Het is nu een jaar geleden dat ik met pensioen ging. Een jaar van aanpassen aan de nieuwe situatie. Van de ene op de andere dag ben je werkloos. Zit je thuis en glijden de dagen voorbij. Het is fijn dat je ’s ochtends net zo lang in bed kan blijven liggen als je wilt, daarna rustig kan ontbijten, zonder haast koffie kan drinken om daarna een boek te pakken en lekker te lezen. Maar na twee maanden had ik het wel gezien. De “huishouding” waarvan ik gezworen had dat ik mij daar nooit mee bezig zou houden en een paar dagen per week de kleinkinderen. Ik begon mij te vervelen.

Ik kan natuurlijk een baantje als vrijwilliger zoeken. Ik was  gevraagd door twee twee instellingen voor maatschappelijke dienstverlening waar ik in het verleden veel contact mee had. Ik ben daar niet op ingegaan, het zou voor mij te veel een voortzetting zijn van dat wat ik voorheen betaald deed en dat leek mij geen goed idee. Ook zag ik mijzelf geen koffie inschenken in een bejaardenhuis of als maatje. Ik heb mij daarom ingeschreven bij twee 65+ uitzendbureaus en werk af en toe tijdens examens als surveillant, leuk werk en weer eens iets heel anders.

Maar toch bleef het knagen. Ik dacht soms met weemoed terug aan de tijd dat wij honden hadden. Met een hond kom je buiten en voldoende beweging plus je leert andere mensen kennen. Maar wat voor hond? Mijn lief en ik hebben daar in het verleden vaak over gesteggeld en konden het niet eens worden. Weer een bouvier, of wellicht een Duitse staande langhaar? Dat wilde ik niet. Onze Duitse staande Roland was 10 jaar lang onvermoeibaar en daarna, van de ene dag op de andere dag, een oude man die moeizaam achter ons aan sjokte. Dat wilde ik nooit meer. Ik heb liever een ras dat wat geleidelijker verouderd. Het werd ook geen bouvier. Bouviers zijn geweldige honden, maar worden niet echt oud en hebben een hoog risico op heupproblemen. Ik moest daarom steeds meer denken aan mijn eerste hond, Daphne. Daphne was een orange belton Engelse setter en aan David, de setter die wij later als herplaatshond in huis namen. Lieve vrolijke en vooral zachtaardige honden die goed zijn met kinderen en andere huisdieren. Het bloed kruipt waar het niet gaan kan. Ik wilde een Engelse setter.

Vanaf het moment dat het besluit gevallen is heb ik mij in eerste instantie aangemeld bij twee fokkers die dit najaar een nestje verwachten. Fanchon en Vanquish. Maar hoe gaat het, als je eenmaal iets in je hoofd gezet hebt, blijf je zoeken om zo snel mogelijk een pup in huis te halen. Ik bleef dus het internet afzoeken. Eerst gekeken bij het asyl (DOA). Die hebben tegenwoordig voornamelijk van die modieuze vechthonden. Bullterriers, American staffordshire terriers enz. Daarbij kregen de meeste honden het advies dat ze alleen geschikt waren voor een gezin met kinderen ouder dan 13 jaar. Dus niets voor ons. Overigens denk ik ook dat ik niet de juiste baas ben voor zo’n hond. Ook een hond uit de opvang in het buitenland (dodingsstations noemen ze die) kwam niet in aanmerking. Er worden setters aangeboden die afkomstig zijn uit Spanje en Griekenland, maar je weet niet precies wat hun verleden is en het verhaal van de hond kan je ook niet controleren. Je weet niet hoe ze gesocialiseerd zijn, zij hebben geen stamboom en zijn vaak al wat ouder.

Uiteindelijk vond ik via een site van fokkers van rashonden een fokker in Duitsland die puppies had en nog een in de aanbieding, jammer genoeg was dat een reutje en ik wilde perse een teefje. Een week na de bewuste mailwisseling ontvang ik weer een mail van de fokker, zij kon mij alsnog een teefje aanbieden. Ze had de hond Courtney, vastgehouden voor iemand die er op het laatste moment van afgezien had. Wij kregen foto’s toegestuurd, van de vaderhond, de moederhond en het bewuste teefje.

Hierna is de hele procedure snel verlopen, via de mail heb ik de keuringsrapporten van de beide ouderhonden ontvangen, de stamboominformatie en de gezondheidsverklaringen. Wij werden het snel eens, en spraken af dat wij de pup na onze vakantie in Limburg zouden ophalen in Maastricht.

