Archief van november 2010

Vandaag Kom Ombo en Edfu. Vannacht om 3 uur vertrok de boot. Niet dat ik daar iets van gemerkt heb, ik sliep. Maar vanochtend bij het wakker worden, dreven we rustig de Nijl af. Om zes uur was ons wektelefoontje, een uur later werden we aan het ontbijt verwacht om daarna naar de eerste tempel van vandaag, Kom Ombo te gaan. Vlak aan de Nijl gelegen en dus prima bereikbaar met een cruiseschip bezochten wij de tempels van Kom Ombo en Edfu.

De tempel van Kom Ombo is een zeer uitzonderlijke tempel. Deze Oud-Egyptische tempel is eigenlijk een tempel die in de lengte uit twee delen bestaat. De dubbeltempel is gewijd aan enerzijds de valkengod Haroëris (Horus) en anderzijds de krokodillengod Sobek. De rechterhelft was voorbehouden aan Haroëris en zijn familie (zijn vrouw Tasenetnofret en zijn zoon Panebtawi, terwijl de linkerhelft voor Sobek zijn vrouw Hathor en zijn zoon Chonsoe was. In de tempel zijn nog een aantal zeer goed geconserveerde afbeeldingen te zien, sommige nog met de resten van de originele kleuren.
Onze gids was geen man van weinig woorden. Bij elk monument kregen we een uitgebreide uitleg. Jammer genoeg had hij een vet Egyptisch accent waardoor je erg ingespannen moest luisteren, wat vermoeiend was. Niet iedereen kon dan ook altijd het geduld opbrengen om zijn uitleg aan te horen. Hier luisteren mijn zus, moeder en ik naar zijn verhaal. Daarna gingen we terug naar de boot voor de lunch.

Nu was Edfu aan de beurt. De tempel van Edfu is een magnifiek complex uit de laatste faraonische periode. De Tempel van Horus in Edfu is één van de mooiste en zonder twijfel een van de best bewaarde tempel in Egypte. Ze werd opgericht door Ptolemaeus III in 237 v.Chr. en werd verder uitgebouwd door diens opvolgers. Uiteindelijk kwam de tempel gereed onder Ptolemaeus XII in 57 v.Chr. Er waren echter ook al vroegere constructies: een oude tempel van Ramses III en de naos van de tempel werd opgericht tijdens het bewind van Nectanebo II.

We reden erheen in calèches. Op de foto hieronder is nog alles koek en ei, maar helaas zaten wij in het karretje van een man die zijn paard slecht behandelde. Achteraf bezien moest het paard een veel te zware last trekken. Vier personen, terwijl het karretje eigenlijk geschikt is voor twee, plus de koetsier. Op de heenweg, heuvel af, ging het nog wel, maar op de terugweg bleek duidelijk dat vier personen te veel is voor zo’n klein paardje. Hij moest tegen een helling op en dat kon het beest niet aan. Hierop begon de eigenaar, die toch al de zweep niet spaarde, steeds harder op het dier in te slaan. Ik kon het niet aanzien en heb er wat van gezegd. De gids, die met ons meereed, vertaalde mijn verzoek voor de koetsier, die hierop stopte met slaan. Maar nu de eigenaar niet meer sloeg wilde het paard ook niet meer lopen, dus sloeg de menner het paard weer, maar hoe harder hij sloeg, des te minder deed het paard. Wij waren gewoon te zwaar.

Collega menners schoten te hulp, maar ondanks hun geduw gaf het paard niet toe en bleef staan. Hierop begon de menner het dier weer keihard te slaan. Mijn broer en wij zijn hierop uitgestapt en zijn zelf terug gelopen naar de boot. Zo is een ritje niet leuk. Meteen na thuiskomst heb ik een bijdrage gestort op de rekening van het Brooke Hospital for Animals. Er is duidelijk behoefte aan onderwijs voor de bazen en medische hulp voor deze arme trekdieren.

Hierna nog een uurtje met elkaar op het dek doorgebracht, thee gedronken en daarna naar onze kamer om uit te rusten van alle indrukken, daarna diner en naar bed.

Wij kwamen laat aan bij ons hotel in Aswan, het was al donker en met een bootje werden we naar het Mövenpick hotel gebracht.  Het hotel ligt op een eilandje in de Nijl en is nogal opvallend vormgegeven. Het dakrestaurant (waar helaas de tijd voor ontbrak) staat op hoge palen die ’s avonds met telkens verspringende kleuren verlicht worden.

De dag begon met een rustige felukkatocht naar de botanische tuin op het Aswan Botanische Eiland. Het eiland was een geschenk aan Lord Kitchener voor zijn optreden in de Sudan Oorlog. Hij was een groot liefhebber van planten en hij heeft het eiland omgetoverd in een groot park met een enorme variëteit aan bomen en planten. Later is het eigendom geworden van de Egyptische staat, die er tot de dag van vandaag een plantkundig onderzoeksstation heeft.

