Archief van oktober 2010

Ik heb mijn Samsung Galaxy Tab. Hierboven een filmpje van het uitpakken. En hieronder een filmpje van de inhoud van de doos. Deze week maak ik misschien nog een filmpje van de Tab in gebruik.

🙂

Mijn zere been, begint een zwerend been te worden. Vandaag in het Parool staat op de voorpagina een artikel waarin de grote steden hun nood klagen in een brandbrief aan het nieuwe kabinet. Helaas vinden ze weinig gehoor bij Rutte c.s.

Rutte herhaalde vanmorgen in het debat over de regeringsverklaring dat zijn kabinet de “doorgeslagen geluksmachine” gaat uitzetten. “U heeft een probleem en dat gaan wij als overheid voor u oplossen,” zo karakteriseerde hij de manier waarop werklozen en mensen met schulden bij de hand worden genomen. Hij verwees daarbij naar de kritiek die deskundige Rutger Koopmans gisteren in Het Parool uitte op het armoedebeleid van de gemeente Amsterdam.

Zo krijg ik nog geen dag na mijn bericht op deze website gelijk. Rutger Koopmans is met zijn visie op de bestrijding van armoede meteen “deskundige” geworden. En dat terwijl uit zowel zijn CV als uit zijn publicaties blijkt dat hij dat niet is.

Want wat doet Rutger Koopmans voor de kost? Niet veel. Hij is weg bij ING en geniet nu van een “sabbatical”. Een periode waarin hij antwoord zal krijgen op wat hij gaat doen. In gewone mensen taal betekent dat, dat hij werkloos is, en leeft van zijn vermogen. Maar om eerlijk te zijn, hij zit niet stil. Hij is  voorzitter van Toneelgroep Amsterdam, voorzitter van de Stichting Cinekid, penningmeester van de Stichting Ronald McDonald VU huis/Kinderstad en voorzitter van de Netherlands–India Chamber of Commerce and Trade (NICCT) en tenslotte zit hij ook nog in de ledenraad van Ajax. Maar of dat hem kwalificeert als “deskundige” op het gebied van armoedevraagstukken? Ik denk het niet. Hij doet bijvoorbeeld geen vrijwilligerswerk bij de Voedselbank of een instelling voor maatschappelijke dienstverlening. In de visie van Rutger Koopmans is

De toekomst is maakbaar zoals je hem wil maken. Het leven is een aaneenschakeling van keuzes binnen kaders die niet statisch zijn. De mens is in staat alles te vernieuwen en te veranderen binnen de wil en energie om dat te doen. Die keuze geldt voor ieders privéleven, maar het is ook een maatschappelijke keuze.
Hoe we samen willen leven bepaalt hoe onze samenleving eruit ziet. Ik geloof in een wereld waarin we samen leven, samen elkaar respecteren, en samen onze vrijheid koesteren en ons geluk nastreven. Dat is een toekomst waarvoor ik sta.

Heel mooi gezegd, maar helaas is niet iedereen in staat om zelf die keuze te maken, of om de energie op te brengen om zich aan de problemen te ontworstelen. Ik vind het een bewijs van respect als je eerst iets onderzoekt voor je wat beweerd. Dat je eerst eens kijkt wat er gedaan wordt en wat de opbrengsten zijn, voor je belangrijke voorzieningen voor mensen met minder geld wegbezuinigd. Mensen weerbaar maken, in staat stellen om zichzelf te onderhouden en zelfstandig hun keuzes te maken is een opgave die het verdiend om serieus te behandeld te worden. De toekomst is niet voor iedereen maakbaar. Zo’n opmerking bewijst de afstand van de heer Koopmans tot zijn onderwerp. Bestrijding van armoede is niet gebaat met borrelpraat zoals in het artikel in Het Parool. Borrelpraat die maar wat graag nagebouwd wordt door Rutte en die als rechtvaardiging moet dienen voor zijn bezuinigingen.

* de foto en het tweede citaat komen van de website van Rutger Koopmans.

Ik heb last van een zeer been. Rutger Koopmans, de man op dit plaatje, heeft mij dat been bezorgd. In Het Parool doet Rutger een aantal uitspraken over het Amsterdamse armoedebeleid en geeft hij naast de PvdA, de ambtenaren en de welzijnsorganisaties de schuld dat de armoede in Amsterdam niet gedaald is.