Nora groeit voorspoedig, ze is nu 14 kg en 4,5 maand. Ik wandel iedere dag zo’n twee uur en geniet van haar speelse karakter en malle streken.

Krokusblüte am ersten warmen Frühlingstag (piqs.de ID: 9d7c7dc0e0b993b0ef5446946f9dee47)

Ik ben aan het einde gekomen van mijn verhaal. Niet alles is vergeten en ook niet alles is verteld. Wie weet komen die verhalen nog eens als de “verjaringstermijn” voorbij is. Want het is een gekke wereld en we maken af en toe wat mee 🙂

De vraag die iedereen stelt is, wat ga je nu doen? Daar heb ik nog niet zo een, twee, drie een antwoord op. Ik weet het nog niet.

Ik heb mijn pensioenaanvraag bij het ABP en het SVB ingestuurd en de toekenning ontvangen. Het was wel even slikken, wij gaan er financieel flink op achteruit. Waar zijn die rijke ouderen waar je zoveel over leest?

Gelukkig hebben wij onze maatregelen genomen. Met pijn in mijn hart heb ik afscheid genomen van ons leuke, maar wel heel dure, huurhuis, en hebben wij een betaalbare koopwoning gezocht. Meteen op het dak zonnepanelen geplaatst, zodat we onze energiekosten kunnen drukken en denken we na over hoe wij onze kosten voor levensonderhoud kunnen aanpassen aan onze nieuwe situatie. We redden ons wel.

Dit was het dan, het relaas van mijn carrière, van vallen en weer opstaan en toch op je plek terecht komen. Ik vond het een leuke reis en leuk om nog eens terug te kijken.

Wie weet wat de toekomst nog brengt.

Dan krijg je er twee!

576_420_verhuizen-3Zoals gezegd was de verdeling van de afdeling beleid in twee takken van sport: strategisch en uitvoerend geen succes. Het bleek dat het een niet zonder het ander kon.

Strategische beslissingen hebben vaak een grote impact op de uitvoering. Los daarvan kost het veel overleg om zaken af te stemmen. Besloten werd om strategen en uitvoerend beleid weer samen te voegen tot één afdeling beleid. Wel bleef de functiescheiding bestaan. Gelijktijdig werd een nieuw gemeentelijk functiehuis ingevoerd met generieke functieomschrijvingen. Waren er voorheen maar twee smaken beleidsadviseur, het werden er nu wel 4 of 5 met corresponderende salarisgroepen. Door de generieke functieomschrijving werd ook de mogelijkheid geopend dat je op een andere werkplek in de gemeente ingezet kon worden. Flexibilisering! Dit was feitelijk de “vooraankondiging” van de aankomende  grote gemeentelijke reorganisatie, waarin alle gemeentelijke diensten opgeheven zouden worden. De grootste reorganisatie uit de geschiedenis van de gemeente Amsterdam.

En zo kwam ik nog een keer in een reorganisatie terecht. Waarschijnlijk de laatste van mijn carrière. Ik verhuisde van de Jan van Galen naar de Weesperstraat. Bij deze gelegenheid heb ik met pijn in mijn hart, afscheid genomen van mijn archief. In de Weesper werd flexwerken geïntroduceerd. Geen vaste werkplek meer en alleen een locker voor je persoonlijke spullen (zie ook mijn eerdere bericht hierover). Er was geen plaats meer voor de twee verhuisdozen met rapporten, instructiebundels etc., die ik in de loop van de jaren verzameld had. Wel kreeg ik samen met een aantal collega’s een plank in een kast voor werkgerelateerde stukken, maar dat was dat. Voordeel was wel dat RdV en ik weer samen op een afdeling zaten.

Om een lang verhaal kort te maken: er werd weer eens gereorganiseerd. RdV zag weer een reorganisatie niet zitten en ging jammer genoeg met vervroegd pensioen. Zijn taken werden overgenomen door een veelbelovende jonge collega die van een stadsdeel afkomstig was en die door ons was aangezocht als opvolger van RdV.

Als gevolg van de grote gemeentelijke reorganisatie werd DWI opgeheven en werd WPI (Werk, Participatie, Inkomen). Ik kwam terecht bij Inkomen, Cluster Sociaal, afdeling Armoedebestrijding. Met weer een nieuwe manager, maar gelukkig met dezelfde taken. Intussen was er nog een collega bij gekomen, omdat er veel teveel werk voor twee mensen was. Aan deze collega heb ik het dossier jongeren en schulden overgedragen om zo wat ruimte te creëren in mijn overvolle agenda. Niet dat het hielp, want op het moment dat er een onderwerp uit mijn caseload weg was, kwam er een nieuw onderwerp bij.

