het geen makkelijk werk. Ik had collega’s die konden tijdens het werk rustig kwebbelen en die mikten geen brief in het verkeerde vakje. Dat kon ik niet. Ik moest echt geconcentreerd bezig zijn, wilde het goed gaan. Ik was dan ook erg blij dat ik een dag pakjes van de lopende band mocht sorteren. (Gek genoeg noemde ze dat de “stempelkamer”). Dat was makkelijker. Je kijkt op het adres, en mikt het pakje in een grote postzak. Op een gegeven moment kreeg een collega een kapot pakje in zijn handen, afkomstig uit Thailand en geadresseerd aan een persoon in Rotterdam. Uit het pakje kwam een wit poeder. Omdat hij het niet vertrouwde ging hij met het pakje naar de douane, die ook in de hal aanwezig was. En ja hoor, drugs! Desondanks zou het pakje gewoon bezorgd worden. De politie was gewaarschuwd en die zou later maatregelen nemen. Hoe het is afgelopen weet ik niet.

De stemming werd er in gehouden met muziek. De hele dag André Hazes. De hele dag door dezelfde langspeelplaat. In het begin zing je vrolijk mee, maar dat de hele dag door is te veel en wordt een vorm van marteling. Na drie dagen kon ik er niet meer tegen en ben ik opgestapt.

Het jaar daarop, toen ik mij weer aanmeldde, was er geen muziek meer tot grote onvrede van de postbodes. Er waren het jaar daarvoor klachten geweest over de muziekkeuze, waardoor er geen muziek was.

Hard hollen of stilstaan, bij de PTT konden ze er wat van.

 

SOV-afficheZo tegen het einde van de jaren zeventig van de vorige eeuw werd het steeds moeilijker om aan het werk te komen. Ik had geen diploma’s (buiten een typediploma) en ervaring was niet voldoende meer om aan de bak te komen. Daarnaast zocht ik flexibel werk zodat ik dit kon combineren met de opvang van onze kinderen. Dat bleek moeilijker dan verwacht. Aangezien ik geen secretarieel of ander kantoorwerk kon vinden besloot ik om dan maar iets anders te proberen. Het werd de kantine van de SOV. De Spoorwegen Onthouders Vereniging op spoor 2b van het Centraal Station in Amsterdam.

De SOV-kantine was de personeelskantine voor het spoorpersoneel. De kantine zat in een prachtige ruimte, waar nu het 1e Klas restaurant gevestigd is. Ik herinner mij dat om de lambrisering te beschermen er schotten tegen de wanden aangebracht waren, desondanks bleef er genoeg moois over. De werkzaamheden bestonden uit het bereiden en verkopen van broodjes, soep en diverse snacks.

Mannen met zwaar werk willen eigenlijk maar twee dingen op etensgebied: zout en vet. De gehaktballen met satésaus scoorden dan ook goed. Op een dag had ik de gehaktballen laten aanbranden. Ik vond het zonde om de gehaktballen weg te gooien, want op een knapperig randje na, waren ze verder prima in orde. Ik bedacht daarom de volgende oplossing: als er een gehaktbal met satésaus door een man besteld werd, verkocht ik een van de aangebrande gehaktballen. De mannen proefden het toch niet.

gehaktballen-1200x769

Ik kon alleen mijn lachen niet inhouden iedere keer dat er lekker van een aangebrande gehaktbal gesmikkeld werd. Op een gegeven moment merkte men dat ik zat te lachen als ik een satébal verkocht. Een van de mannen begon dit verdacht te vinden. Ik zag dat hij een conductrice aanschoot en vermoedelijk aan haar vroeg om de gehaktballen eens te keuren, want even later meldde zij zich voor een satébal. Natuurlijk gaf ik haar een goede gehaktbal waarop zij alleen maar kon bevestigen dat er niets met de gehaktballen aan de hand was. Mannen, ze weten niet wat ze eten!

Ik werkte op basis van een nul-uren contract op de woensdag en in het weekeinde. Dat betaalde beter dan een hele week overdag, omdat er voor weekeinddiensten beter betaald werd. Ik heb dit gedaan tot de kinderen begonnen te klagen, ik was altijd aan het werk op de momenten dat zij vrij waren. Daar kwam bij dat mijn voordelige werkuren veranderd werden. De SOV werd overgenomen door Albron en dat bracht de nodige veranderingen met zich mee.

Mijn Foto's

2017-04-16.jpg