Op het eiland waren niet alleen bomen en planten te bewonderen, het eiland wordt ook bewoond door prachtige katten. Ze zijn van het type dat je vaak afgebeeld ziet in Tempels en waarvan beeldjes zijn. Klein, slank en met een spits snuitje.Na het Kitchener eiland werden we naar ons cruiseschip gebracht voor de lunch. Onze bagage stond al klaar. Wel moest er nog even een formaliteit afgehandeld worden.

Voordat wij vertrokken hadden wij al te horen gekregen dat het cruiseschip dat aanvankelijk bij de reis inbegrepen zat, overboekt was. Onze touroperator heeft nog vlak voor ons vertrek een ander schip geregeld. Maar ook dat bleek toen wij ter plekke aankwamen overboekt. De lokale vertegenwoordiger had een ander aanbod, wij konden mee met de boot waar wij nu stonden. Hier was wel plaats voor ons. Er werden ons vier prachtige suites getoond (de enige op het schip) en die mochten wij hebben als we akkoord gingen met het aanbod. En wat doe je dan? Natuurlijk ga je akkoord. De suites waren royaal met balcon en voorzien van een grote flatscreen tv in de “huiskamer” en in de slaapkamer, het sanitair zag er uitstekend uit en het restaurant lokte. Na een handtekening en een geschreven akkoord konden we aan tafel.

Na het eten stapten we weer in een felukka om naar Philae te gaan. Philae is een eiland in de Nijl nabij Aswan en een plek van een Oud-Egyptisch tempelcomplex gewijd aan de vruchtbaarheidsgodin Isis. Het ligt vlak bij de Eerste Cataract tussen de twee Aswandammen.

Het complex op het eiland Philae heeft grote bekendheid gekregen doordat het helemaal in stukken is gesneden en iets verderop is geplaatst op een hoger gelegen eiland. De tempel stond al sinds de bouw van de dam in het begin van de twintigste eeuw gedeeltelijk onder water, maar dreigde bij de aanleg van de Aswandam helemaal in het water te verdwijnen. Door de UNESCO werd hij van de ondergang gered en nu staat het complex op de werelderfgoedlijst. Het is een mooie tempel die werkelijk prachtig gereconstrueerd is.

Op de terugweg , na toestemming van de gids, stalde het hulpje van de schipper zijn handelswaar uit: armbanden en kettingen. Een euro en uitkiezen maar. Daar kan ik dus niet tegen en ben nu twee gekleurde houten armbanden rijker. Daarna heb ik deze foto gemaakt. Het verschil met mijn kleinzoons is schrijnend. Zij hebben elk een eigen kamer met alles wat hun hart begeert en gaan naar school. Zo jong moet hij al werken voor zijn levensonderhoud.

Hierna was de High Dam aan de beurt. Was de vorige keren het bezoek gratis, dit keer moesten we 20 L.E. entree betalen. Na geluisterd te hebben naar de uitleg van onze gids, en even in het water gestaard te hebben konden we terug naar ons cruiseschip, voor de maaltijd en om uit te rusten. ’s Nachts zou het schip vertrekken naar Kom Ombo.

Ik ben nu drie keer in Egypte geweest, in 1997, 2004 en twee weken geleden. De veranderingen zijn groot. Niet alleen zijn de hotels schoner en promenades aangelegd bij de monumenten, maar ook is het straatbeeld veranderd. De steden zijn gegroeid, de straten zijn nog drukker dan ze al waren, nog meer auto’s en ook veel meer vrouwen in allesbedekkende kledij en Niqab. Zag je in 1997 voornamelijk hoofddoekjes, nu wordt het beeld gedomineerd door vrouwen in “traditionele” kledij. Dat dit voor problemen zorgt (Egypte is nu nog een seculiere staat) is te merken uit de ambivalente houding die in de berichtgeving wordt ingenomen.Op de heenweg naar Egypte kregen wij  in het vliegtuig The Egyptian Gazette uitgereikt. Met in de krant een artikel over de Fulla pop. Een Barbie in “traditionele” kledij. Een pop die in tegenstelling tot haar Westerse zusters, een hoofddoek draagt. De pop is een groot succes, volgens het artikel omdat de pop beter aansluit bij de belevingswereld van de Egyptische kinderen.

In dezelfde krant stond een week later onderstaand artikel.

Het is een artikel over de oprukkende Niqab in de universiteit onder studenten en docenten. De strekking van het artikel is dat de Niqab de communicatie remt en de identificatie bemoeilijkt. Twee artikelen die op het eerste gezicht misschien niets met elkaar van doen hebben, maar volgens mij wel de huidige ambivalente  situatie in Egypte illustreren.

Meer over onze laatste reis is te vinden in het Zijn Wij Dat? weblog.

De tweede dag hebben we via het hotel een busje met chauffeur gehuurd om ons naar het Egyptisch Museum te rijden en de Khan el Khalili Bazaar. Jammer genoeg mag er niet meer gefotografeerd worden in het museum, zes jaar geleden nog wel mits zonder flits. Dat is nu uitgesloten. Ook in de monumenten kon je voorheen zonder problemen je gang gaan mits je niet flitst. Dat is nu verboden. De foto’s in deze posting heb ik gemaakt in 2004.