Ik ben gelukkig. Ik doe het werk wat ik het allerleukste vind, ik heb fijne collega’s en voel mij gewaardeerd. Nog wel, want ik ben bijna bij het einde van mijn loopbaan aangekomen. Ik ben nu 64 en mijn pensioendatum nadert met rasse schreden.

IMG_20140527_102114 (Large)Als je dacht dat het nu rustig werd heb je het mis. Iedereen die werkt bij de gemeente weet dat rust altijd van korte duur is, er staat zo weer een reorganisatie voor de deur. En zo was het ook. Ik was nog geen twee weken bij de afdeling beleid of de volgende reo diende zich aan.

De afdeling beleid had een “heidag”. Een dag waarin het reilen en zeilen van de afdeling besproken wordt en afspraken gemaakt worden over wat anders en beter moet. Tijdens deze “heidag” kwam ook de directeur Wim S. zijn opvatting over beleid vertellen. Zijn verhaal kwam er op neer dat hij slechts drie beleidsmedewerkers nodig had. Drie beleidsadviseurs die heel goed konden schrijven. Hij wilde de afdeling beleid afbouwen, wij waren met veel te veel mensen.

Daar zat ik dan. Net aangetreden en nu kreeg ik al meteen te horen dat de afdeling opgedoekt zou worden! Zo begon de zoveelste reorganisatie. De afdeling beleid werd gesplitst in twee afdelingen: strategisch en uitvoerend beleid. De strategen gingen met de directie naar de Weesperstraat. Wij, de uitvoerend beleidsadviseurs bleven in de Jan van Galenstraat. Heel symbolisch voor de gewijzigde opvatting over het belang van uitvoeringsbeleid zakten we van de 11e etage naar de 5e. Mijn functie werd geherwaardeerd, en ik werd van senior beleidsadviseur, beleidsmedewerker. Gelukkig met behoud van salaris, maar het was toch een demotie. Een demotie die ook aangaf hoe deze directie tegen het werk van een beleidsadviseur aankeek.

Gelukkig behield ik mijn taken, er kwamen zelfs steeds meer taken bij en behield ik mijn vrijheid in de uitvoering. RdV bleef mijn inhoudelijk aanspreekpunt en wij hingen dagelijks aan de telefoon om elkaar bij te praten over onze werkzaamheden en de afspraken die we maakten. Intussen fuseerde onze afdeling uitvoeringsbeleid met de afdeling processen tot UbP: Uitvoeringsbeleid en Processen.

Wij zagen met lede ogen toe hoe er steeds meer beleidsadviseurs en directieadviseurs de Weesperstraat binnen fietsten. De drie hele goede schrijvers, waren er langzaamaan wel 13 geworden. Het bevestigde mijn beeld van reorganisaties: uitgangspunt is minder mensen, maar als de rook is opgetrokken, zit het er het dubbele aantal medewerkers. Ik kan mij de eerste grote reo van de GSD herinneren. We hadden toen ongeveer 500 mensen in dienst. Toen de reo was afgelopen waren het er zeker 1000. Later werd dit 1200 en ik denk dat er nu zeker 1500 mensen werken. Kennelijk wordt er keer op keer uitgegaan van verkeerde premissen.

Een ander gek fenomeen bij de gemeente is de golfbeweging. Keer op keer vervalt men in dezelfde fouten. Zonder dat men zich afvraagt waarom hebben we dit op deze manier gedaan en wat hebben we daarvan geleerd? Van specialist naar generalist, van generalist naar specialist. Van berekenaars op een afdeling zonder klantcontact, naar uitkeringsmedewerker met klantcontact, naar inkomensconsulent op één afdeling bij elkaar op één plek zonder klantcontact. En je dan maar verbazen dat er soms hersenloos taken uitgevoerd worden zonder meegevoel met de klant. Het is af en toe net als 29 jaar geleden bij mijn aantreden. Dienstverlening in receptiekantoren (stadsloketten), de inkomensconsulenten bij elkaar ver weg van de uitvoering en de klantmanagers die geen verstand van de (Wwb) Participatiewet hebben, want zij zijn er voor de arbeidsmarkttoeleiding (denk aan het oude CWI) en met klantcontact. Een organisatie zonder historisch besef of lerend vermogen, zonder bestuurlijk geheugen. Altijd roerig, nooit rustig.

