Vandaag Kom Ombo en Edfu. Vannacht om 3 uur vertrok de boot. Niet dat ik daar iets van gemerkt heb, ik sliep. Maar vanochtend bij het wakker worden, dreven we rustig de Nijl af. Om zes uur was ons wektelefoontje, een uur later werden we aan het ontbijt verwacht om daarna naar de eerste tempel van vandaag, Kom Ombo te gaan. Vlak aan de Nijl gelegen en dus prima bereikbaar met een cruiseschip bezochten wij de tempels van Kom Ombo en Edfu.

De tempel van Kom Ombo is een zeer uitzonderlijke tempel. Deze Oud-Egyptische tempel is eigenlijk een tempel die in de lengte uit twee delen bestaat. De dubbeltempel is gewijd aan enerzijds de valkengod Haroëris (Horus) en anderzijds de krokodillengod Sobek. De rechterhelft was voorbehouden aan Haroëris en zijn familie (zijn vrouw Tasenetnofret en zijn zoon Panebtawi, terwijl de linkerhelft voor Sobek zijn vrouw Hathor en zijn zoon Chonsoe was. In de tempel zijn nog een aantal zeer goed geconserveerde afbeeldingen te zien, sommige nog met de resten van de originele kleuren.
Onze gids was geen man van weinig woorden. Bij elk monument kregen we een uitgebreide uitleg. Jammer genoeg had hij een vet Egyptisch accent waardoor je erg ingespannen moest luisteren, wat vermoeiend was. Niet iedereen kon dan ook altijd het geduld opbrengen om zijn uitleg aan te horen. Hier luisteren mijn zus, moeder en ik naar zijn verhaal. Daarna gingen we terug naar de boot voor de lunch.

Nu was Edfu aan de beurt. De tempel van Edfu is een magnifiek complex uit de laatste faraonische periode. De Tempel van Horus in Edfu is één van de mooiste en zonder twijfel een van de best bewaarde tempel in Egypte. Ze werd opgericht door Ptolemaeus III in 237 v.Chr. en werd verder uitgebouwd door diens opvolgers. Uiteindelijk kwam de tempel gereed onder Ptolemaeus XII in 57 v.Chr. Er waren echter ook al vroegere constructies: een oude tempel van Ramses III en de naos van de tempel werd opgericht tijdens het bewind van Nectanebo II.

We reden erheen in calèches. Op de foto hieronder is nog alles koek en ei, maar helaas zaten wij in het karretje van een man die zijn paard slecht behandelde. Achteraf bezien moest het paard een veel te zware last trekken. Vier personen, terwijl het karretje eigenlijk geschikt is voor twee, plus de koetsier. Op de heenweg, heuvel af, ging het nog wel, maar op de terugweg bleek duidelijk dat vier personen te veel is voor zo’n klein paardje. Hij moest tegen een helling op en dat kon het beest niet aan. Hierop begon de eigenaar, die toch al de zweep niet spaarde, steeds harder op het dier in te slaan. Ik kon het niet aanzien en heb er wat van gezegd. De gids, die met ons meereed, vertaalde mijn verzoek voor de koetsier, die hierop stopte met slaan. Maar nu de eigenaar niet meer sloeg wilde het paard ook niet meer lopen, dus sloeg de menner het paard weer, maar hoe harder hij sloeg, des te minder deed het paard. Wij waren gewoon te zwaar.

Collega menners schoten te hulp, maar ondanks hun geduw gaf het paard niet toe en bleef staan. Hierop begon de menner het dier weer keihard te slaan. Mijn broer en wij zijn hierop uitgestapt en zijn zelf terug gelopen naar de boot. Zo is een ritje niet leuk. Meteen na thuiskomst heb ik een bijdrage gestort op de rekening van het Brooke Hospital for Animals. Er is duidelijk behoefte aan onderwijs voor de bazen en medische hulp voor deze arme trekdieren.

Hierna nog een uurtje met elkaar op het dek doorgebracht, thee gedronken en daarna naar onze kamer om uit te rusten van alle indrukken, daarna diner en naar bed.

Reageren gesloten.

Mijn Foto's

2017-05-19.jpg