Het museum maakt nog net als zes jaar geleden een rommelige indruk. Zoveel schatten bijna achteloos bij elkaar gezet. Het museum is ook nog even stoffig als voorheen. Waar moet je beginnen? Wij kozen voor de beroemdste stukken: de schat van Tut Ankh Amon. Ik kan en heb dat ook tijdens eerdere bezoeken gedaan, dagen doorbrengen in dit museum. De overweldigende rijkdom aan prachtige kunstvoorwerpen, het vakmanschap maakt telkens weer een enorme indruk. Na het museum bezochten we een falafelrestaurant, een tip van onze chauffeur.

Als voorgerecht had ik een lekker linzensoepje, gevolgd door heerlijke falafel. Bij het vertrek lieten de falafelbakkers zich enthousiast fotograferen.

Hierna was de Khan el Khalili aan de beurt, de beroemde grote bazaar van Caïro. Jammer genoeg namen we een verkeerde afslag en kwamen we midden in de textiel afdeling terecht, toch nog een t-shirt voor Malín en voor Ruud gekocht en een paar gouden oorbellen voor mij. Alleen dat afdingen, ik haat het! Voor je gevoel betaal je altijd te veel. Bij de juweliers is dat niet het geval. Goud betaal je naar het gewicht en daar valt niet op af te dingen.

Inmiddels was de dag al vrijwel om en moesten we ons naar het hotel haasten. Om negen uur moesten we op het vliegveld zijn voor onze binnenlandse vlucht naar Aswan, de volgende stop van onze reis.

Twee weken geleden zijn wij met mijn broers, zus en moeder op reis geweest in Egypte. Aanvankelijk zag ik er tegen op, zo voor het eerst sinds mijn kindertijd met familie op stap, gaat dat wel goed? Wij zijn allemaal eigengereide personen met een uitgesproken mening. En, dat is belangrijker, wij verschillen ook nogal van opvattingen. Daarnaast zijn we niet bepaald geduldig. Ik hield mijn hart vast. Maar gelukkig viel het mee en hebben we een mooie reis gehad. Ik durf zelfs een volgende keer aan, al denk ik wel dat we dan niet zo ver van huis moeten gaan, de reis viel mijn moeder van 82 toch wel zwaar al heeft ze zich kranig gehouden en deed ze aan vrijwel alle excursies mee.

Zondag 7 november zijn we met Egyptair naar Cairo gevlogen. Aanvankelijk met 1.5 uur vertraging, maar dat werd gelukkig deels ingehaald tijdens de vlucht. Op de luchthaven werden we opgehaald door de vertegenwoordiger van onze reisagent en met een minibusje naar het Mena Oberoi Palace hotel gebracht.

Een prachtig hotel in een oud paleis. Het was eens het jachtslot van een pasha.  Versierd met veel koperwerk, marmer en spiegels, ziet het er werkelijk schitterend uit. Na wat gedub hebben we besloten om meteen naar bed te gaan en het diner te schrappen, de maaltijd in het vliegtuig was niet geweldig maar wel voedend.

De volgende dag een verrassing, de gids Dalia Abd El Aziz kende ik nog van een vorig bezoek aan Egypte in 2004. Zij herinnerde het zich natuurlijk niet meer, maar ik nog wel. Een vrouwelijke Egyptische gids is niet echt algemeen.

Het werd een vol programma: eerst een bezoek aan Saqqara, de piramide van Djoser en de piramide van prinses Teti,mooi bewerkt maar klein en de mastaba van Ti.

In Saqqara zag ik deze puppies. Als ik ze in Nederland had gezien, was ik nu hondeneigenaar geweest. Het waren rustige, speelse beesten. Na Saqqara was Mit Rahina Museum aan de beurt met een levensgroot beeld van Ramses II. Het beeld is ooit tijdens een transport vernield en het ligt hier nu in een museum.

Intussen voelden we onze magen. Dalia reed ons naar een falafel tentje. Voor acht personen een falafel voor het kolossale bedrag van 3,50!

Daarna naar de grote piramiden van Gizeh. We zijn er niet ingegaan, volgens onze gids is er in de grote Piramiden zelf niet zoveel te zien. Wel moet je een lange benauwde gang af naar de schatkamer, waar verder niet zoveel te zien is. Wij zijn er wel omheen gelopen. Voor mama was het zwaar, veel lopen en lang staan tijdens de uitleg van de gids.

Je ziet het niet op de foto, maar er is veel veranderd in Gizeh de afgelopen zes jaar. Nu is er een promenade rondom de piramiden van Khofroe. Khefren en Mycerenos. Aan een kant loopt dat prettiger, maar het geeft een meer museale sfeer. De stad rukt ook steeds verder op, de woestijn is wel heel ver weg.

Na nog een kort bezoek aan de sphinx (met het gezicht van Farao Khefre?) was het genoeg. Moe maar voldaan keerden we terug naar ons hotel waar wij tot etenstijd naast het zwembad in de zon gelegen hebben. De dag werd afgesloten met een feestelijk diner in ons hotel.

Mijn Foto's

Huiswijn