Paradoxaal genoeg denk ik dat nou juist die onrust maakt dat ik mij er – ondanks alles – thuis voel. Rust, roest!

TriadeZo kwam ik te werken op de 11e etage van Triade. De kantoortoren van DWI aan de Jan van Galenstraat. Wat was dat wennen! Het was er stil. Ik mocht wel praten, maar wel heel zachtjes. Het was naar mijn gevoel geen echt team, maar een verzameling van eilandjes, geordend op account.

Ik was gevraagd de coördinator schuldhulpverlening te ondersteunen. Hij was in zijn eentje verantwoordelijk voor de beleidsvorming en aansturing van de bureaus voor schuldhulpverlening in Amsterdam en had daar een enorme klus aan. Om te beginnen kreeg ik van hem een stapel documentatie over schuldhulpverlening om mij in te lezen. Verder gaf hij mij dagelijks een stapeltje Wsnp aanvragen die de gemeente moest controleren op het doorlopen van het minnelijk traject. In deze dossiers stond een verslag van het verloop van het schuldhulptraject naast alle aanwezige documenten die nodig zijn voor een Wsnp aanvraag. Die dossiers waren erg leerzaam. Je zag hoe lang zo’n traject loopt voor de klant zo ver is dat er een aanvraag voor een saneringskrediet gedaan kan worden en ook waarom dat misliep en er uiteindelijk gekozen wordt voor een Wsnp-aanvraag. Ik studeerde mij een slag in de rondte. Schuldhulpverlening is een interessant onderwerp. Ik had al eens veel eerder in mijn carrière gesolliciteerd bij het Schuldhulpbedrijf in Amsterdam Noord. Die sollicitatie was niets geworden maar het onderwerp had nog steeds mijn warme belangstelling.

Aanvankelijk had ik niet zoveel te doen, maar gaandeweg kwam daar verandering in. Ik kreeg een eigen account: jongeren en schulden. In 2006 had het Nibud een rapport gepubliceerd waarin stond dat ongeveer een op de zes jongeren een schuld had. Naar aanleiding van deze publicatie was er in samenwerking met het ROCvA een pilot gestart in Amsterdam-Zuidoost onder de naam “School en Schuld”. In de pilot werd aan jongeren schuldhulpverlening geboden  in de school. Het ging hierbij voornamelijk om MBO-studenten. Uit het onderzoek was gebleken dat die de meeste schulden hadden. De pilot werd een groot succes en het was mijn opdracht om deze aanpak over heel Amsterdam en de beide ROC’s: ROCvA en (nu) ROC-TOP uit te rollen. Voor de uitvoering werkte ik samen met alle schuldhulpbureaus in Amsterdam. Aangezien de pilot, geen pilot meer was en het bedrag dat gemoeid was met de uitvoering de aanbestedingsgrens naderde, werd er gekozen voor een aanbestedingsprocedure. Met deze aanbesteding werd ook het voortbestaan van het project voorlopig gegarandeerd. School en Schuld was een vast onderdeel geworden van het Amsterdamse schuldhulpverleningsaanbod.

Voelde ik mij aanvankelijk een buitenbeentje, dat loste zich vanzelf op. De samenwerking met mijn collega RdV groeide en ik voelde mij meer en meer thuis. Langzamerhand kwamen er meer accounts bij. Ik ging mij ook bezig houden met de introductie van budgetlessen in het basis- en voortgezet onderwijs en peereducators. Er kwam nog een pilot bij: sparen met schulden. Deze pilot was de aanleiding voor de ontwikkeling van het Jongeren Saneringskrediet (JSK). Aanvankelijk konden jongeren geen saneringskrediet krijgen als zij nog studeerden. In het JSK lieten wij de regel dat een inkomen uit studiefinanciering geen inkomen is voor de schuldhulpverlening, los. In het JSK wordt gerekend met een fictieve afloscapaciteit er van uitgaande dat een jongere met studiefinanciering en een klein (bij)baantje altijd wel 45,- moest kunnen missen als aflossing. Daarnaast kon de jongere in plaats van in 36 maanden, de lening ook in 42 maanden aflossen. Het JSK werd een succes en is inmiddels door veel andere gemeenten overgenomen.

Ik was in mijn knollentuin. Via een omweg was ik toch nog senior beleidsadviseur geworden.

Mijn Foto's

Huiswijn