De voormalige ING-topman spreekt van een beleid van pappen en nathouden. Ossel wilde wel met hervormingen komen, maar werd volgens Koopmans teruggefloten door de Amsterdamse PvdA-top. Zolang het doel niet het verminderen van armoede is, is er bovendien weerstand van ambtenaren en welzijnsorganisaties, die verzekerd zijn van werk zolang de armoede aanhoudt.

Ik vind dat een groffe beschuldiging. Wellicht kan je niets anders verwachten van een oud bankier. (Bankiers, dat zijn toch die mensen die alleen wat doen als ze een flinke bonus in het vooruitzicht gesteld wordt?) Maar zijn uitlating getuigd ook van weinig inzicht in de materie. Volgens Rutger Koopmans

“los je armoede niet op met meer geld, maar door mensen weerbaar te maken.” 

Wat hij met “weerbaar” bedoeld wordt niet duidelijk uit het artikel.
Nee, hij wil de armoede afschaffen en dat is volgens hem helemaal niet moeilijk.

Slavernij werd ook gezien als economische wetmatigheid. Leiderschap is dat je out of the box durft te denken. Als je zoiets uitspreekt krijg je de zaak tenminste in beweging. Je hebt een burgemeester nodig die het vaandel zwaait en zegt: ik accepteer geen armoede in deze stad. Ga maar eens kijken hoe ver je dan komt.

Inderdaad ik zie het voor me. Eberhard van der Laan in de Leidsestraat zwaaiend met een rode vlag en roepend weg met armoede! En floep! armoede weg. Dan heeft hij geen vlag, maar een toverstok! Zou het echt zo makkelijk zijn? Natuurlijk niet, eerst moeten die luie ambtenaren aangepakt worden:

Het armoedebeleid levert veel werk op voor ambtenaren en welzijnsorganisaties. Zonder duidelijke beleidsdoelstelling is hun continuĂŻteit verzekerd. Begin het apparaat te halveren. Dat vormt zonder doelstelling om de armoede te verminderen een tegenkracht.

Ik zou zeggen: begin met Rutger Koopmans. Want ik weet hier natuurlijk helemaal niets van, maar volgens mij heeft Rutger Koopmans dat rapport ook niet zonder honorarium geschreven.  Met adviezen van de strekking als in het Paroolartikel denk ik dat de armoede nog een lang leven beschoren is. Met deze “adviezen” wordt de weg vrijgemaakt voor bezuinigingen. Bezuinigingen op het Amsterdamse armoedebeleid. Bezuinigingen op ambtenaren, de schuldhulpverlening, het maatschappelijk werk, stadspas, scholierenvergoeding, chronisch zieken en de Voedselbank. Dat maakt armen lekker weerbaar! Laat dat nu tegen mijn zere been zijn.

Vandaag ben ik naar de kunst10daagse geweest in Bergen. Naar de expositie van mijn nicht, Marion Landheer. Naast haar bronzen sculpturen werd ook werk van haar grootvader, Hugo Landheer getoond.

Eerlijk gezegd was het werk van Hugo Landheer het beste schilderwerk van vandaag. In Bergen valt veel te zien, maar ook veel amateurwerk. Leuk, maar niet geweldig. Soms zelfs zagen we op twee verschillende plekken hetzelfde werk (of is het onderwerp?) maar van verschillende kunstenaars (hond aan lijn) en van verschillende kwaliteit. Toch leuk . Gelukkig werkte het weer mee en konden we droog langs de verschillende exposities lopen.

Onlangs had ik een discussie met een collega over de passieve houding van de Nederlanders in relatie tot in sommige andere landen. Kijk bijvoorbeeld eens naar de acties die nu gevoerd worden in Frankrijk tegen de verhoging van de pensioenleeftijd en de gelatenheid waarmee dit geaccepteerd is in Nederland. Hij verwees ook naar het gemak waarmee Wilders zich een achterban verworven heeft en vergeleek dit met het gebrek aan verzet tegen de deportaties van de Joden in 40-45.

Dat was tegen het zere been. Want in Amsterdam zijn we niet passief gebleven. Meteen nadat de eerste 427 Joodse gijzelaars opgepakt werden is in Amsterdam opgeroepen tot een staking. Later bekend als de Februaristaking. Ik citeer van de website www.februaristaking.nl:

p 25 februari 1941 was Amsterdam in de greep van een algemene werkstaking uit protest tegen de jodenvervolgingen. Een dag later breidde de staking zich uit tot de Zaanstreek, Kennemerland (Haarlem en Velsen), Hilversum, Utrecht en Weesp. In de hoofdstad kwam het openbaar vervoer tot stilstand en werd ook bij nagenoeg alle andere gemeentelijke diensten het werk neergelegd. Er werd gestaakt bij de scheepsbouw en metaalbedrijven in Noord, bij Hollandia-Kattenburg, en ook bij grootwinkelbedrijven als de Bijenkorf. In de hele stad werden winkels en kantoren gesloten. Vele scholieren verlieten hun klaslokalen. Duizenden mensen bewogen zich die dag door het centrum van de stad. Het opgekropte gemoed zocht een weg zich te uiten tegen de Duitse bezetters, die op 10 mei 1940 ons land hadden overvallen en steeds openlijker hun regime wilden opdringen.In de periode voorafgaande aan de Februaridagen van 1941 was de Duitse pressie op het gehele politieke en economische leven steeds brutaler geworden. Vanaf eind 1940 werd het persoons-bewijs verplicht gesteld. In juni 1940 begonnen de Duitse bezetters met de eerste van hun vele anti-joodse maatregelen door alle joden uit de gemeentelijke luchtbeschermingsdiensten te verwijderen. Spoedig gevolgd door de maatregel, dat er geen joden meer in overheidsdienst mochten worden aangenomen. In oktober 1940 volgde de “AriĂ«rverklaring”, waarin nog nadrukkelijker een scheiding werd gemaakt tussen joden en niet-joden. Op 22 november 1941 ging Seyss-Inquart, de door Hitler benoemde Rijkscommissaris, nog een stap verder door te verordonneren, dat “alle joden, die een openbaar ambt bekleden of in openbare dienst werkzaam zijn” ontheven werden van hun functie. In Delft en Leiden kwam het tot protestacties van duizenden studenten. De Duitse ‘Sicherheitsdienst’ bezette de Leidse universiteit en de Hogeschool van Delft. In de aanloop tot de Februaristaking was er echter nog veel meer gebeurd. Amsterdamse werklozen voerden acties op projecten in Noord-Holland, in het Gooi en nabij Amersfoort, waar zij tewerk waren gesteld. Zij keerden zich tegen verlenging van de werktijd. Werkverschaffingsarbeiders demonstreerden in de hoofdstad en eisten verhoging van hun uitkeringen. Toen de Duitse bezettende macht in Amsterdam-Noord metaalbewerkers op de scheepswerven wilde dwingen in Duitsland te werken, kwam het ook daar tot protesten.

Eind 1940 en begin 1941 tekende zich een verscherpt anti-semitisme af. De door Mussert geleide NSB(de in Nederland optredende pro-Duitse fascismebeweging) en WA(‘Weer Afdeling’, geuniformeerde troepen) wensten zich nadrukkelijker te manifesteren en gingen over tot het organiseren van provocaties in buurten, waar veel joodse gezinnen woonden. Eigenaars van hotels en cafĂ©s werden gedwongen plakkaten op te hangen met de tekst ‘Joden niet gewenscht’. Op het Rembrandtsplein kwam het tot felle gevechten in het Heck-restaurant. De anti-joodse maatregelen kregen een steeds grimmiger karakter. Seyss-Inquart bepaalde, dat alle personen van ‘geheel of gedeeltelijk joodsen bloede’ zich moesten melden en de daaraan verbonden leges moesten betalen.

Deze verplichte registratie zou bij de latere deportaties funest blijken. Steeds vaker trokken groepen WA-ers joodse buurten binnen en lokten vechtpartijen uit. Er werden marktkramen vernield, ruiten van winkels ingegooid en joden mishandeld. Op zondag 9 februari 1941 kwam het wederom op het Rembrandtsplein, niet ver van de joodse wijk, tot hevige gevechten. Joodse jongens, onder wie vele sporters van de sportscholen als Olympia en Maccabi, verzetten zich en raakten slaags met WA-ers. In de twee daarop volgende dagen hielden de verdedingsgroepen zich paraat; op 11 februari kwam het op het Waterlooplein tot een ware veldslag met de WA. De WA-er Koot raakte zwaar gewond en overleed enkele dagen later. Op 12 februari, in alle vroegte, sloten de Duitsers de oude joodse wijk af. Er werden prikkel-draadversperringen aangebracht, bruggen opgehaald, wachtposten van Nederlandse en Duitse politie geplaatst. Enkele dagen later werd het betreden van de jodenbuurt voor ‘niet-AriĂ«rs’ verboden.

Op maandag 17 februari laaiden de emoties opnieuw hoog op bij de Nederlandse Scheepbouw Maatschappij in Amsterdam-Noord, waar door loting een aantal ongehuwde arbeiders voor tewerkstelling in Duitsland werden aangewezen. Alle arbeiders verlieten de werf en ook op andere werven legden de arbeiders het werk neer. Op woensdag 19 februari bestormden manschappen van de GrĂĽne Polizei de ijssalon Koco in de Van Woustraat, gedreven door de Duitse joodse vluchtelingen Cahn en Kohn. Toen zij al schietend binnendrongen spoot hen ammoniak uit een fles in het gezicht. Cahn en Kohn werden gearresteerd. In het weekend van 22 en 23 februari vonden wraakacties in de jodenbuurt plaats. SD-ers en WA-ers trapten de deuren van huizen in. Er werden bloedhonden op joodse mensen losgelaten. Jonge joodse mannen werden naar het Jonas DaniĂ«l Meijerplein geranseld en 427 van hen, in de leeftijd van 18 tot 35 jaar, werden als gijzelaars meegenomen. Zij werden naar Buchenwald en Mauthausen gedeporteerd. Zij stierven binnen een jaar aan mishandeling en ontberingen. De mensenjacht in de jodenbuurt wekte hevige verontwaardiging op en werd de directe aanleiding tot de Februaristaking. In de avonduren van 24 februari vond op de Noordermarkt een korte openluchtbijeenkomst plaats, waaraan door talrijke gemeentearbeiders werd deelgenomen. Zij werden toegesproken door onder meer de gemeentearbeider Dirk van Nimwegen. Het stakingsparool werd bekendgemaakt. Op de plaquette aan de buitenmuur van de kerk op de Noordermarkt wordt herinnerd aan deze bijeenkomst. Nog dezelfde nacht werd op vele adressen in de stad het door de illegale CPN vervaardigde manifest ‘Staakt, staakt, staakt !!!’ gestencild. In de vroege ochtenduren werd dit manifest aan de poort van talrijke bedrijven verspreid.

De gemeentetram ging die ochtend in staking, andere gemeentediensten volgden. De tram verdween uit het stadsbeeld en al spoedig werd het voor zeer vele Amsterdammers duidelijk dat er gestaakt werd. De lont was bij het kruitvat gehouden en uit het ene na het andere bedrijf kwamen mannen en vrouwen de straat op. De stakingsbeweging kreeg een geheel eigen dimensie, er groeide een sfeer van spontane saamhorigheid onder de bevolking, van verblijdende opluchting over het feit, dat zij afschuw en protest zo massaal en eensgezind liet blijken. Heel Amsterdam was in de greep van de Februaristaking. De Duitsers waren verbijsterd. Het was nog nooit voorgekomen, dat tegen antisemitisme en jodenvervolgingen werd gestaakt. De bezettingsautoriteiten namen hun toevlucht tot een reeks van maatregelen. Zij konden echter niet verhinderen, dat de staking een dag later naar de Zaanstreek, Kennemerland, Utrecht en andere plaatsen oversloeg. De Februaristaking 1941, zoals hierboven kort geschetst, is de geschiedenis ingegaan als een van de grootste verzetsdaden in de strijd tegen het Hitler-fascisme. Zij wordt elk jaar op 25 februari bij het monument de Dokwerker op het Jonas Daniël Meijerplein herdacht.

Kennelijk zijn er mensen die een andere mening toegedaan zijn. Wel heel erg bont maakt Manfred Gerstenfeld het op de website van het  Jerusalem Center for Public Affairs. Hier staat een stukje geschiedenisvervalsing waar de honden geen brood van lusten. Volgens de auteur werkten de Nederlanders massaal mee met de Duitse bezetter. Zijn beschrijving van de februaristaking wijkt op cruciale punten af van wat als algemeen bekend voorondersteld mag worden. Wat is de achtergrond voor deze geschiedvervalsing? Later meer hierover.

Mijn Foto's

2017-04-16.jpg